In Leeuwarden is deze donderdag de tweede inleidende zitting in de Barracuda-zaak. Het OM onderzoekt een vermeend soeverein netwerk dat geweld zou plannen. De meeste verdachten, onder wie ex-advocaat Arno van Kessel, ontkennen dat zij soeverein zijn.
Friesch Dagblad ★ 4 december 2025
„De opmerkelijkste vraag die ik van een journalist kreeg, is of ik zélf soeverein gedachtegoed aanhang”, zegt strafrechtadvocaat Chris-Jan Kamminga. Zulke vragen kreeg hij niet bij eerdere cliënten, zoals een radicale moslim die werd verdacht van het financieren van een Syrische terreurbeweging.
Kamminga staat de voormalige Leeuwarder advocaat Arno van Kessel bij. De 62-jarige Van Kessel kreeg de afgelopen jaren bekendheid als raadsman van coronakritische activisten, met wie hij samenwerkte aan een grote rechtszaak rond coronavaccinaties. Inmiddels wordt hij zelf verdacht van deelname aan een crimineel netwerk dat vanuit anti-institutioneel gedachtegoed terroristische misdrijven zou willen plegen.
Sinds juni verblijft Van Kessel in de terroristenafdeling (TA) in Vught. „Het is een pittig regime om zo’n achttien uur per dag op je cel te zitten”, zegt Kamminga, die zijn cliënt dagelijks belt en vrijwel wekelijks bezoekt. De regels in Vught zijn onlangs aangescherpt om te voorkomen dat gedetineerden vanuit Vught een criminele organisatie kunnen blijven aansturen: vertrouwelijke gesprekken tussen advocaat en cliënt zijn niet langer mogelijk. „We worden volledig gefilmd en het is zelfs verboden om een hand voor je mond te houden.”
‘Kogeltje door het raam’
Het is de zwaarst beveiligde gevangenis waar Van Kessel verblijft, want de verdenkingen zijn ernstig: hij behoort volgens het OM tot een extremistische kern binnen de soevereinenbeweging. Maar volgens Kamminga is Van Kessel geen soeverein. „Arno gelooft juist wél in het Nederlandse rechtssysteem, hij stond er als advocaat middenin.” Maar tegelijk onderhield hij ook contact met een bonte verzameling van coronacritici, complotdenkers en soevereinen.
Het zwaartepunt van de zogeheten Barracuda-zaak is een afgetapt autogesprek op 6 mei van dit jaar tussen Arno van Kessel en twee medeverdachten, onder wie een 66-jarige man uit Wergea, die al in beeld was bij justitie en werd afgeluisterd. In dat gesprek wordt volgens het OM gepraat over de NAVO-top in Den Haag: „Het zou mooi zijn als ze bij de top allemaal het loodje zouden leggen.” Ook wordt gesproken over een autobom of een „kogeltje door het raam” van de woning van de Leeuwarder burgemeester Sybrand Buma, en over plannen met het dodelijke gif ricine.
Vergrootglas op radicale soevereinen
Sinds de coronaperiode ligt anti-institutioneel extremisme binnen de zogenoemde soevereinenbeweging onder verscherpte aandacht van politie, justitie en veiligheidsdiensten. Die focus nam toe nadat rond de organisatie Common Law Nederland Earth (CLNE) signalen opdoken over bewapening en het oproepen tot burgerarresten.
Dit leidde in 2023 tot het onderzoek 26Espeon, waarin tien verdachten werden aangehouden. Het OM zette daarbij zwaar in op een terrorisme-aanklacht, maar kreeg bij de rechtbank Rotterdam vorige week maar beperkt gelijk: zowel de oprichters van de CLNE als wapenleveranciers kregen celstraffen tot 3,5 jaar, maar terroristische intenties werden in deze zaak niet bewezen. Daarmee haalde het OM deels bakzeil.
De Barracuda-zaak bouwt voort op namen en aanwijzingen die in 26Espeon opkwamen en leidde tot nieuwe taps en onderzoekslijnen richting de groep verdachten die nu in Leeuwarden terechtstaan. Daarnaast ontving het OM een anonieme tip over een van de verdachten. In oktober 2024 werd op zijn boerderij in Winsum een grote wapenvondst gedaan.
Dat gesprek in de auto is de directe aanleiding voor de inval van de Dienst Speciale Interventies (DSI) op 11 juni bij Van Kessel in Leeuwarden. Die dag worden acht personen opgepakt in Fryslân, Overijssel en Noord-Brabant, en worden op meerdere locaties vuurwapens, munitie, gasmaskers, flessen castorbonen (waaruit ricine kan worden gewonnen) en zwaar vuurwerk in beslag genomen.
Ideologisch spilfiguur
Onder de acht arrestanten van 11 juni bevinden zich vier Friezen die volgens het OM deel uitmaakten van een netwerk rond Van Kessel, die zelf wordt gezien als ideologisch spilfiguur. Het gaat naast de 66-jarige Wergeaster, bij wie thuis vuurwapens en castorbonen werden gevonden, om een man (39) uit Easterein, die in het autogesprek actief meedacht over de plannen, en een 61-jarige zelfverklaarde soeverein van wie het OM stelt dat hij militaire trainingen gaf die in een extremistisch kader zouden passen. Op zijn boerderij in Winsum werd in oktober vorig jaar bovendien een grote hoeveelheid wapens aangetroffen.
Het veelbesproken autogesprek van 6 mei is volgens advocaat Kamminga uit zijn verband gerukt. Van Kessel, de 66-jarige Wergeaster en de 39-jarige man uit Easterein waren die dag op de terugweg van een actiebijeenkomst met truckers en boeren die wilden protesteren tegen de NAVO-norm voor defensie-uitgaven. Die bijeenkomst liep op niets uit en onderweg naar huis, na een paar biertjes, zou het drietal zich hebben laten gaan in frustraties en borrelpraat.
Van Kessel had net op Netflix de IRA-film In theLand of Saints and Sinners gezien en zou daaraan hebben gerefereerd toen hij het over autobommen had. Begrijpelijk dat het gesprek voor het OM reden tot verdenking vormt, maar Kamminga wijst erop dat er geen enkel bewijs is dat er daarna stappen, taakverdeling of voorbereidingen zijn gevolgd. Een geëmotioneerde Van Kessel erkende op de eerste pro-formazitting in september evenwel dat hij tijdens die bewuste autorit „ongelooflijk domme dingen” heeft gezegd.
‘Flintertinne bewizen’
In Vught ontvangt Van Kessel honderden brieven van sympathisanten, die eerst zorgvuldig worden doorgelicht. Hij heeft een grote achterban, mede doordat hij het boegbeeld is van een omvangrijke coronaprocedure die hij namens de Stichting Recht Oprecht voerde tegen Bill Gates, Mark Rutte, Pfizer-topman Albert Bourla en anderen. Volgens deze stichting – bekend van de spandoeken langs de snelwegen met de namen die worden ‘gedagvaard in Friesland’ – zijn coronavaccinaties ‘biowapens waarmee genocide wordt gepleegd’. Bij die stichting is ook de medeverdachte uit Wergea betrokken.
In alternatieve media, met De Andere Krant voorop, wordt Van Kessel neergezet als een held die vermoedelijk is opgepakt omdat hij te dicht bij ‘de waarheid’ in het coronadossier kwam. „Justysje giet har boekje fier te bûten”, vindt Sybren Posthumus, voormalig FNP-Statenlid dat in 2021 de politiek verliet. Hij kent Van Kessel, volgt de zaak op de voet en maakt zich grote zorgen. „It is bespotlik dat immen dêr’t de skuld perfoarst net fan bewiisd is, sa lang yn de sel bliuwe moat. De persoanlike gefolgen foar Van Kessel en ek oare minsken dy’t op basis fan flintertinne bewizen opsletten binne, lige der net om.”
De opvattingen van Posthumus worden door velen in de ‘wakkere gemeenschap’ gedeeld, en nog verder aangewakkerd door het feit dat Van Kessel tijdens zijn voorarrest van het tableau is geschrapt, na scherpe tuchtrechtelijke kritiek op zijn optreden in een arbeidszaak. Deze week zette hij na bijna 25 jaar definitief een punt achter zijn advocatenpraktijk, die door zijn detentie al maanden op slot zat.
Vrije voeten
Twee verdachten in de Barracuda-zaak, Marieke de V. (40) en Bram G. (48) uit het Overijsselse Witharen, zijn wél op vrije voeten gesteld. Zij vertellen dat ze de inval van een zwaarbewapend DSI-team op hun woonboerderij als buitenproportioneel ervoeren. Beiden werden enige tijd in voorarrest geplaatst. De zestien dagen die Marieke doorbracht, eerst onder beperkingen in een politiecel en daarna op de terroristenafdeling van de PI Zwolle, noemt ze „een stigma dat je niet zomaar kwijtraakt”.
Voor het OM blijven ze verdachten, maar die verdenking rammelt volgens het koppel aan alle kanten. „Wij hebben geen onderlinge connectie met een groep, zoals het OM suggereert”, aldus Marieke, hoewel ze de verdachte uit Wergea wel eens heeft gesproken toen ze een zitting van de Stichting Recht Oprecht bijwoonde. Volgens het OM viel haar naam in het afgetapte gesprek van 6 mei, „maar dat audiobestand hebben we nooit te horen gekregen.” Welke link het OM met Bram ziet, is hun onduidelijk.
Kwade genius
De rechtbank in Leeuwarden buigt zich deze donderdag opnieuw over de vraag of de vijf verdachten die nog steeds vastzitten het proces op vrije voeten mogen afwachten. Drie maanden geleden oordeelde de meervoudige strafkamer dat hun vrijlating vanwege de ernst van de verdenkingen „niet goed uit te leggen is aan de samenleving”.
Intussen zijn er tien verdachten in deze zaak, onder wie een bekende 61-jarige complotvlogger die een tijd lang in kringen rond Van Kessel verkeerde. Meerdere betrokkenen typeren hem als de ‘kwade genius’ die plannen, documenten en ruzies zou hebben aangejaagd. Op 25 november werd hij alsnog opgepakt op verdenking van deelname aan hetzelfde netwerk.
De inhoudelijke behandeling van de zaak wordt pas verderop in 2026 verwacht..
Verschenen in het Friesch Dagblad op 3 december (online) en in de papieren krant van 4 december 2025
Een op de drie huizen in het Drentse Ekehaar liep in 2023 schade op door aardbevingen als gevolg van gaswinning. Twee jaar later grijpt de nationale ombudsman in, want de schadeafhandeling schiet ernstig tekort. „Voor 17 euro kan ik geen steiger huren.”
Algemeen Dagblad (AD.nl) ★ 7 november 2025
In de gevel van het dorpscafé van Ekehaar loopt een scheur dwars door het voegwerk. Kroegbaas Wim Popken wijst ernaar. „Voor deze barst krijg ik 17 euro”, zegt hij met een wrange glimlach.
Om precies te zijn: 16,41 euro, blijkt uit een dik rapport van 250 pagina’s van het landelijk schadeloket van de overheid, de Commissie Mijnbouwschade. „Daar kan ik geen timmerman of steiger voor inhuren”, zegt Popken tegen de nationale ombudsman Reinier van Zutphen, die woensdag het dorp bezocht.
Aardbeving met kracht van 2,2
In oktober 2023 kreeg Ekehaar kort na elkaar drie aardbevingen te verduren door de gaswinning in het nabijgelegen Eleveld, een van de vele kleine gasvelden in het noorden van het land.
De zwaarste beving, met een kracht van 2,2 op de schaal van Richter, voelde als ‘een doffe knal’, vertelt dorpsbewoner Paul Hoekstra. „De deur klapte in de sponning.”
Uit het dorp met zo’n 260 inwoners kwamen tientallen schademeldingen binnen bij de Commissie Mijnbouwschade. Ook de woonboerderij van Hoekstra werd onderzocht.
,,Van de 27 schadeplekken zeiden ze dat er zes misschien voor een deel iets met de aardbeving te maken hadden”, zegt Hoekstra. ,,Voor één scheur kreeg ik 46 euro, terwijl een aannemer het herstelwerk op drie- tot vijfduizend euro schat. Dat verschil is absurd.”
Hoekstra voelt zich niet serieus genomen. ,,Hier pakken ze het aan zoals ze in Groningen vijftien jaar geleden begonnen: er komt een dik rapport, en uiteindelijk krijg je lang niet wat je verwacht en kun je er niets tegen inbrengen. Ze hebben niks geleerd van Groningen.”
Net buiten Groningen
Uit het Eleveld wordt al sinds 1975 gas gewonnen, met meerdere bevingen in de loop der jaren, zoals in december 1986 (kracht 2,8). Maar die bevingen rekent de commissie niet mee. Ekehaar ligt ook nét buiten het gebied waar de ruimhartigere Groningse regels voor schadeafhandeling gelden, met omgekeerde bewijslast.
,,Het is gek dat je in dezelfde gemeente aan de ene kant van het kanaal een volledige vergoeding krijgt, en aan de andere kant niet”, zegt Hanneke Bruggeman. Ze kreeg slechts een zesde van de geschatte schade aan haar Saksische boerderij uit 1855 vergoed.
Toch tekende ze, net als de meeste dorpsgenoten, voor de vergoeding. „Dat betekent niet dat ik het ermee eens ben. Mijn man was in die tijd ziek en is overleden. Ik dacht toen: choose your battles. Want anders moet je als particulier met een advocaat tegen de NAM op. Daar loop je op leeg.”
‘Geen touw aan vast te knopen’
Van de 66 schademeldingen in het dorp werd bij ongeveer de helft een vergoeding toegekend, in totaal zo’n 80.000 euro. De bedragen variëren van zo’n 800 euro tot een uitschieter van 16.000 euro, maar de meeste liggen rond de 1500 euro – een fractie van de werkelijke herstelkosten.
Commissie kende in Ekehaar voor het eerst schade toe
De Commissie Mijnbouwschade werd in 2020 opgericht als onafhankelijk loket voor alle schade buiten het Groningse gasveld. Sindsdien behandelde de commissie zo’n duizend meldingen, vooral uit de drie noordelijke provincies, waarvan verreweg de meeste werden afgewezen.
In Ekehaar erkende zij voor het eerst dat aardbevingen buiten Groningen tot ‘aantoonbare mijnbouwschade’ kunnen leiden. De vergoeding blijft vaak lager dan de herstelkosten, omdat de commissie alleen vergoeding kan adviseren voor ‘het deel van de schade dat door mijnbouw komt’.
Jan Blok, die tussen café Popken en Paul Hoekstra in woont, kreeg geen vergoeding. De scheuren in zijn huis waren volgens de commissie niet te wijten aan aardbevingsschade.
Bij zijn buren, met huizen uit dezelfde bouwperiode en vergelijkbare schade, was het wél ‘redelijkerwijs aannemelijk’ dat scheuren groter waren geworden door de bevingen, bij Blok niet. „Er is geen touw aan vast te knopen”, zegt hij. Ingediende zienswijzen veranderden daar niets aan.
Rapport duurder dan herstel
De Commissie Mijnbouwschade geeft bovendien vele malen meer uit aan papierwerk dan aan daadwerkelijke schadevergoeding. „Een rapport opstellen door een extern adviesbureau kost al snel 10.000 euro”, zegt burgemeester Anno Wietze Hiemstra (Aa en Hunze). „Een aannemer kan voor een kleiner bedrag de schade herstellen.”
De burgemeester heeft zich vastgebeten in het mijnbouwdossier en spreekt regelmatig met de Commissie Mijnbouwschade. ,,De commissie is integer, maar het gesternte waaronder zij moeten opereren, deugt niet.”
Daarvoor heeft hij aan de bel getrokken in Den Haag, maar demissionair klimaatminister Sophie Hermans blijft tot nu toe de aanpak verdedigen. Het aantal en de ernst van de schadegevallen in Ekehaar vallen in het niet bij de schade in Groningen, schreef ze onlangs in een brief aan de gemeente.
Ekehaar als waarschuwing
Inmiddels bemoeit zich ook de nationale ombudsman met de zaak. Reinier van Zutphen bezocht Ekehaar inmiddels twee keer en noemt het verlies aan vertrouwen begrijpelijk. „Er zijn verwachtingen gewekt die niet zijn waargemaakt. Het moest menselijker, makkelijker en milder, maar daarvan zie ik nog niets terug.”
In het Drentse dorp voelen burgers feilloos aan dat hun rechtsbescherming ongelijk is, zegt de ombudsman. Bovendien ziet hij Ekehaar als waarschuwing voor de rest van het land.
„Als we hiervan niet leren, herhalen we dezelfde fouten nog eens. Eind dit jaar opent in Limburg een nieuw loket voor mijnbouwschade. Of het gaat om gas, zout of steenkool – het principe moet hetzelfde zijn. Mensen willen niet per provincie of postcode anders behandeld worden.”
Minister Sophie Hermans komt volgende maand alsnog naar Ekehaar om met bewoners te praten. Het dorp hoopt vooral dat dat meer oplevert dan nog een stapel rapporten.
Verschenen bij AD.nl (Algemeen Dagblad)online op 7 november 2025 en een dag later in de papieren weekendkrant.
De in Leeuwarden geboren André Engwirda vocht als vurig communist tegen fascisten in Spanje, maar werd later nazi-spion met een moordmissie op partizanenleider Tito. Een nieuw boek – De man die Tito ging vermoorden – ontrafelt zijn onnavolgbare levensloop vol morele raadsels.
Leeuwarder Courant ★ 16 juli 2025
,,Het is bijna niet voor te stellen”, zegt Ilse Engwirda (57) over haar grootvader André. ,,Een oud-Spanjestrijder, die ondanks zijn communistische idealen in de oorlog uiteindelijk voor de Duitsers spioneerde. En tegelijkertijd was er ook nog een Joodse onderduikbaby in huis, de kleine Vera. Die lag in de box, samen met mijn vader, terwijl André voor de Sicherheitsdienst werkte. En dat zat allemaal bij elkaar, onder één dak.”
Bijna niemand kent de naam André Engwirda, maar zijn leven leest als één grote avonturenroman. Hij is veel minder bekend dan stadsgenoot Mata Hari, maar zijn dubbelleven als spion was minstens zo meeslepend – en moest hij eveneens met de dood bekopen.
Over dat onwaarschijnlijke leven is nu een rijk gedetailleerde biografie verschenen. In De man die Tito ging vermoorden reconstrueren historicus Erik Schaap en journalisten Evert de Vos en Zoran Bogdanović hoe idealist André Engwirda uitgroeide tot nazi-spion en moordkandidaat op de Joegoslavische verzetsleider en latere staatsman Tito.
,,Hij is niet oud geworden, maar hij heeft geleefd voor vijf”, zegt Erik Schaap, auteur van meerdere boeken over de Tweede Wereldoorlog. Hoe het boek tot stand kwam? ,,Evert en ik kwamen elkaar na jaren weer tegen in Zaandam. Ik was bezig met een boek over Nederlandse vrijwilligers in de Spaanse Burgeroorlog, en Evert zei: ‘Dan ken ik ook nog een mooi verhaal.’ Hij vertelde over de opa van een goede vriendin, Ilse – dat was dus André Engwirda. Ik dacht meteen: hier móet een boek over komen.”
Geboren aan de Doelestraat
André Engwirda wordt op 16 december 1917 geboren in de Doelestraat in Leeuwarden, in een inmiddels verdwenen hoekpand tegenover het Coulonhuis. Hij groeit op met een driftige vader Frans die als huizenspeculant faalt en voortdurend op zoek is naar werk. In 1926 verhuist het gezin naar Maastricht, waar de situatie verslechtert door de woede-uitbarstingen van zijn vader. Als zijn ouders scheiden, komt André te wonen bij zijn moeder en stiefvader – en via hem vindt hij de weg naar de socialistische jeugdbeweging.
Hij flirt ook kort met de NSB, maar het is uiteindelijk de revolutionaire boodschap van de CPN die bij hem aanslaat. Via de partij raakt hij betrokken bij solidariteitsacties voor Spanje en in 1937 neemt hij zelf de wapens op tegen het oprukkende fascisme. Illegaal reist hij via Parijs en de Pyreneeën naar het front, waar hij zich aansluit bij de Internationale Brigades en tot luitenant wordt bevorderd.
Terug in Nederland trouwt hij met Clara Ortmans, een kapster uit een even communistisch nest. Als de Duitsers in 1940 binnenvallen, wordt hij als oud-Spanjestrijder opgepakt door de Sicherheitsdienst (SD) en opgesloten. Zijn vrijlating in 1941 markeert een kantelpunt, zegt Schaap. ,,Eerst probeert hij te infiltreren bij de SD. Daar komt hij onder valse voorwendselen binnen, en waarschuwt zijn kameraden in het verzet – maar dat slaat niet aan. Hij wordt gewantrouwd en keert zich uiteindelijk echt naar de andere kant.”
Een explosieve vulpen
Engwirda krijgt van de Duitsers een spionagetraining in Den Haag en Berlijn, en leert alles over codetaal, sabotage en infiltratie. In 1944 wordt hij naar Joegoslavië gestuurd om zich aan te sluiten bij de partizanen in Bosnië. Als Spanjestrijder wordt hij geloofwaardig geacht. Zijn geheime missie: doordringen tot Tito’s hoofdkwartier – een grot op het eiland Vis – en hem doden met een explosieve vulpen.
Wat Schaap fascineert, is dat Engwirda het tot het einde toe volhield. ,,Hij had genoeg momenten om af te zien van zijn missie, maar hij ging door. Terwijl je denkt: wat zijn je kansen op succes? Of om het zelf te overleven?”
Uiteindelijk valt hij door de mand. Hij wordt ondervraagd, bekent en verdwijnt. Het is dan eind september 1944. Vermoedelijk is hij kort daarna gefusilleerd. Zijn verhaal leeft in Joegoslavië nog lang voort. In oorlogsboeken en partizanenmemoires wordt het aangehaald als voorbeeld van Duitse sabotage. In 1982 wordt het zelfs verfilmd in de Joegoslavische tv-productie Operacija Teodor.
Kind van een ‘foute’ ouder
In Nederland blijft zijn verdwijning jarenlang een mysterie. Voor zijn vrouw Clara was het verhaal te pijnlijk. Ze bleef haar leven lang links, was actief bij de PSP en feministisch betrokken, maar zweeg over haar huwelijk met een man die in 1950 bij verstek als oorlogsmisdadiger tot acht jaar cel werd veroordeeld.
,,Mijn oma Clara heeft daar haar leven lang over gezwegen”, vertelt Ilse. ,,Pas op haar 95ste, één keer, heeft ze erover gepraat. Ze zei toen: hij was mijn grote liefde. Ze woonde in een verzorgingsflat, kon nauwelijks lopen, maar liep elke dag naar de brievenbus in de hoop iets van hem te horen.”
Ilse’s vader Anton, nu 83, deed sinds zijn vijftigste onderzoek naar het verleden van zijn vader. Zijn hele leven stond in het teken van kind van een ‘foute’ ouder zijn. Zo sloot hij zich aan bij de Werkgroep Herkenning voor nazaten van collaborateurs en geloofde hij dat hij daardoor kansen had gemist, omdat hem regelmatig banen werden geweigerd. ,,Maar uiteindelijk bleek dat hij in het vizier van de BVD kwam, niet zozeer vanwege zijn vader, maar de communistische sympathieën aan beide kanten van de familie”, zegt Ilse.
Alles of niets
Lange tijd hoopten de nabestaanden dat André Engwirda toch een dubbelspion was met een linkse inborst. Dat hij ooit een Joods onderduikkind in huis had, leverde later zelfs een onderscheiding op. Voor de familie was dat lang een teken dat hij ‘eigenlijk’ aan de goede kant stond. Maar in het boek komen de auteurs tot de conclusie dat André Engwirda aan het eind van zijn leven waarschijnlijk toch echt fout was.
,,André Engwirda was geen man van het midden”, vat Schaap samen. ,,Hij koos altijd de uitersten. In Spanje was hij vol overtuiging communist, moedig, strijdlustig. Maar ook als infiltrant ging hij er vol in. Hij schreef zijn vrouw brieven vanuit Joegoslavië waarin hij tot op het laatst geloofde in de eindoverwinning van de nazi’s.” Die radicale gedrevenheid herkent Ilse ook: ,,Rationeel snap je zijn keuzes niet, maar het past wel bij hoe mannen in onze familie zijn. Het is alles of niets.”
Voor Ilse voelt het grondig onderbouwde boek als een afsluiting. ,,Voor mijn vader was dat moeilijker. Hij was best geraakt door de conclusie dat zijn vader fout was. Hij had altijd gehoopt dat het ingewikkelder lag. Ik ben zelf strafrechtadvocaat. Ik kijk niet snel moreel naar mensen, en al helemaal niet naar keuzes uit een oorlog die tachtig jaar geleden plaatsvond.”
Tussen goed en fout
Schaap wil met het boek niet alleen een onbekend levensverhaal blootleggen, maar ook laten zien hoe diffuus de scheidslijn tussen goed en fout in oorlogstijd kan zijn. Het boek ziet hij als onderdeel van een drieluik: eerder schreef hij over collaborateurs Johnny de Droog en Franci Siffels. ,,Ook zij begonnen elk als verzetsmensen, en belandden aan de verkeerde kant.”
De vraag die steeds terugkeert: waarom? ,,Dat vind ik interessant. Troepenbewegingen interesseren me niet, en ik weet niets van vliegtuigen of tanks. Maar waarom doen mensen wat ze doen? Wat zijn hun beweegredenen? Als dat ergens zichtbaar wordt, dan is het wel in het leven van André Engwirda.”
De man die Tito ging vermoorden van Zoran Bogdanović, Erik Schaap en Evert de Vos (24,99 euro, 296 pagina’s) is verschenen bij Alfabet Uitgevers.
Verschenen in de LC(online op 15 juli 2025 en een dag later in de papieren krant) en in het Dagblad van het Noorden van 23 juli 2025.
Recreatieondernemer Theo op de Hoek uit Makkum had grootse plannen maar belandde in een financieel en juridisch moeras. Hij wijst zijn voormalig adviseur Ferris van H. aan als hoofdschuldige voor dit ondernemersdrama. Van H. ontkent en kaatst de bal terug. Ook schakelde hij de afgelopen maanden vier advocatenfirma’s in om publicatie van dit verhaal tegen te houden. Tevergeefs.
Leeuwarder Courant ★ 31 mei 2025 (co-producties met Niek Donker)
Theo op de Hoek denkt in 2021 zijn Makkumer strandhotel Vigilante te verkopen aan een zakenvrouw uit Dubai. Op een terras in Amsterdam sluit hij echter geen deal, maar verliest zes ton bij een spectaculaire roof. En dan is daar adviseur Ferris van H. (39), die als reddende engel wordt gepresenteerd. Maar is hij dat wel? En wat hebben de verdwenen bitcoins van de Makkumer hotelbaas te maken met een oude oplichtingszaak rond scheepsbouwer Thecla Bodewes? | Download PDF
Hotelbaas Theo op de Hoek uit Makkum belandde in een financieel en juridisch moeras. Met de ondergang in zicht was het pompen of verzuipen. Hij wijst zijn voormalig adviseur Ferris van H. aan als hoofdschuldige. Die verwijt juist Op de Hoek dat hij zelf tientallen miljoenen heeft weggesluisd naar Roemenië. Reconstructie van een ondernemersdrama. | Download PDF
Zeven advocaten van vier verschillende kantoren uit het hele land: een batterij juristen probeerde publicatie in de Leeuwarder Courant te voorkomen van verhalen over de rol die financieel adviseur Ferris van H. speelde in het imperium van recreatieondernemer Theo op de Hoek uit Makkum. | Download PDF
Het LC-onderzoek werd mede mogelijk gemaakt met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Hieronder het artikel over de bitcoinroof.
Hotelbaas Theo op de Hoek (66) uit Makkum verliest 6 ton bij spectaculaire bitcoinroof. Waar is het geld gebleven?
Richard de Boer en Niek Donker ★ LC, 31 mei 2025
Theo op de Hoek (66) denkt in 2021 zijn Makkumer strandhotel Vigilante te verkopen aan een zakenvrouw uit Dubai. Op een terras in Amsterdam sluit hij echter geen deal, maar verliest zes ton bij een spectaculaire roof. En dan is daar adviseur Ferris van H. (39), die als reddende engel wordt gepresenteerd. Maar is hij dat wel?
Vrijdagmiddag 20 augustus 2021. Op een terras aan de Wibautstraat in Amsterdam buigt Theo op de Hoek zich over de laptop van een man die zich Aaron Bahir noemt. Door de zon ziet de hotelbaas uit Makkum het scherm slecht, maar volgens Bahir zou er te zien zijn dat er 4,2 miljoen euro op zijn rekening is gestort.
Het moet de aanbetaling zijn van de investeringsmaatschappij Bahir & Almarzooqi Developments, geleid door een rijke zakenvrouw uit de Emiraten, Najwa Almarzooqi. Op de Hoek heeft haar nooit ontmoet, maar wel een deal gesloten van 42 miljoen euro voor de overname van zijn hotel Vigilante en een groot nieuwbouwproject aan het strand van Makkum.
Nu wil haar vertegenwoordiger Aaron Bahir, een nette middelbare man met een dik brilmontuur, zijn commissie ontvangen: zes ton in bitcoins. De overdracht via QR-code verloopt traag en Bahir wordt ongeduldig. Hij verwijt Op de Hoek dat hij zijn afspraak niet nakomt.
Uiteindelijk lukt de betaling toch. Bahir appt een QR-code naar Op de Hoeks makelaar, Thijs de Jonge, die de bitcoins van Op de Hoek beheert. ‘Het ging blijkbaar goed’, appt de makelaar even later. De bitcoins zijn verstuurd.
Bizarre wending
Dan nemen de zaken ineens een bizarre wending. Uit het niets duikt een jongeman in joggingpak over Op de Hoek heen, grist Bahirs laptop en aktetas van tafel en sprint de Wibautstraat over. Omstanders zien hem in een stationwagen springen, noteren het kenteken en bellen de politie.
En Bahir? Die is ineens nergens te bekennen. Hij neemt zijn telefoon niet meer op. Nog geen uur later traceert de politie de stationwagen op de A4 bij Leidschendam. Twee verdachten, broers van 21 en 28 jaar uit Rotterdam, worden aangehouden.
Diezelfde middag doet Op de Hoek aangifte. De politie toont foto’s van de aangehouden mannen, maar de hotelbaas is zo verward dat hij niet kan bevestigen of hij ze herkent. De broers worden weer vrijgelaten.
In de dagen daarna is Op de Hoek volledig uit het lood geslagen. Uit schaamte vertelt hij niemand wat hem is overkomen. De aanbetaling blijkt nooit te zijn gedaan en de bankgarantie is vals. Bahir is spoorloos. Op de Hoek is zes ton kwijt. Hij dacht een gouden hoteldeal te sluiten, maar werd slachtoffer van een oplichtingstruc met bitcoins en veel spektakel.
Miljoenen verdwijnen
De Leeuwarder Courant onderzocht het afgelopen jaar de financiële chaos in de bedrijven van Op de Hoek, sprak met de 66-jarige ondernemer en tientallen betrokkenen. De bitcoinroof in 2021 is niet zijn enige dramatische avontuur, maar wel het kantelpunt naar de meest onstuimige periode uit zijn veertig jaar ondernemerschap.
In de jaren daarna verdwijnen miljoenen uit zijn bedrijven, kloppen schuldeisers aan en stapelen de juridische conflicten zich op. Faillissement dreigt, terwijl het bouwproject aan het Makkumer strand – een hoteluitbreiding met 32 koopappartementen – al sinds oktober 2023 stilligt.
Op de Hoek laat zich in die periode vooral adviseren door één man: de nu 39-jarige Ferris van H.. Hij duikt na de bitcoinroof op als juridisch adviseur en groeit snel uit tot vertrouweling en rechterhand van Op de Hoek. In het midden van de chaos lijkt Van H. overal bij betrokken.
Volgens Op de Hoek is het deze man die hem de afgrond in heeft geholpen. Van H. wijst die beschuldiging van de hand: niet hij, maar Op de Hoek heeft zijn eigen ondergang veroorzaakt – door ‘vele tientallen miljoenen euro’s’ uit zijn bedrijven weg te sluizen naar Roemenië.
Valse identiteiten en toneelstukjes
Ferris van H. wordt kort na de bitcoinoverval geïntroduceerd door privédetective Erik van Pomeren. Die is door Op de Hoeks makelaar Thijs de Jonge ingeschakeld om onderzoek te doen naar de kwestie.
Volgens Van Pomeren heet Aaron Bahir eigenlijk Robert T., en maakt hij deel uit van een bende die eerder in België is veroordeeld voor oplichting. De groep beroofde daar meerdere partijen van hun kapitaal door gebruik te maken van valse identiteiten en zorgvuldig in elkaar gezette toneelstukjes. Maar ook De Jonge is erbij betrokken, stelt de detective. Al eerder zou de Sneker makelaar met Bahir verdachte zijn geweest in een andere zaak, en met hem in goud en bitcoins handelen.
Ferris van H. is dé man om De Jonge aan te pakken, stelt Van Pomeren voor. Een juridisch adviseur die beslagverzoeken schrijft met ‘100 procent slagingskans’. Op de Hoek is onder de indruk van Van H., een zelfverzekerde dertiger met een vlotte babbel, veel juridische ervaring en een groot netwerk.
Maar Van H. heeft ook een omstreden verleden. In 2019 is hij veroordeeld tot zes maanden cel voor witwassen en verduistering in de Bodewes-zaak. Daarin werd scheepsbouwer Thecla Bodewes voor zes ton opgelicht via een financieringsdeal rond een scheepswerf in Harlingen. Van H. zou zo’n twee ton van de zakenvrouw hebben verduisterd, maar stelde dat hij ook zelf was misleid door een bende oplichters.
Onvoldoende voorzichtig
Van H. pakt voor Op de Hoek de bitcoinzaak voortvarend op. Hij schakelt zijn juridische partner Arjen Maes van Lexman Advocaten in. Hij stelt twee maanden na de spectaculaire roof Thijs de Jonge en diens bedrijf Euro Investments Consultancy aansprakelijk. De makelaar zou onrechtmatig hebben gehandeld en medeplichtig zijn aan het verdwijnen van de bitcoins.
Beslagleggingen volgen, en een civiele procedure. Maar De Jonge, ongeneeslijk ziek, overlijdt elf maanden na de eerste beschuldigingen. Een jaar na zijn dood wijst de rechtbank alle vorderingen van Op de Hoek af. Volgens de rechter is er geen bewijs dat de makelaar deel uitmaakte van een complot met Bahir. Hij zou zelfs voor de risico’s van een bitcointransactie hebben gewaarschuwd.
De zaak krijgt geen strafrechtelijk vervolg. Het Openbaar Ministerie verwijt Op de Hoek dat hij zelf onvoldoende voorzichtig is geweest om de oplichting te voorkomen. Hij sloeg waarschuwingen van notariskantoor Trip in de wind toen hij besloot toch met Bahir door te gaan.
Maar Van H. onderneemt ook stappen tegen de investeerder Bahir & Almarzooqi Developments. Hoewel deze Britse bv een lege huls blijkt te zijn, de identiteit van Bahir vals is en de bankgarantie ook, zegt Ferris een aanknopingspunt te hebben: het paspoort van de vermeende zakenvrouw uit de Emiraten zou wél echt zijn.
Hij stelt voor naar Dubai te reizen om Najwa Almarzooqi juridisch aan te pakken. Daarvoor moet Op de Hoek wel 50.000 euro overmaken om de zaak in gang te zetten.
Rond kerst 2021 vertrekt Van H. naar Dubai. Daar beweert hij een zitting in de rechtbank bij te wonen en Najwa’s broer en raadsman te ontmoeten. ‘We staan er goed voor, weet ik zeker’, appt Van H. vanuit Dubai. Op de Hoek reageert opgelucht: ‘Mooi, goed nieuws.’
Een Friese jurist in de Emiraten
Voor de zaak in Dubai roept Van H. de hulp in van een Friese jurist, die ook een advocatenkantoor heeft in de Emiraten en zegt te weten hoe daar de hazen lopen. Volgens haar is Almarzooqi een ‘dure naam’: een invloedrijke familie waar men niet zomaar tegen optreedt. Maar ze belooft de familie onder druk te zetten. ‘Toch wel een schande, zo’n zwart schaap dat de boel oplicht’, mailt ze vanuit de Golfstaat.
Op de Hoek rekent op 2,7 miljoen euro: een schikking waarmee zakenvrouw Najwa zou hebben ingestemd. Van H. beweert later dat hij die deal in Dubai niet zelf uitonderhandeld heeft; volgens hem had de Friese jurist ‘de lead’. Die zegt op haar beurt dat zij slechts een vaststellingsovereenkomst opstelde op basis van door Van H. aangeleverde informatie. Telkens lijkt de uitbetaling dichtbij, maar volgens haar loopt het steeds ergens spaak in Dubai – bureaucratie, juridische obstakels, formaliteiten. Het beloofde geld blijft uit.
De twijfel groeit. Hoeveel heeft Op de Hoek inmiddels al betaald aan advocaten en adviseurs die hoop blijven wekken – maar niets concreets leveren? Als Op de Hoek en Van H. in maart 2024 definitief hun banden verbreken, is er nog steeds geen begin van een oplossing.
Rookgordijnen en valse identiteiten
Opvallend is hoe sterk deze zaak doet denken aan de oplichting van scheepsbouwer Bodewes uit 2013. In beide zaken wordt een zogenaamde rijke investeerder uit het Midden-Oosten via een vertrouwde tussenpersoon geïntroduceerd – bij Op de Hoek is dat via makelaar Thijs de Jonge. Beide deals eindigen in voorschotfraude.
Ferris van H. werpt zich in beide zaken op als goedbedoelende redder in nood. In de Bodewes-zaak schakelt hij een privédetective in, Gerrit de Boer, die in zijn rapport de schuld legt bij een bende oplichters. Jaren later, bij de bitcoinzaak, wijst privédetective Erik van Pomeren een ander lid van diezelfde bende aan als dader. En vervolgens beveelt hij Van H. aan bij Op de Hoek.
Rookgordijnen, valse identiteiten en zogenaamd betrouwbare tussenpersonen spelen hier een cruciale rol. In de bitcoinzaak lijkt het bedrog, dat met de beroving en de valse identiteit van Aaron Bahir al deels werd onthuld, nog lang te worden voortgezet. Zo ontbreekt van een rechtbankzitting in Dubai, die volgens Van H. in december 2021 plaatsvond, elk spoor.
Najwa en haar familie blijken onvindbaar in de Emiraten. In een Zoom-interview met de LC houdt de Friese jurist vol dat ze contact had met Almarzooqi – die volgens haar de werkelijke oplichter is. Als bewijs toont ze een mailwisseling waarin Najwa ineens Saeeda blijkt te heten en aan een universiteit werkt.
Maar deze Saeeda Almarzooqi, in werkelijkheid een universiteitsdocent met een indrukwekkend cv, lijkt in niets op de zakenvrouw uit het paspoort. Pogingen van de LC om deze vrouw te spreken, bleven zonder reactie.
De zaak blijft mistig. De jurist wil haar naam niet in de krant: ,,Ik wil niet vermoord worden of in de cel belanden in Dubai”, waarschuwt ze. ,,Dat is een reëel risico.”
Onderlinge beschuldigingen
Ondanks jaren van onderzoek door politie, justitie en een stoet aan juristen is nog altijd niet duidelijk waar de bitcoins van Theo op de Hoek zijn gebleven – en wie er achter de fraude zit.
De geschiedenis lijkt zich te herhalen. Ook de Bodewes-zaak uit 2013, waarbij Van H. betrokken was, bleef vanwege de complexiteit jarenlang liggen. Omdat verdachten elkaar beschuldigden en onderling tegenspraken, duurde het zes jaar voordat de rechter tot een vonnis kwam.
Woensdag 4 juni, opnieuw zes jaar later, dient het hoger beroep. Dan zullen Ferris van H. en twee andere verdachten hun onschuld bepleiten voor het hof in Zwolle. Ondertussen loopt er in de bitcoinzaak nog een hoger beroep van Op de Hoek tegen de erfgenamen van makelaar De Jonge.
Dit LC-onderzoek verscheen online op 30 mei 2025 en in de krant van 31 mei 2025, en is mede mogelijk gemaakt met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.
Oud-curator Tjitze Pasma zat jaren achter de Harlinger ondernemer Nol Roelevink aan. Hij omschrijft hem als ‘een charmante boef’. Zowel in Nederland als Zuid-Afrika stond Roelevink voor de rechter op verdenking van fraude. Hoe slaagde hij er steeds in een veroordeling te ontlopen?
Omroep Zilt ★ 16 december 2024
“Nol Roelevink is uitermate slim, voorkomend en gesoigneerd. Hij spreekt keurig en ziet er altijd uit om door een ringetje te halen”, zegt Tjitze Pasma. “Het prototype van een oplichter.”
De 75-jarige oud-curator hield zich twaalf jaar bezig met Roelevink, nadat diens verzekeringskantoor Euro Consultants Noord in 2003 failliet ging. Pasma werd aangesteld om het bankroet te onderzoeken.
Euro Consultants Noord kende vanaf de start in 1998 een bliksemgroei met de verkoop van fiscaal aantrekkelijke lijfrentepolissen. Daarvoor kreeg eigenaar Roelevink royale provisies van de verzekeraars. Op een gegeven moment behaalde hij een jaaromzet van 130 miljoen euro.
Maar toen de belastingvoordelen van deze polissen werden afgeschaft, zegden klanten ze massaal op. De verzekeraar eiste de uitgekeerde provisies van Roelevink terug, maar dat geld was al uitgegeven. In mei 2003 volgde een onvermijdelijk faillissement, met een schuld die oploopt tot 4,5 miljoen euro. De grootste van de in totaal zestig schuldeisers zijn verzekeraars Stad Rotterdam (ruim 1,7 miljoen) en Hooge Huys (bijna 1 miljoen).
Curator Pasma stort zich volledig op het dossier. “Roelevink zei in een van onze eerste gesprekken tegen mij: ‘Geef me wat tijd.’ Hij zou bezig zijn met een grote transactie die geld ging opleveren”, vertelt de gepensioneerde curator in zijn Friese vakantiewoning. “Dat geld zou dan naar het faillissement gaan, zodat iedereen betaald kon worden.”
De curator gaat akkoord en geeft hem even de ruimte. “Ik zei: ‘Als jij denkt dat je het met die transactie af kunt wikkelen en je houdt je aan je afspraken, dan vertrouw ik daarop.’ Nou, dat was dus volstrekt misplaatst. Ik moest hem op zijn nek gaan zitten, want hij kwam niet over de brug met die centen. Er was altijd wat. Dan dit weer, dan dat weer.”
‘Ik zat hem te dicht op de huid’ Als Pasma Roelevink blijft vragen waar het geld van die grote transactie blijft, wordt het hem te heet onder de voeten, aldus de curator. “Ik kreeg een tip dat hij een container aan het laden was en wel eens de benen zou kunnen nemen. Ik heb toen zijn paspoort ingenomen, dat heeft jaren bij mij gelegen. Toch was hij een paar dagen later gevlogen. Ik zat hem te dicht op de huid.”
Roelevink vertrekt in juli 2003, ruim twee maanden na het faillissement van zijn verzekeringskantoor en zonder toestemming van de rechter-commissaris, met zijn gezin naar Zuid-Afrika. Pasma spreekt ondertussen veel mensen en neemt ook Roelevinks andere bv’s nauwkeurig onder de loep.
“Toen begon ik fraude te vermoeden. Maar Roelevink bleef ongrijpbaar. Hij had een leuk huis in Franeker. En dure auto’s, maar die waren al verkocht. Ik traceerde nog een dure Harley Davidson, maar die stond natuurlijk op naam van iemand anders. Met Roelevink is het zo: hij heeft nooit geld, maar het is wel ergens. Alleen weet niemand waar.”
En Roelevink zelf blijft in Zuid-Afrika acht jaar buiten het bereik van de curator. Wat hij daar precies uitspookt, weet Pasma niet. “Maar Roelevink zou Roelevink niet zijn – want hij is een ongelooflijk goede prater – als hij ook daar geen mensen wist te charmeren”, meent de curator. “Hij raakte daar betrokken bij een diamantmijn en Godbetert nog an toe, daar heeft hij de boel ook belazerd.”
Roelevink zegt dat hij helemaal niet hals over kop is gevlucht, zoals Pasma het schetst. “Ik heb nog een groot feest gegeven voordat we vertrokken. Er stond een hele week een verhuiswagen voor de deur. Dus nee, het was niet overhaast. Al had ik alles wel geregeld om meteen te vertrekken.”
Zijn paspoort heeft hij ook nooit ingeleverd, stelt hij. “Hoe had ik anders naar Zuid-Afrika kunnen reizen? Pasma had mij daarover een brief gestuurd waarin werd geëist dat ik mijn paspoort zou inleveren, maar die kwam aan toen ik al weg was.”
De grote transactie waar Pasma aan refereert, zou volgens Roelevink gaan over een mondelinge afspraak met de curator. Hij stelt dat hij 90.000 euro in drie termijnen zou aflossen om de aansprakelijkheid van zijn holding Leffert Beheer voor het failliete verzekeringskantoor Euro Consultants Noord af te wenden. Volgens Roelevink werd die afspraak door de curator geschonden toen hij in Zuid-Afrika bleek te zitten, nog voordat de overeenkomst schriftelijk was vastgelegd.
Pasma kan zich een afspraak over 90.000 euro niet herinneren. “Hij doet alsof hij een slachtoffer is van mij. Als ik naar hem geluisterd had, dan had hij 90.000 euro op het kleed gelegd. Maar daar hebben wij het nooit over gehad.”
Uitzicht op de Tafelberg Nol Roelevink strijkt neer in Somerset West, een plaatsje vlakbij Kaapstad met uitzicht op de Tafelberg. Naar verluidt op uitnodiging van zijn neef Jan Yntema, om daar in alle rust een nieuw bestaan op te bouwen.
Hij beschikt dan naar eigen zeggen over een privévermogen van 11 miljoen euro, opgebouwd met winstuitkeringen en de overwaarde van panden die hij in Nederland had verkocht. Oorspronkelijk zou hij van plan zijn geweest om regelmatig terug naar Nederland te vliegen voor lopende zaken.
Maar dat maakt Pasma onmogelijk als de curator na zijn vertrek een strafklacht indient tegen Roelevink en de rechtbank in oktober 2003 een gijzelingsbevel uitvaardigt.
In zijn nieuwe thuisland duikt Roelevink al snel in nieuwe zakelijke avonturen. Hij ontmoet daar Jürgen Knop, een Duitser uit de bankwereld die zich ook in Somerset West heeft gevestigd. Samen zetten ze al snel nieuwe projecten op.
Een van die projecten is het ontwikkelen van een verlaten diamantmijn in Kimberley, boven Johannesburg. Dat doen ze samen met een derde zakenpartner, de houthandelaar Gregory Dicey.
2,5 miljard euro aan diamanten Na een tragisch ongeluk waarbij tientallen mijnwerkers omkwamen, lag de mijn lange tijd stil, maar de drie zien een kans om de diamantwinning weer tot bloei te brengen. “Uit oude boringen bleek dat er nog 2,5 miljard euro aan diamanten in de grond zat”, vertelt Roelevink.
“Ik had 25 procent van het bedrijf en begon samen met investeerders en een ingenieur aan een plan om de mijn weer operationeel te maken.” Met een techniek waarbij ze tunnelwanden met spuitbeton konden verstevigen, wilden ze de mijn weer exploiteren.
Roelevink beschrijft het gebied rondom de oude mijn als een filmset. “Het leek net een western. Kimberley was een stoffig stadje met alleen maar donkere mensen, en één blanke advocaat die alles in handen had.”
Na een jaar onderhandelen met de advocaat en nabestaanden van de mijnramp weet hij alle mijnrechten te verkrijgen. Via een bankier in New York zou een lening van 100 miljoen dollar worden geregeld.
Dan gaat het mis met de plannen. “Vlak voordat we het contract voor de diamantmijn konden sluiten, kreeg ik een vreemd telefoontje van een kennis uit Kaapstad”, vertelt Roelevink.
“Hij zei: ‘Je moet die houthandelaar Gregory Dicey in de gaten houden. Die is met iets bezig.’ En dat bleek te kloppen, want op een zaterdagochtend stond er ineens allemaal politie bij mij voor de deur. Ik liep in mijn badjas naar buiten en stond meteen onder arrest. Ik vroeg: ‘Voor wat?’ De agent zei: ‘Voor fraude.’”
‘Twee moordaanslagen’ Hij belandt op zaterdag 2 februari 2006 in een politiecel in Kaapstad, samen met zijn zakenpartner Jürgen Knop. Terwijl Knop na vier dagen op borgtocht vrijkomt, blijft Roelevink langer vastzitten omdat er ook een uitleveringsverzoek uit Nederland ligt.
Vanuit Nederland doet Roelevinks advocaat er alles aan om het uitleveringsverzoek te laten intrekken en te voorkomen dat hij vanuit de politiecel naar een overvol huis van bewaring wordt overgebracht. Maar het is te laat: Roelevink is naar eigen zeggen al overgeplaatst naar een overvolle kerker.
Daar, vertelt hij, overleeft hij twee moordaanslagen. “Ik was de enige blanke daar. Een mob van twintig man stond te schreeuwen dat ik moest worden afgemaakt. Ze probeerden me aan te vallen met een mes, maar op wonderbaarlijke wijze raakten ze me nooit. De man naast me wel. Hij werd dood afgevoerd. Dat gebeurde gewoon waar je bij stond.”
Na meerdere afgewezen borgtochten besluit de rechter hem op vrijdag 8 februari toch vrij te laten. Het uitleveringsverzoek van Nederland is op dat moment ingetrokken. “Dat was een godswonder.”
Volgens Roelevink had zakenpartner Dicey aangifte gedaan van fraude en oplichting, zodat hij alle aandelen kon overnemen. Als bewijs zou hij nieuwsberichten uit Nederland hebben gebruikt waarin Roelevink als ‘oplichter’ wordt bestempeld.
“Dicey vloog naar de bankier in New York om hem te overtuigen de deal niet meer met ons te maken, maar rechtstreeks met hem. Terwijl wij vastzaten, heeft de mijneigenaar de deal met ons gecanceld. Mijn bankrekeningen waren bevroren, de deal was kapot, en mijn geld was weg.”
Gregory Dicey wil niet meer op de zaak ingaan. Op herhaaldelijke vragen van Omroep Zilt reageert hij kort via WhatsApp: “Mijn advies is: doe geen zaken met Roelevink.”
Een rechtszaak over aandelen De mislukking van het mijnproject is voor Roelevink een zware financiële klap, maar niet zijn enige onderneming in Zuid-Afrika. Ondertussen had hij zich ook op zijn andere passie gestort: de vastgoedwereld.
“Ik kon mezelf onderhouden door huizen te kopen, te verbouwen en met winst te verkopen”, vertelt hij. “Partners zorgden voor de financiering, terwijl ik de renovaties en de inrichting regelde. We verkochten gemiddeld drie à vier huizen per jaar.”
Wanneer er een project voorbij komt om een voormalig kerkgebouw om te bouwen tot appartementencomplex, besluiten Roelevink en zijn zakenpartner Knop erin te investeren. Roelevink haalt ook twee andere vastgoedinvesteerders over om mee te doen. Deze twee leggen samen zo’n 80.000 euro in en zouden dan elk 10 procent van de aandelen krijgen, terwijl Roelevink en Knop samen 80 procent in handen hebben.
Maar in november 2005 blijft het eerste rendement voor de twee vastgoedinvesteerders uit. Twee maanden later ontdekken ze dat hun geld niet eens in het project is geïnvesteerd vanwege een conflict tussen Roelevink en de projectontwikkelaars. Hun geld krijgen ze niet terug.
In november 2009 dagen de twee Roelevink voor de handelsrechter. Ze beschuldigen hem van fraude en eisen hun investering van 80.000 euro terug. Roelevink verklaart in de rechtbank dat hij van plan was het geld terug te betalen, maar dat zijn bankrekeningen werden bevroren na zijn arrestatie in februari 2006, waardoor hij dit niet kon doen.
Bovendien had hij aandelen aan de ondernemers verkocht, dus de transactie was een aandelenoverdracht en geen lening. De rechter gaat daar in mee, concludeert dat er geen sprake was van fraude en spreekt Roelevink vrij.
Die vrijspraak had een opluchting moeten zijn, maar Roelevink is dan nog niet van zijn problemen af. Er zit jarenlang een advocatenkantoor achter hem aan die deurwaarders op hem afstuurt. Het kantoor had de verblijfsvergunningen voor zijn gezin geregeld en zijn zakelijke contracten opgesteld, maar er stond nog een open rekening van omgerekend zo’n 18.000 euro.
Advocaat Ralph Ertner van het betreffende advocatenkantoor IBN Consulting wil er weinig over kwijt, ook vanwege zijn beroepsgeheim. “We hebben veel geld verloren aan Roelevink. We houden dit hoofdstuk afgesloten om oude wonden niet opnieuw open te trekken.” Roelevink beweert het bedrag te hebben terugbetaald aan een voormalige compagnon van Ertner, al was dat contant en daardoor lastig te bewijzen.
Na al deze zakelijke tegenslagen was Roelevink naar eigen zeggen vrijwel blut. Van de miljoenen aan privévermogen die hij ooit zou hebben gehad, is na het mislukte mijnbouwproject en de rechtszaak bijna niets meer over. “Onze koelkast was soms leeg en financieel stonden we er beroerd voor.”
Curator Pasma zet juridische stappen Tijdens Roelevinks jaren in Zuid-Afrika werkt faillissementscurator Tjitze Pasma in de tussentijd hard door aan het onderzoek naar zijn geldstromen. Aanvankelijk staat de curator met lege handen: de boedels van drie failliet verklaarde vennootschappen van Roelevink blijken niets waard.
Hij zet daarom juridische stappen om alsnog geld binnen te halen. Deze inspanningen leiden er uiteindelijk toe dat Roelevink in februari 2004 ook persoonlijk failliet wordt verklaard. Vanuit Zuid-Afrika vecht Roelevink het vonnis aan en betwist de vorderingen van schuldeisers, maar het gerechtshof stelt hem op alle punten in het ongelijk.
Ondertussen wordt de curator gebeld door talloze mensen die nog geld van Roelevink tegoed hebben uit andere zaken, en ontvangt hij zelfs vorderingen van Roelevinks tandarts. Volgens die schuldeisers moet er ergens wel geld aanwezig zijn bij Roelevink.
Een belangrijke aanwijzing komt van twee broers uit Makkum, die Roelevink kenden van de manege waar zijn dochter paardreed. De broers runden een schoonmaakbedrijf en hadden een mechanische gevelreiniger, de Skybrush, uitgevonden en laten patenteren. “Met zijn overtuigingskracht heeft hij die jongens zo ver gekregen om hun patenten en rechten onder te brengen in een gekochte lege bv”, vertelt Pasma. Dat speelde zich af in 2002.
Aanvankelijk bezaten de broers en Roelevink samen aandelen in de bv, maar de broers droegen hun aandelen al snel aan Roelevink over. “Hij overtuigde hen dat dit nodig was om het project groot te maken, want ze zouden met die gevelreiniger de wereld gaan veroveren. Hij kon makkelijker opereren wanneer alle aandelen ook bij hem in eigendom waren.”
Roelevink verkocht de aandelen vervolgens in twee etappes aan een gevelonderhoudsbedrijf in Houten, Frontplan, dat de Skybrush internationaal wilde uitrollen. De opbrengst van 305.000 euro had naar de broers moeten gaan, maar zij zagen er niets van terug. Volgens hen hield Roelevink hen vanuit Zuid-Afrika nog een tijdlang aan het lijntje met beloften dat het geld zou komen. Pasma concludeert dat Roelevink het bedrag achteroverdrukte.
Met de hulp van accountants en de FIOD weet curator Pasma de transacties helemaal te ontrafelen. Via een omweg langs rekeningen in Luxemburg en op Curaçao blijkt de 305.000 euro te zijn terechtgekomen op de rekening van Roelevinks neef in Zuid-Afrika, Jan Yntema.
Het bedrag werd begin juli 2003 overgeboekt, kort voordat Roelevink met zijn gezin in Zuid-Afrika aankwam. “Dat was die grote transactie waar Roelevink het bij mij over had toen zijn verzekeringskantoor net failliet was gegaan”, vermoedt Pasma. “Dat geld heeft hij zelf geïncasseerd en daar heeft hij vervolgens een paar jaar van kunnen leven.”
Een betrokken advocaat, Hans Kaiser, speelde volgens Pasma een sleutelrol bij het opzetten van de constructie. Hij liet de opbrengst via zijn derdenrekening doorsluizen, wat leidt tot juridische stappen tegen hem. In juni 2006 krijgt Kaiser een tuchtrechtelijke sanctie opgelegd.
“Bij het Hof van Discipline in Den Bosch kreeg hij onderuit de zak”, zegt Pasma. “Huilend liep hij het gebouw uit. Hij mocht vier maanden zijn praktijk niet uitoefenen vanwege zijn vervalsingen en leugens.” In mei 2011 wordt de advocaat nog eens in een civiele zaak veroordeeld tot terugbetaling van de 305.000 euro aan de failliete boedel.
‘Bewijs het tegendeel maar eens’ Dan is inmiddels ook het moment aangebroken dat Roelevink zich in Nederland voor de rechtbank moet verantwoorden. Met het Openbaar Ministerie wordt afgesproken dat hij bij terugkomst in Nederland niet zal worden gearresteerd. Vertrouwend op die afspraak reist Roelevink in de zomer van 2011 met zijn gezin terug naar Nederland.
Roelevink verblijft eerst een poos in het Zuid-Franse Nice, waar ze met een cruiseschip vanuit Zuid-Afrika zijn aangekomen. Maar als hij eind augustus de Visserijdagen in Harlingen bezoekt, wordt hij gearresteerd in hotel-restaurant Anna Casparii.
“Ik had een oud gijzelingsbevel en toen hij werd gespot, heb ik de officier van justitie gebeld om de politie in te schakelen”, vertelt Pasma. Roelevink hield volgens de curator informatie achter over het faillissement van zijn verzekeringskantoor.
“Roelevink zat elke dag bij Anna Casparii aan een kop koffie of een glas wijn. Toen hij twee dienders zag binnenkomen, vluchtte hij naar de wc. Daar bleef hij een half uur zitten. Uiteindelijk zei een agent: ‘Nol, we weten dat je hier zit. Trek je broek maar omhoog en kom naar buiten.’”
Roelevink weerspreekt de beschrijving van Pasma met klem. “Zo is het nooit gegaan”, reageert hij. “Ik ben vrijwillig meegegaan, met een stop bij mijn huis om een tandenborstel op te halen. Dat hele verhaal over een wc en ‘broek omhoog’ is totale onzin.”
Hij wordt naar het huis van bewaring De Marwei in Leeuwarden gebracht. ‘Voortvluchtige Fries na acht jaar gepakt’, kopt de Leeuwarder Courant op de voorpagina. In De Marwei wordt hij in gijzeling gehouden zolang hij geen uitleg geeft over het verdwenen geld uit zijn failliete onderneming. Maar Roelevink blijft zwijgen.
“Elke week bezocht ik hem in de gevangenis”, zegt Pasma. “‘Nol, waar is die 305.000 euro gebleven?’ Drie maanden hield hij z’n mond. Maar het geld was natuurlijk op. Toen ik vroeg hoe hij hier in Nederland rondkwam, zei hij: ‘Mijn kinderen onderhouden me.’ Zijn dochter werkte en stortte haar salaris in de huishoudpot. Dat geloofde ik niet, maar ja, bewijs het tegendeel maar eens.”
‘Fraude is te ingewikkeld’ Roelevink bezoekt vanuit de Marwei de zitting van de noordelijke fraudekamer, maar ook daar blijft hij zwijgen over de transacties naar Zuid-Afrika. De officier van justitie eist acht maanden wegens bedrieglijke bankbreuk en witwassen.
Dan volgt een verrassende uitspraak: ondanks alle twijfels en bedenkingen die de rechters hebben over de aandelenverkoop van de gevelreiniger wordt Roelevink op 30 september 2011 vrijgesproken. “Daar ging het mis”, zegt Pasma. “De officier van justitie bewees niet dat Roelevink aandelen had onttrokken in het zicht van faillissement. In de tenlastelegging stond ‘305.000 euro, althans een hoeveelheid geld’, maar het ging om aandelen. De rechters zagen de fouten in de aanklacht en wezen daar op in hun vonnis.”
Voor de tweede keer wordt Roelevink vrijgesproken, in een zaak die overeenkomsten heeft met de eerdere rechtszaak in Zuid-Afrika. In beide gevallen draait het om aandelentransacties, waarbij zakenpartners zich door slimme praatjes bedrogen voelen en met lege handen achterblijven.
Die vrijspraak zit de curator nog steeds dwars. “Die zaak duurde een hele dag. Drie rechters, een sul van een officier, en ik wist: dit komt niet goed. De rechters hoopten dat de officier de tenlastelegging zou aanpassen, maar dat deed hij niet.”
Pasma ziet hierin een breder probleem. “Fraudezaken staan bij justitie onderaan de ladder. Officieren willen scoren met moord en doodslag, en tegenwoordig ook discriminatie. Fraude is te ingewikkeld. Daar heb je specialisten voor nodig.”
Hij noemt nog een andere reden waarom fraude vaak niet tot veroordelingen, of zelfs maar aangiftes, leidt. “Mensen schamen zich dat ze zijn opgelicht. Het duurde lang voordat ik over die uitvinders van de gevelreiniger hoorde en ze bereid waren met de FIOD te praten. Toen begon ik het te begrijpen: zijn slachtoffers kwamen vaak uit zijn vriendenkring. Ze sprongen allemaal bij hem op de bagagedrager. Hij reed rond in een Aston Martin en op een Harley, en die jongens zagen het helemaal zitten. Ze wilden ook miljonair worden.”
Een schikking van 10.000 euro Na de vrijspraak van Roelevink heeft Pasma naar eigen zeggen maar liefst vier keer bij de officier van justitie aangedrongen op hoger beroep, maar daar gebeurt niets mee.
In november wordt Roelevink vrijgelaten uit faillissementsgijzeling in de Marwei. De rechtbank oordeelt dat hij niet langer verplicht is om meer informatie over zijn bankroet te verstrekken. En zo blijkt ook hier faillissementsfraude niet te bewijzen.
Om zijn persoonlijk faillissement op te heffen, komt Roelevink een schikking van 10.000 euro overeen met Pasma. Uiteindelijk wikkelt de curator het dossier af, en in september 2015 wordt Roelevinks persoonlijk faillissement officieel opgeheven.
In zijn verslag schrijft de curator dat het hem niet is gelukt om andere inkomensbronnen van Roelevink te achterhalen. En ook de overeengekomen schikking van 10.000 euro wordt uiteindelijk niet betaald.
“Weer liet de heer Roelevink het afweten, met de informatie dat de financiering nog niet rond was en dat hij drukdoende was”, noteert Pasma. Hij noemt Roelevinks verklaringen “volstrekt ongeloofwaardig”.
‘Ik heb dat huis van hem op Bonaire betaald’ “Iedereen speelt een spel en probeert er voor zichzelf het beste uit te halen”, zegt Roelevink over zijn strijd met Pasma. “Eigenlijk waren we best aan elkaar gewaagd. Hij is een handige donder. Zijn secretaresse zei eens tegen me: ‘Meneer Roelevink, hij heeft nog nooit iemand gehad die zo tegen hem praat.’ Maar kijk, ik laat me niet in het verdomhoekje zetten. Wat recht is, is recht, en wat krom is, is krom.”
Hoewel hij destijds in de rechtbank zweeg, wil Roelevink nu wel iets kwijt over de beschuldigingen. Volgens hem heeft hij de aandelen van Skybrush niet onttrokken in het zicht van het faillissement, en klopt het ook niet dat hij de uitvinders van de gevelreiniger ooit geld heeft beloofd.
“Er is een overeenkomst getekend door de broers waarin ik hun aandelen overnam om hun gevelreiniger internationaal te ontwikkelen. In ruil daarvoor kregen zij de exclusieve rechten voor de Nederlandse markt.” Alleen zegt Roelevink dat hij die overeenkomst niet meer in zijn bezit heeft.
Volgens Roelevink wist curator Pasma dat er geld te halen viel en ging hij door met procederen, totdat hij vijf tot zeven ton zou hebben opgestreken. “Pasma heeft zoveel uren geschreven dat dat geld niet naar de schuldeisers is gegaan. Ik kan wel stellen dat ik dat huis van hem op Bonaire heb betaald.”
Pasma wijst de beweringen resoluut van de hand. “Zoveel heb ik niet opgestreken, en al helemaal niet om mijn huis op Bonaire van te betalen”, zegt hij. Volgens de aankoopakte kocht hij dat huis al in juli 2010, ruim voordat zijn salaris van bijna drie ton in 2015 door de rechtbank werd vastgesteld.
“Een curator ontvangt pas salaris als het faillissement is afgewikkeld. Roelevink vergeet dat ik alles vanuit mijn kantoor twaalf jaar lang heb voorgeschoten, inclusief de kosten voor accountants.” Het financieel eindverslag uit september 2015 toont aan dat het geld dat overbleef van de binnengehaalde 731.866 euro ging naar bevoorrechte schuldeisers, zoals de belastingdienst (ruim drie ton) en het UWV (bijna 127.000 euro).
En hoe liep het af met de Skybrush, de revolutionaire gevelreiniger die wereldwijd zou worden uitgerold? Van die plannen is niets terechtgekomen, zegt een van de broers uit Makkum. “Het bedrijf in Houten wilde al snel zijn eigen machines bouwen, maar dat is volledig mislukt. We hebben er nooit meer iets van gehoord.”
Voor zijn schoonmaakbedrijf heeft hij inmiddels een derde versie van de gevelreiniger ontwikkeld. “We hebben die helemaal zelf gebouwd, zonder andere partijen of patenten. Het is een succesvolle machine. We hebben continu grote opdrachtgevers.”
Dit artikel maakt deel uit van een reeks onderzoeksartikelen, onderzoeksartikelenreeks naar de handel en wandel van ondernemer Nol Roelevink, gepubliceerd bij Omroep Zilt in december 2024. De reeks kwam tot stand met steun van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (SvdJ) en is gebaseerd op uitgebreid dossieronderzoek en gesprekken met betrokkenen. Speciale dank aan Judith Spanjers en Jeff Wicks.