• Korte lijnen, dubbele petten: hoe een Friese gemeente en een adviesbureau met elkaar verstrengeld raken

    Gemeenten laten zich bij complexe opgaven graag bijstaan door externe bureaus. Maar wat gebeurt er als één vast bureau bij een opvangproject van Oekraïense vluchtelingen bijna alle rollen vervult – en de gemeentelijke projectleider er vervolgens gaat werken?

    Leeuwarder Courant (LC) ★ 12 september 2026

    ’Zorgen over projectleiding Oekraïense ontheemden.’ Met deze onderwerpregel wordt op dinsdag 1 oktober 2024, kort na het middaguur, een interne mail verstuurd binnen de ambtelijke organisatie van de gemeente Waadhoeke.

    Een jurist en een inkoopadviseur schrijven hun leidinggevenden dat ze zich zorgen maken over de manier waarop nieuwe opvanglocaties tot stand komen. Een van hen is amper een maand bij het complexe dossier betrokken, maar wat ze zien is voor beiden genoeg reden om alarm te slaan.

    Bij het ene opvangproject wordt ’geen logisch proces’ gevolgd, schrijven ze, en bij het andere project lijken bewust paden te worden gekozen om een tijdrovende aanbestedingsprocedure te vermijden. De projectleider die dit alles moet bewaken, blijkt volgens hen onvoldoende op de hoogte van zijn eigen taken. Ze hebben hem daar ’meermaals’ op moeten wijzen.

    Het is bovendien niet de eerste waarschuwing. Eerder al zijn de punten bij een leidinggevende aangekaart, schrijven de twee. ’Wij zien een aantal risico’s, waarbij wij de indruk hebben dat de verantwoordelijken niet op de hoogte zijn.’ De hoop is dat er ’passend kan worden bijgestuurd.’

    ’Friesland is klein’

    Maar op dat moment is de trein al gaan rijden. Nog geen half jaar later, op 1 maart 2025, moeten bijna driehonderd Oekraïense vluchtelingen worden opgevangen op twee nieuwe locaties aan de rand van Franeker, aan weerszijden van het Van Harinxmakanaal.

    Precies twee weken na de interne alarmeringsmail maakt toenmalig burgemeester Marga Waanders het collegebesluit over de opvang bekend aan de gemeenteraad. De pers wordt geïnformeerd, en voor omwonenden volgt een voorlichtingsavond.

    Vragen over het ontbreken van een aanbesteding, en de rol van de projectleider daarbij, blijven het project echter achtervolgen – tot ver na oplevering. De Leeuwarder Courant ontvangt verschillende meldingen van betrokkenen, van wie de identiteit bij de redactie bekend is. Uit voorzichtigheid – want ’Friesland is klein’ – doen zij deze meldingen op voorwaarde van anonimiteit.

    Waadhoeke wist van ’groot risico’ bij gunning van dure opvanglocatie voor Oekraïners aan eigen adviesbureau

    Gemeente Waadhoeke nam bewust een risico door de opvanglocatie Frisiabrug in Franeker zonder openbare aanbesteding te laten realiseren, verhuren en exploiteren door zijn adviesbureau.Dat blijkt uit onderzoek van de LC, op basis van honderden documenten, verkregen via de Wet open overheid.

    Uit intern e-mailverkeer blijkt dat ambtenaren zelf geen onderbouwing konden vinden voor de keuze om Bureau Schmidt uit Leeuwarden als ’enige serieuze gegadigde’ aan te wijzen. Dat is een vereiste onder de zogeheten Didam-regels voor het vestigen van rechten op gemeentegrond.

    ’We gaan nu over tot publicatie, met dien verstande dat we te maken hebben met een groot risico’, schrijft een ambtenaar begin juli 2025 aan collega’s. De gemeente stond toen op het punt om voor het eerst openbaar te maken dat zij BS Wonen, een zusterbedrijf van Bureau Schmidt, het recht wilde geven om op gemeentegrond woonunits te plaatsen en te exploiteren. Dat was ruim twee maanden nadat de opvang al in gebruik was genomen.

    Verwoede discussies
    Waadhoeke stond in 2024 onder grote druk om snel meer opvangplekken voor Oekraïense ontheemden te realiseren. Bureau Schmidt, dat de gemeente al adviseerde op basis van een raamovereenkomst, groeide uit tot ontwerper, (mede-)aanbesteder en uiteindelijk verhuurder en exploitant van de locatie Frisiabrug – voor een periode van maximaal tien jaar. Die dubbelrol zorgde binnen de gemeente voor verwoede discussies, en later ook bij ondernemers die zich gepasseerd voelden.

    Waadhoeke zegt tegen de LC dat de gemeente op basis van vooraf opgestelde, objectieve criteria ervan overtuigd was dat alleen Bureau Schmidt de locatie op tijd kon realiseren, dankzij de snelheid waarmee het bureau de noodzakelijke nutsvoorzieningen kon regelen.

    Belangenverstrengeling
    Hoogleraar aanbestedingsrecht Pieter Kuypers noemt de dubbelrol problematisch: „Het is aan de gemeente om belangenverstrengeling te voorkomen. Het aanbestedingsrecht verzet zich tegen de situatie waarin een partij aan twee kanten van de tafel zit, enerzijds als adviseur, anderzijds als aanbieder van de oplossing.” Bovendien had de gemeente haar voornemen hoe dan ook vooraf moeten publiceren, zegt Kuypers. En niet, zoals hier gebeurde, achteraf.

    Vooral de rol van de toenmalige projectleider ligt onder een vergrootglas. Hij werkte nauw samen met Bureau Schmidt-directeur Roald Schmidt, en over zijn functioneren rezen intern herhaaldelijk vragen.

    Hij verliet de gemeente in 2025 en werkt sindsdien voor Bureau Schmidt. Hij ging ook in dienst bij de gemeente Tytsjerksteradiel als projectleider, waar hij het bureau exclusief uitnodigde voor presentaties over woningbouwprojecten.

    Tytsjerksteradiel zegt niet te hebben geweten dat hij in loondienst was bij Bureau Schmidt. Op de vraag of dit tot belangenverstrengeling heeft geleid, gaat de gemeente niet in. Wel wordt zijn dienstverband deze maand beëindigd.

    Aan de hand van stukken verkregen door een beroep op de Wet open overheid (Woo), reconstrueerde deze krant wat zich achter de schermen afspeelde. Uit dit onderzoek blijkt niet alleen dat bij opvanglocatie Frisiabrug de aanbestedingsregels op creatieve wijze lijken te zijn omzeild, maar ook dat er intern vragen rezen over het handelen van de nu 69-jarige projectleider.

    In september 2025 stapte hij over naar Bureau Schmidt in Leeuwarden – het adviesbureau dat in dit dossier een opvallend grote rol speelt. Inmiddels werkt hij daarnaast voor een andere Friese gemeente, waar hij de achterstand in de huisvesting van statushouders moet inlopen. Ook daar komt Bureau Schmidt opnieuw in beeld.

    Lees verder ⏩ lc.nl

  • De rekening van dertig jaar mijnbouw in Noordwest-Friesland

    Als de zoutwinning onder de Waddenzee wordt uitgebreid, willen Harlingers één ding weten: wie betaalt de schade als het misgaat? Dertig jaar mijnbouw in Noordwest-Friesland laat zien dat de echte strijd vaak pas begint als de schade er al is.

    Omroep Zilt ★ 9 september 2026

    Eerder dit jaar, tijdens een informatieavond over de zoutwinning in Harlingen op 26 maart, is de verbazing af te lezen op gezichten in de zaal. Directeur Bart Hendriks van Frisia Zout stelde zonder omwegen dat de zoutwinning nooit schade heeft veroorzaakt in Wijnaldum.

    Raadslid Ton van der Plas had hem een vraag gesteld die voor de hand lag: als Frisia burgers wil ontzorgen bij toekomstige schade van de zoutwinning op de Waddenzee, waarom dan niet voor de schade die de winning op land al heeft aangericht bij particulieren? Waarom niet in Wijnaldum, het dorp dat zelfs landelijk bekend staat om wat er mis kan gaan met zoutwinning?

    Hendriks legde uit hoe het volgens hem echt zit. “Er heeft iets met het waterpeil gespeeld. Er zijn sloten gedempt rondom een kerk waar nogal veel schade was.”

    De schade aan huizen is meerdere keren onderzocht: “De conclusie was: ja, er is schade, maar die komt niet door de zoutwinning. Die komt door andere oorzaken.” Dat vindt Hendriks “wel lastig”, zei hij, “want ik wil ook niet andere mensen de zwarte piet toeschuiven.”

    Het past in de lijn van een andere opmerking, over de zoutwinning op de Waddenzee, waarmee Hendriks die avond voor gefronste wenkbrauwen zorgde: “Ik ben ervan overtuigd dat er niks gaat gebeuren met de stad.”

    Geen causaal verband
    De uitspraken van Hendriks staan haaks op de ervaringen en zorgen die in de afgelopen decennia zijn ontstaan. Want door mijnbouwactiviteiten in Noordwest-Friesland daalde de bodem niet alleen fors, maar ook veel sneller dan vooraf was voorzien. Onder de A31 werd gas gewonnen, boven de A31 zout. In beide projecten bleken de oorspronkelijke berekeningen tekort te schieten.

    Naarmate de bodem daalde, kwamen uit Wijnaldum en andere dorpen meldingen van scheuren in woningen en andere schade. De toenmalige actiegroep Laat het Zout maar Zitten registreerde vanaf 2001 doorlopend meldingen van bewoners.

    Toch heeft Frisia-directeur Hendriks technisch gezien geen ongelijk. Uit de metingen die zijn zoutbedrijf jarenlang uitvoerde – waterpassingen, permanente GPS-metingen vanaf 2004 en jaarlijkse inspecties van tientallen gebouwen – bleek onmiskenbaar dat de bodem daalde. Uit die onderzoeken kwam echter geen gebouwschade naar voren die aan de zoutwinning kon worden toegeschreven.

    In 2016 kwam de Technische commissie bodembeweging (de Tcbb, de voorganger van de huidige Commissie Mijnbouwschade) met dezelfde conclusie naar aanleiding van schademeldingen over de kerk van Wijnaldum. Bij de Andreaskerk waren de randen van het kerkhof verzakt, waardoor het pad eromheen onbegaanbaar werd.

    Volgens de Tcbb was er redelijkerwijs geen causaal verband tussen de schade en de bodemdaling door zoutwinning in de diepe ondergrond.

    Ook voor individuele woningen in en rond Wijnaldum wees de Tcbb steeds op andere oorzaken: funderingen op kleibodem, roestende muurankers, temperatuurwisselingen. Onderzoeksbureau Deltares bevestigde later dat beeld.

    Maar in diezelfde rapporten zit een constatering die meer aandacht verdient. Deltares merkte op dat de combinatie van bodemdaling, peilaanpassingen en droge jaren (zoals 2003 en 2009) tot schade kan hebben geleid. De gevolgen van die mix van factoren zijn echter nooit verder onderzocht.

    Wat buiten beschouwing bleef, is wáárom het waterschap dat peil aanpaste – dat was namelijk mede om wateroverlast en verzilting te beperken als gevolg van de bodemdaling, die zelf het gevolg was van de zoutwinning.

    In een brief aan actiegroep Winamer Belang in 2018 schreef de Tcbb zelfs met zoveel woorden dat “de aanpassing van het winterpeil min of meer gelijke tred heeft gehouden met de bodemdaling”. Dat argument moest schade door bodemdaling uitsluiten, maar die peilaanpassing vond juist plaats mede vanwege de dalende bodem.

    Dat heeft iets weg van een cirkelredenering. Maar of die ook daadwerkelijk grootschalige bouwkundige schade door zoutwinning heeft verborgen, valt achteraf niet te bewijzen: bij de start van de winning in 1995 zijn geen nulmetingen gedaan. Een plan van Frima – de voorganger van Frisia – om rond de caverne tiltmeters te plaatsen, werd door de rijksoverheid en de provincie zelfs tegengehouden.

    De precieze oorzaak van de plaatselijke verzakking bij de kerk van Wijnaldum leek uiteindelijk te wijzen op de demping van een sloot rond het kerkhof en een gebrekkige drainage die in droge zomers het grondwater wegvoerde — factoren die losstaan van de zoutwinning. Gemeente en kerkbestuur hebben het probleem gezamenlijk aangepakt en opgelost.

    De gemelde schade bij particulieren in en rond Wijnaldum — van wie velen huiverig waren om met hun claims naar buiten te treden — moest door henzelf worden opgelost. Voor hun scheuren in muren en verzakkende funderingen gold geen collectieve oplossing.

    Bodemdaling legt gas- en zoutwinning stil
    Het verhaal van de bodemdaling in Noordwest-Friesland begon niet met één, maar met twee mijnbouwactiviteiten die jarenlang naast elkaar liepen. Onder de A31 werd vanaf 1988 gas gewonnen op meerdere boorlocaties, eerst door het Franse Petroland en vanaf 2004 door het Canadese Vermilion Energy.

    Boven de A31 werd vanaf 1995 zout gewonnen via drie cavernes in het voormalige Barradeel, eerst door Frima en na het faillissement van dat bedrijf door Frisia Zout, intussen opgegaan in de European Salt Company (Esco), een dochteronderneming van het Duitse K+S.

    In beide projecten daalde de bodem harder dan vooraf was berekend. Bij de gaswinning deed Vermilion een verkeerde aanname over de eigenschappen van de kalksteenlaag waaruit het gas werd gewonnen.

    Achteraf toonde onderzoek door een Noors instituut aan dat de snelle bodemdaling bij Herbaijum wordt veroorzaakt door het instorten van holtes in het krijtgesteente. Daardoor blijft de bodem ook na sluiting van de gasputten zakken.

    Een onafhankelijk onderzoeker, oud-NAM-ingenieur Adriaan Houtenbos, waarschuwde al omstreeks 2004 dat de daling bij Franeker te hard ging. Maar zijn methode werd destijds afgewezen en het duurde nog jaren voordat dit probleem werd erkend.

    Het gasveld tussen Franeker en Herbaijum is het enige in Nederland dat is stilgelegd vanwege onverwacht sterke bodemdaling, in 2008.

    Ook bij de zoutwinning bleek de bodemdaling groter dan voorzien. Nergens in de wereld had men ervaring opgedaan met een zoutlaag op ongeveer 2800 meter diepte. Op die diepte zijn temperatuur en druk zo hoog dat zout sterker kruipt dan bij ondiepere winning elders.

    Dat kruipgedrag werd flink onderschat: de zoutwinning zorgde voor een daling van circa vier centimeter per jaar op het diepste punt, ongeveer twintig keer sneller dan verwacht. Op de diepste punten liep de totale bodemdaling op tot 35 centimeter, met naijlingseffecten die nog jaren doorlopen.

    Een actuele bodemdalingskaart op basis van satellietgegevens van SkyGeo laat zien dat de bodem tussen Franeker en Herbaijum momenteel met 2 à 3 millimeter per jaar verder daalt, en tussen Dongjum en Tzummarum zelfs met 3 à 4 millimeter. Bij Wijnaldum lijkt de bodemdaling gestabiliseerd.

    TNO onderzoekt momenteel in dit gebied of er een verband bestaat tussen deze lokale bodemdaling en schade aan gebouwen.

    Veertig miljoen voor gebiedsontwikkeling
    Waar het verband tussen bodemdaling en schade in elk geval wél duidelijk is, is in de bodem zelf. Eind jaren negentig waren – naast het waterschap – de boeren de eersten die wat van de bodemdaling merkten: hun drainagesystemen kwamen onder water te staan.

    Boer Hendrik Brolsma hoeft niet ver te rijden om de gevolgen te zien. Zijn percelen liggen in een dalingskom aan de zuidkant van Tzummarum waar de bodem tot zo’n 25 centimeter is gezakt – op percelen van zijn buurman hier en daar nog dieper.

    Na een flinke stortbui staat het pootgoed onder water. “Foar de jirpels is it dan einde oefening”, zegt Brolsma. De gevolgen van de bodemdaling waren al begin deze eeuw merkbaar: de doorstroming van water naar de gemalen ging stagneren. In 2004, een nat jaar, kwamen zijn percelen dagenlang blank te staan, en in 2012 opnieuw – het leidde tot een rechtszaak tegen Wetterskip.

    Tegelijkertijd zat hij namens LTO aan tafel bij het gebiedsproces Franekeradeel-Harlingen, dat een breed pakket maatregelen moest opstellen om de bodemdaling te compenseren. Meer dan veertig miljoen euro werd ervoor vrijgemaakt.

    Met dat bedrag zijn er tussen 2015 en 2022 watergangen verbreed en verdiept, nieuwe gemalen, duikers en visvriendelijke stuwen aangelegd, wegen en fietspaden vernieuwd en dorpen opgeknapt.

    Ruim 700 hectare agrarisch land werd geruild in een herverkaveling. “It doel wie om de legere, wietere perselen foar gers te brûken en te ruiljen mei greidboeren, sadat it bettere lân brûkt waard foar lânbou”, legt Brolsma uit.

    Maar het proces verliep niet vlekkeloos. Zeventig zienswijzen werden ingediend, tientallen rechtszaken gevoerd. “Dêr wie yn ’e regel net folle tsjinyn te bringen.”

    De problemen zijn grotendeels verholpen, maar niet helemaal. “De wetterberging is ferbettere, mar wy hawwe noch hieltyd folle earder lêst. It wetter stiet heger as dat it heart. Dat ferdwynt net mear.”

    “Dy boaiem komt net wer omheech”
    Verderop, bij Herbaijum, ligt het land van Ane Hofstra precies in het ‘putje’ van een andere dalingskom – in het gebied waar de gevolgen van gas- én zoutwinning elkaar overlappen.

    Zijn percelen in de polder langs de A31 liggen gemiddeld zo’n 7 cm lager dan de rest van het peilgebied. De bodemdaling is hier extra sterk: op het diepste punt, waar de boerderij van Hofstra staat, daalt het volgens prognoses maar liefst 46 cm tot 2050.

    Ook bij Hofstra zijn de percelen natter geworden en neemt de verzilting toe. Een paar jaar geleden werkte hij als proef met verziltingsdrainage – een systeem dat zoet water vasthoudt en zout water afvoert. Daar is hij mee gestopt. ,,It helpet wol, mar je hawwe der sa folle wurk en kosten fan dat it noait út kin.”

    Hofstra vroeg in een rechtszaak bij de Raad van State in 2019 om een klein gemaal voor extra onderbemaling – tien centimeter extra verlaging, alleen voor zijn laaggelegen percelen. Provincie en Wetterskip weigerden. Ze hadden net honderden van dit soort gemaaltjes opgeruimd en wilden onderbemaling ontmoedigen, juist vanwege het risico op verzilting die inmiddels onomkeerbaar is door de druk van de zee.

    Hofstra verloor de zaak. “Gelyk hawwe is net itselde as gelyk krije”, zegt hij. “Dat je sakke en skea hawwe, kin net oplost wurde. De boaiem wurdt hieltyd sâlter, en hoe’t je dat oplosse op in ekonomysk oantreklike wize is foar my ûnwis.”

    Het gebiedsproces is inmiddels afgerond. Het werd gepresenteerd als schadeherstel – als streep onder het verleden, zegt boer Brolsma. “Sa fan, as se klear binne, krije we noait wer praat.”

    Maar voor beide boeren voelt dat niet als afronding. “Dy boaiem komt net wer omheech”, zegt Hofstra. De problemen blijven, de grond blijft nat, de verzilting neemt toe.

    Finale kwijting voor veroorzakers
    Voor de overheden en mijnbouwbedrijven was die streep er wél. Onderdeel van het gebiedsproces was namelijk ook een juridische eindafrekening. De mijnbouwbedrijven droegen miljoenen bij aan de uitvoering van het maatregelenpakket en in ruil daarvoor zagen de overheden af van verdere aansprakelijkstelling, zo blijkt uit documenten die Omroep Zilt opvroeg bij de provincie.

    De finale kwijting voor de veroorzakers geldt zolang de daadwerkelijke bodemdaling niet meer dan vijf centimeter boven de prognoses uitkomt.

    Die afspraak betekent dat gemeenten en waterschap hun aanspraken tegenover de mijnbouwbedrijven juridisch hebben afgewikkeld. Voor bewoners en boeren geldt dat niet.

    De provincie bevestigde dat onlangs nog in een brief aan Winamer Belang: de kwijting geldt uitsluitend tussen de bedrijven en de overheden die deze overeenkomst hebben gesloten. ‘Dit staat dus los van de aansprakelijkheid richting inwoners van het gebied.’

    Geen vergoeding voor schade door bodemdaling
    Voor zover uit openbare bronnen valt op te maken, is in Noordwest-Friesland geen particuliere woningschade officieel aan de bodemdaling door zoutwinning toegeschreven en vergoed.

    Dat wil niet zeggen dat Frisia nooit schade aan particulieren heeft betaald. Bij de aanleg van nieuwe winningslocaties en leidingen werden wel vergoedingen verstrekt voor concrete schade. Maar dat is iets anders dan erkennen dat een woning door de bodemdaling zelf is beschadigd.

    Een handjevol inwoners van Wijnaldum probeerde het via de officiële weg. Tussen 2014 en 2016 deed de Technische commissie bodembeweging uitvoerig onderzoek naar schade aan de kerk en individuele woningen – scheuren, scheefstand, water in kelders. “Het huis beweegt alle kanten op”, meldde een van de families. De conclusie was telkens dezelfde: geen causaal verband met de zoutwinning.

    Intussen bestond er al wel een schadefonds. In 1998 werd dit op verzoek van de provincie Fryslân in het leven geroepen, gevuld door Frima en later Frisia. Op papier een vangnet voor wie schade heeft, maar in al die jaren keerde het fonds één keer uit: niet aan burgers, maar aan het Wetterskip, dat in 2001 uit deze pot 405.000 euro ontving – en in totaal drie miljoen euro voor onderhoud en herstel als gevolg van de bodemdaling.

    Voor bewoners bleef het onbereikbaar. Niet omdat hun schade er niet was, maar omdat zij zelf moesten bewijzen dat die door de zoutwinning was veroorzaakt. Juist dat is door de complexe wisselwerking tussen bodemdaling, grondwater en andere factoren vrijwel onmogelijk.

    Wie via de rechter iets probeerde, stootte op dezelfde muur. In 2009 daagden tweeëntwintig partijen – boeren, grondbezitters en de protestantse gemeente Oosterbierum-Wijnaldum – Frisia voor het gerechtshof in Leeuwarden. Alle claims werden afgewezen omdat de eisers de schade onvoldoende concreet hadden onderbouwd. Het taxatierapport bevatte volgens het hof ‘in hoofdzaak het intuïtieve oordeel van de makelaar‘.

    Sinds 2020 is er een nieuw loket: de Commissie Mijnbouwschade, opgericht om de burger te ontzorgen. Maar ook deze commissie heeft in haar werkgebied – heel Nederland buiten het Groningenveld – nog nooit schade toegekend als gevolg van bodemdaling.

    Pas in Ekehaar, een Drents dorp waar in oktober 2023 drie aardbevingen plaatsvonden, werd voor het eerst een causaal verband vastgesteld. Buiten aardbevingsschade: nul toekenningen.

    Er bestaat overigens een commissie die wél vergoedingen uitkeert voor schade door gaswinning in Fryslân: de Commissie Bodemdaling Aardgaswinning Fryslân. Maar wie de projectenlijst op haar website bekijkt, herkent het patroon. De vergoedingen gaan naar kades, dijken, gemalen en aquaducten – collectieve infrastructuur voor waterschappen en gemeenten. Particulieren komen er praktisch niet in voor.

    Harlingen (niet) in de gevarenzone
    Intussen is het mijnbouwverhaal van onder land naar de Waddenzee verplaatst. Sinds 2020 wint Frisia zout onder de zee, binnen een concessie die loopt tot 2052.

    Met de aanstaande uitbreiding van de zoutwinning – van maximaal 32 naar 45,5 miljoen ton zout – wil het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) instemmen, op voorwaarde dat de bodemdaling nauwkeurig wordt gemonitord volgens het hand-aan-de-kraanprincipe.

    Door de uitbreiding loopt de maximale bodemdalingsprognose op zee op naar circa 140 centimeter. De randen van de grotere dalingskom schuiven dichter naar Harlingen. De werkelijke daling onder de stad zal volgens de prognoses binnen enkele centimeters blijven.

    Maar dat is theorie: de bodemdaling door de zoutwinning op land bleek uiteindelijk vijf keer zo groot als aanvankelijk verwacht – geen 7 maar circa 35 centimeter. Frisia Zout stelt dat nieuwe inzichten laten zien dat er in Harlingen geen schade zal ontstaan.

    Toch blijven er onzekerheden over wat er in de ondergrond gebeurt. Zo weken metingen van de wadbodem boven de zoutwinning op hetzelfde punt tot 6 centimeter van elkaar af. Ook meldde gasbedrijf Vermilion dat na de gaswinning bij Zuidwal meer na-ijlende bodemdaling optreedt dan verwacht.

    Frisia is ervan overtuigd geen schade aan mens of milieu aan te brengen, herhaalt directeur Hendriks tegen Omroep Zilt. Het bedrijf heeft juist geïnvesteerd in technieken die overlast en schade op land moeten voorkomen. Ook wordt gewerkt aan een schaderegeling met omkering van de bewijslast voor bewoners van de historische binnenstad van Harlingen.

    Maar volgens de Stichting Bescherming Historisch Harlingen (SBHH) duurt het echter al jaren voordat deze toezeggingen worden omgezet in concrete, afdwingbare afspraken. Daarmee raakt de discussie aan de kern van de al bijna tien jaar oude Pilot Harlingen, waarin burgerinitiatief SBHH met Frisia en overheden samenwerkt om via een aanvullend meetnet bodemdaling en scheefstand in de Harlinger binnenstad te monitoren.

    De stichting wil niet wachten tot schade ontstaat, maar vooraf vastleggen hoe wordt gemeten, wanneer wordt ingegrepen en wie betaalt. In haar zienswijze vraagt SBHH dan ook aan EZK om de afspraken van de Pilot Harlingen als waarborgen op te nemen in het ontwerpbesluit over de uitbreiding van de zoutwinning: onder meer een permanent meetnet, grenswaarden voor bodemdaling en scheefstand, financiële zekerheid, een schadefonds en omgekeerde bewijslast.

    Frisia stelt dat die afspraken niet in een besluit over een winningsplan kunnen worden verankerd: “Dat staat de wet niet toe”, aldus Hendriks. SBHH bestrijdt dat. Volgens de stichting had het ministerie onderdelen van de bestaande afspraken wel degelijk als voorschrift kunnen opnemen.

    Staatssecretaris Jo-Annes de Bat luisterde afgelopen juli in Harlingen aandachtig naar de zorgen van de gemeente, de Waddenvereniging en SBHH. Concrete toezeggingen deed hij niet. Wel zegt het ministerie de zienswijzen te zullen beoordelen en meewegen.

    Spelregels vooraf, niet achteraf
    De stichting SBHH is de afgelopen zomer de confrontatie nadrukkelijk aangegaan: Harlingers opgeroepen een zienswijze in te dienen, publiciteit gezocht en duidelijk gemaakt desnoods naar de rechter te stappen. “Schijnbaar is het in Nederland zo dat je de confrontatie moet zoeken om te bewerkstelligen wat normaal zou moeten zijn”, aldus voorzitter Jarig Langhout.

    Het is een zin die ook de boeren Brolsma en Hofstra hadden kunnen uitspreken. Of Rinze Post, die met zijn stichting Winamer Belang sinds 2012 bij de instituties duidelijkheid probeert te krijgen en van het kastje naar de muur wordt gestuurd.

    Daarmee komt de vraag uit het begin van dit verhaal terug: wat gebeurt er als de modellen niet blijken te kloppen, als schade zich pas jaren later openbaart en achteraf niet meer valt vast te stellen waardoor die is ontstaan?

    Harlingen heeft misschien weinig te vrezen. Misschien zal de stad nooit iets merken van de bodemdaling, laat staan van scheefstand of scheuren. Maar wie dertig jaar mijnbouwgeschiedenis in Noordwest-Friesland bekijkt, ziet een terugkerend patroon: de discussie over schade begint vaak pas als de gevolgen zich al voordoen.

    De les die SBHH daaruit trekt, is daarom: leg de spelregels vooraf vast, en niet achteraf. Wie meet? Wanneer moet de winning worden aangepast of gestopt? Wie betaalt als er toch schade ontstaat? En wie draagt het bewijs als achteraf niet meer valt vast te stellen waardoor een scheur of verzakking is ontstaan?

    Precies daarover moet het ministerie nu beslissen. Niet omdat Harlingen zeker en vast schade zal oplopen, maar omdat niemand die zekerheid vooraf kan geven.


    Dit artikel verscheen bij Omroep Zilt op 9 december 2026 en is gebaseerd op dossieronderzoek, gesprekken en correspondentie met diverse betrokkenen; documenten verkregen via Woo-verzoeken bij de provincie Fryslân en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat; en inzage in de dossiers van stichting Winamer Belang (waarvoor speciale dank aan Rinze Post).

  • Waddeneilanden verzetten zich tegen afsluiten natuur voor publiek: ‘De geest is uit de fles’

    In het Waddengebied groeit het verzet tegen plannen om natuurgebieden volledig af te sluiten voor publiek. ,,Het gaat om ónze natuur, ónze achtertuin. Die mogen we niet kwijtraken.”

    Algemeen Dagblad (AD.nl) ★ 15 juni 2026

    ‘Kom kijken voor het verboden wordt’. Een handgeschilderd bord langs de hoofdweg aan de oostkant van Terschelling verwijst festivalpubliek van Oerol naar een theatervoorstelling in een tentje verderop. 

    Toeval of niet, de tekst past opvallend goed bij een gevoel dat op het eiland breed leeft: de natuur moet je beleven, nu het nog kan. Op veel plekken hangen wapperende vlaggen met dezelfde boodschap: ‘Vrije vogels, gekooide mensen’.

    De leus stamt uit de jaren tachtig, toen eilanders vreesden dat activiteiten als pieren steken en vissen op het wad zouden verdwijnen door de wettelijke bescherming van de Waddenzee. Die zorgen leven opnieuw op nu Rijkswaterstaat onderzoekt of natuurgebieden op de Waddeneilanden volledig kunnen worden afgesloten voor publiek. 

    Dat idee stuit op brede weerstand bij bewoners, die vrezen dat het eeuwenoude gebruik van het gebied door eilanders onder druk komt te staan.

    ,,Het raakt me”, zegt Marloes Fopma (40), die als ‘verhalenjutter’ bezoekers meeneemt over het eiland. ,,Elke week wandel ik in de duinen. Dat gebied is me dierbaar. Als je binding hebt met een plek, kun je daar ook goed voor zorgen.”

    Volgens Fopma wringt het dat publieke toegang ter discussie staat, terwijl gebruikers van het gebied – van wadvaarders en strandjutters tot natuurvrijwilligers – juist de ogen en oren van het Wad zijn. 

    ,,Nu wordt heel erg de wandelaar neergezet als degene waar de natuur tegen beschermd moet worden. Maar volgens mij moeten we het hebben over grotere problemen: de zoutwinning die wordt uitgebreid, de aanleg van stroomkabels en de industrie die hier zijn afvalwater loost.”

    Kwelders gesloten bij Ternaard 

    De toon werd afgelopen april gezet toen Rijkswaterstaat onverwacht de kwelders bij de Friese kustdorpen Ternaard en Wierum jaarrond voor publiek sloot om verstoring van vogels te voorkomen, ook buiten het broedseizoen. Bewoners voelden zich overvallen door de maatregel en ook de gemeente twijfelt aan de urgentie.

    Diezelfde maand presenteerde natuurbeheerder Rijkswaterstaat tijdens besloten bijeenkomsten op de Waddeneilanden kaarten met gebieden waar ‘ecologisch herstel’ kansrijk zou zijn. Daarbij kwam ook de mogelijkheid ter sprake om delen van iconische natuurgebieden, zoals de Boschplaat en de Noordsvaarder op Terschelling, de Vliehors op Vlieland en de Slufter en de Hors op Texel, af te sluiten voor publiek.

    Rijkswaterstaat benadrukte naderhand dat er nog geen besluiten zijn genomen en dat het slechts om verkennende scenario’s gaat voor de nieuwe Natura2000-beheerplannen, die in 2028 worden vastgesteld. Maar de vlam was toen al in de pan geslagen. 

    7000 hectare mosselbanken

    Die onrust groeit ook doordat de alarmerende berichten over de Waddenzee en de voorgestelde maatregelen botsen met wat bewoners in het gebied zelf zien. 

    De Ecologische Autoriteit luidde onlangs op basis van rapporten de noodklok over de ‘slechte staat’ van het natuurgebied. Snel ingrijpen met strengere maatregelen zou ‘nodig en verplicht’ zijn. De Waddenvereniging pleit zelfs voor het afsluiten van 30 procent van de Waddenzee om de zeebodem te ontzien.

    Die oproepen worden niet onderschreven door Richard Kiewiet (71). De voormalig jachtopzichter en terreinbeheerder op Ameland werkte veertig jaar in de Waddennatuur en plaatst kanttekeningen bij de sombere rapporten en de maatregelen die nu worden voorgesteld.

    Volgens hem hebben de onderzoeksrapporten te statische uitgangspunten voor een dynamisch gebied. ,,De natuur is altijd in beweging, dat kun je niet vastleggen in Excel-sheets. Er wordt nog steeds uitgegaan van soorten zoals de zwarte zee-eend, die hier al lang niet meer voorkomen, terwijl andere juist zijn teruggekeerd. In beleid en modellen lijkt het soms alsof het altijd hetzelfde moet blijven.” 

    Kiewiet zet vraagtekens bij de conclusie dat de Waddenzee structureel achteruitgaat. ,,Eind jaren negentig ging het slecht, maar sindsdien is er juist veel hersteld. De laatste jaren gaat het geweldig goed. We hebben ruim zevenduizend hectare mosselbanken, dat is een record. Er zijn nog nooit zoveel lepelaars geweest, we struikelen over de zeehonden en op Oost-Ameland zijn er 25 procent meer broedvogels dan veertig jaar geleden.” 

    Demonstratie in Den Helder

    Intussen hebben de eilanders zich verenigd in de stichting ‘Wij zijn de Wadden’. Een petitie tegen aantasting van het bestaande Natura2000-beheer en het cultuurhistorisch gebruik is inmiddels ruim negenduizend keer ondertekend.

    Rijkswaterstaat laat weten dat er binnenkort nadere gesprekken volgen met gemeenten en bewoners. ,,Ik snap dat die onrust er is”, zegt woordvoerder Jayme Tol. Vooralsnog blijven de kwelders bij Ternaard en Wierum gesloten, ook na het broedseizoen. ,,We monitoren de situatie voortdurend, maar op dit moment blijft de sluiting van kracht.”

    Maandag trekken vissers en eilanders naar Den Helder. Onder de vlag ‘Vrije vogels, gekooide mensen’ demonstreren zij bij de Toogdag van de Wadden, de jaarlijkse bijeenkomst van bestuurders, beleidsmakers en natuurbeschermers.

    ,,De geest is uit de fles”, zegt oud-natuurbeheerder Kiewiet. ,,Ik heb in al die jaren nog nooit beleefd dat het Waddengebied zo eensgezind achter een zaak staat. Het gaat om ónze natuur, ónze achtertuin. Die mogen we niet kwijtraken.” 


    Een versie hiervan verscheen in het Algemeen Dagblad (AD) van 15 juni 2026.

  • Het OM zette ‘terror­ist­ische soevereine’ burgers wekenlang in de cel – ondanks flinterdun bewijs

    Ze werden verdacht van gewelddadige plannen tegen de overheid en zaten weken – of zelfs maanden – in de cel. Omdat ze pepperspray in huis hadden, omgingen met andere verdachten of bekendstaan als activistisch. In de Barracuda-zaak claimt het OM een terroristisch netwerk van radicale soevereinen te hebben opgerold, maar het bewijs tegen sommige verdachten is flinterdun.

    Follow the Money ★ 28 maart 2026

    Dit stuk in 1 minuut

    Wat is het nieuws?
    • Het OM jaagt in de Barracuda-zaak op een vermeend netwerk van radicale soevereinen die een aanslag zouden voorbereiden op de overheid.
    • Zogeheten soevereinen streven ernaar de overheid zo veel mogelijk buiten hun leven te houden. Volgens veiligheidsdiensten kan dit gedachtegoed op langere termijn de democratische rechtsorde ondermijnen.
    • Strafdossiers laten zien dat de zware verdenkingen in sommige gevallen gebaseerd zijn op oppervlakkige contacten en materiaal dat met soeverein gedachtegoed wordt geassocieerd, terwijl die verdachten zelf geen aantoonbare soevereinen zijn. 
    • Volgens experts illustreert de zaak hoe justitie steeds vaker vroeg ingrijpt waar het gaat om ‘anti-institutionele netwerken’ en daarbij de grenzen van de terrorismewetgeving opzoekt. 
    Waarom is dit belangrijk?
    • Nieuwe veiligheidslabels zoals ‘anti-institutioneel extremisme’ spelen een groeiende rol in het signaleren van mogelijke nationale dreigingen. 
    • Zulke categorieën zijn breed en diffuus en volgens wetenschappers niet bedoeld als strafrechtelijk bewijs, maar kunnen in de praktijk wel bijdragen aan zware verdenkingen.
    • De zaak roept een bredere vraag op: hoe ver mag de staat gaan om mogelijke dreigingen vroegtijdig te bestrijden, zonder dat politieke opvattingen of met wie iemand omgaat onderdeel van een terrorismeverdenking worden?
    Hoe hebben we dit onderzocht? 
    • FTM sprak met betrokkenen, verdachten en advocaten in de Barracuda-zaak, kreeg inzage in delen van het strafdossier en woonde rechtbankzittingen bij.
    • De bevindingen werden besproken met deskundigen op het gebied van anti-institutionele en soevereine bewegingen. Het OM Noord-Nederland is om een inhoudelijke reactie gevraagd.

    Het was in juni 2025 landelijk nieuws: de aanhouding van een groep radicale soevereinen die een dreiging zouden vormen voor de tweedaagse Navo-top in Den Haag. Volgens het OM zou deze groep terroristische plannen hebben met wapens en het dodelijke gif ricine. In deze onderzoeksreconstructie laat ik zien hoe deze Barracuda-zaak beweegt tussen veiligheidslogica rond ‘anti-institutioneel extremisme’ en strafrechtelijke logica.

    De tegenstelling tussen twee rechter-commissarissen die op 17 juni beslissen over het langer in voorarrest houden van de (toenmalige) verdachten Marieke de Velde en Bram Gelderblom is daar een miniatuurversie van. De ene lezing ziet vooral risico-indicatoren en context; de andere ziet vooral het gebrek aan concrete onderbouwing.

    Bij Gelderblom merkt de rechter-commissaris over de aangetroffen substantie in de vriezer op: ‘Er wordt gesuggereerd dat dit mogelijk gif zou zijn, maar dit blijkt nergens uit. Waarom dit in de afgelopen dagen niet is onderzocht, is onduidelijk. Dit terwijl de verdachte van meet af aan verklaard heeft dat het kokosmelk is.’ 

    Over de aangetroffen documenten: ‘Het mag zo zijn dat hieruit zou kunnen blijken van een bepaald gedachtegoed, maar dit is onvoldoende voor een verdenking.’ Op 17 juni wordt Gelderblom uit voorarrest vrijgelaten. 

    Bij De Velde speelt het kokosmelkverhaal geen rol voor de rechter-commissaris, die ook oordeelt dat de aantroffen documenten ‘wijzen op de gewelddadige kant van de soevereine denkwijze’. Dit, samen met het OVC-gesprek over ricine, is voor de rechter-commissaris voldoende grond voor het bevel om haar detentie te verlengen.

    Die passage laat zien dat de kernvraag van de Barracuda-zaak misschien niet is óf sommige verdachten radicale ideeën hadden, maar wanneer radicale ideeën, losse contacten, wapens en gesprekken juridisch voldoende worden om van terrorisme te spreken. Dat lijkt precies de grens te zijn die het OM in deze zaak probeert te verkennen.

    Misschien wel de grootste ironie in deze zaak is de rol van verdachte Tilasmi Frigge. Volgens het strafdossier leidde een eerdere tip dat Frigge zelf interesse zou hebben in het maken van ricine niet tot een groot onderzoek. Zijn latere tip over Arno van Kessel en John van K. vormde daarentegen het startpunt van wat uitmondde in een van de grootste terrorisme-onderzoeken van Noord-Nederland.

    In oktober 2022 had de politie een tip gekregen dat Frigge ricine zou willen maken om huisartsen onder druk te zetten over het coronavaccin. Agenten spraken hem hierover, maar dat leidde niet tot verder onderzoek. De melding volgde kort na een breuk tussen Frigge en zijn Friese kennissenkring, waaronder medeverdachten Ritske B. en Arno van Kessel.

    Anderhalf jaar later tipt Frigge zelf de politie en de deken van de Orde van Advocaten in Noord-Nederland. Zijn doel was, verklaart hij aan FTM, een onderzoek naar Van Kessel te starten, hem ‘uit te schakelen als advocaat’ en de ‘sekte’ rond hem aan te pakken. Het Barracuda-onderzoek lijkt daarmee voort te komen uit interne conflicten binnen een kleine kring van corona-activisten in Friesland.

    De oorsprong van de zaak past daarmee minder goed in het klassieke beeld van een veiligheidsdienst die een terroristische cel ontdekt, en meer in een escalatie van ruzies, dreigementen en aangiftes binnen een activistisch milieu. Hoe de terrorismeverdenkingen uiteindelijk worden gewogen, zal waarschijnlijk pas medio 2027 blijken.

    Lees verder bij Follow the Money.

  • Rinze Visser uit Lemmer stopt na 55 jaar met raadswerk: ‘Kiezers willen een partij die z’n bek opendoet’

    Het langstzittende raadslid van Nederland, Rinze Visser (87) uit Lemmer, moet na 55 jaar stoppen. Niet omdat het communistisch vuur in hem is gedoofd, maar omdat zijn gezondheid het niet langer toelaat. ,,Een raadslid moet naast de mensen staan, niet naast het systeem.”

    Algemeen Dagblad (AD.nl) ★ 28 februari 2026

    Doordat de longziekte COPD hem steeds benauwder maakt, heeft Rinze Visser zijn veertiende raadsperiode net niet helemaal kunnen uitzitten. Eind vorig jaar woonde hij voor het laatst een raadsvergadering bij. ,,Toen kon ik nog wel een uur of twee zonder zuurstoftank, maar dat durf ik niet meer aan. Ik heb altijd pijnen en zit onder de pijnstillers. Maar ik accepteer dat.”

    Met ruim 55 jaar ervaring in de lokale politiek – eerst in het voormalige Lemsterland, sinds 2014 in fusiegemeente De Fryske Marren – is Visser veruit het langstzittende raadslid van Nederland, en tegelijk de laatste vertegenwoordiger in Friesland van de Nieuwe Communistische Partij van Nederland (NCPN).

    ,,Ik heb het raadswerk altijd gezien als een strijd tegen onrecht, tegen de commercialisering van alles”, zegt Visser zittend aan zijn keukentafel. ,,Dat zijn ontwikkelingen die steeds meer mensen als schadelijk zien.”

    Nooit vijanden gehad

    Visser is een begrip in Lemmer. Veel inwoners stemden niet zozeer op de NCPN uit overtuiging, maar vanwege Rinze, die opkomt voor de ‘gewone man’ en eenvoudig te benaderen is. ,,Ik was er veel mee bezig dat de mensen krijgen waar ze recht op hadden.”

    Dat hield ook in dat hij mensen hielp met het invullen van formulieren voor zorgtoeslag of bijstand, meeging naar een hoorzitting of aan zijn keukentafel advies gaf over het bezwaar maken tegen een gemeentelijk besluit. ,,Dat hoort ook bij het raadswerk.”

    Kwetsbare mensen worden vaak anders behandeld dan commerciële partijen, stelt Visser. Hij noemt het voorbeeld van een gedupeerde van de toeslagenaffaire, een vrouw met een aanvullende bijstandsuitkering die in aanmerking kwam voor de schadecompensatie van 30.000 euro. ,,Zij kreeg toen een telefoontje van iemand van de gemeentelijke bijstand die zei: je moet niet denken dat je die 30.000 euro mag houden.”

    In 2021 bleek dat zorgaanbieders bij Friese gemeenten voor 8,5 miljoen euro te veel hadden gedeclareerd. ,,Oplichting met gemeenschapsgeld”, vindt Visser. ,,Ze hoefden maar de helft terug te betalen, de rest mochten ze houden. Dat is schandalig, en zet dat eens tegenover de behandeling van zo’n vrouw.”

    Toch typeert hij zichzelf niet als een man van ruzie. ,,Ik heb in de gemeenteraad nooit vijanden gehad, wel tegenstanders. En als het college met een goed voorstel kwam, dan steunde ik ze in het debat.”

    Vorig jaar ontving hij een gemeentelijke erepenning voor zijn grote sociale betrokkenheid en inzet voor de ‘mienskip’.

    Bijna een eeuw communisme

    Met het vertrek van Visser verdwijnt de laatste communistische zetel in deze hoek van Friesland. Bijna een eeuw lang, sinds 1927, met een onderbreking tijdens de Tweede Wereldoorlog, zaten communisten in de raad. 

    In 1970 kwam Visser voor de CPN in de raad. In het dagelijks leven werkte hij als stratenmaker en bouwvakker. Zijn rol in de CPN groeide. Hij werd politiek commissaris van de Friese partijafdeling en maakte in 1978 deel uit van een CPN-delegatie die de DDR bezocht.

    Toen de CPN in 1991 opging in GroenLinks, koos Visser voor de nieuw opgerichte NCPN, die vasthield aan de marxistisch-leninistische lijn. De partij is landelijk te klein voor een zetel in de Tweede Kamer, maar werd in 2018 in Lemmer nog de grootste, met twee zetels in de raad. ,,We hadden het gevoel in de lift te zitten met alle thema’s waar we voor opkwamen.”

    Maar de Russische inval in Oekraïne veranderde volgens hem het politieke klimaat. ,,Je wilt niet weten hoeveel mensen bij het idee van Rusland nog steeds een communist voor zich zien. Terwijl het niets met ideologie te maken heeft, het is een gevecht om grondstoffen en invloedssferen.”

    Zetel inleveren

    Dat merkte hij bij de verkiezingen van 2022, toen de partij een zetel moest inleveren. Dat Forum voor Democratie lokaal meedeed, speelde ook een rol. ,,Een deel van onze kiezers willen een partij die z’n bek opendoet. Nou, daar staat Forum ook bekend om.”

    De NCPN doet bij de komende gemeenteraadsverkiezingen in De Fryske Marren niet meer mee – ‘vanwege praktische en organisatorische drempels’, zo meldt het partijbestuur.

    ,,Als je de partij draait om één persoon, dan kun je tegenslagen krijgen. Hier in Lemmer is er geen versterking bijgekomen.” Maar verder gaat het volgens Visser goed met de NCPN. ,,We hebben een hoop jongeren erbij gekregen, vooral in de steden en zelfs op plekken waar we nooit leden hadden, zoals op de Veluwe.”

    Of hij een goed advies heeft voor aanstormende kandidaten voor de gemeenteraden? ,,Wees een echte volksvertegenwoordiger. Beweeg je onder de gewone mensen en kom op voor hun belangen. Een raadslid moet naast de mensen staan, niet naast het systeem.”


    Een versie van dit interview verscheen bij het Algemeen Dagblad (AD) op 28 februari 2026.