Éthiopiques: Francis Falceto’s odyssee naar de Abessijnse groove

In de nadagen van keizer Haile Selassie beleefde Ethiopië een tijdperk van ongekende muzikale vernieuwing en experiment. In het broeierige nachtleven van de hoofdstad Addis Abeba ontstond een hypnotische mélange van traditionele stijlen, jazz, soul en funk. Voor de buitenwereld onopgemerkt ging dit muziekavontuur eind jaren zeventig ten onder en we zouden er misschien nooit van gehoord hebben als de Franse muziekarcheoloog Francis Falceto (55) de Abessijnse groove niet in Europa had geïntroduceerd. Met toewijding en engelengeduld graaft hij al meer dan twintig jaar naar de verborgen pareltjes van de Ethiopische muziek.

Gonzo (circus) februari-maart 2005

Hij woont in Normandië, maar elk jaar verblijft Francis Falceto wel een paar maanden in Ethiopië. Wanneer ik hem spreek, is hij alweer een nieuwe reis aan het voorbereiden om in de hoofdstad Addis Abeba een festival gewijd aan Ethiopische muziek te organiseren voor Alliance Ethio-Française, een non-profit organisatie die een belangrijke bijdrage levert aan het culturele leven in Addis. Verder brengt zijn grenzeloze passie voor Ethiopische muziek hem telkens naar nieuwe projecten.

“De laatste zes jaar ben ik bezig met het verzamelen en restaureren van opnames die Italianen in 1939 hebben gemaakt van Ethiopische muzikanten. Tientallen 78-toerenplaten met ongelofelijk interessant materiaal dat oorspronkelijk de propaganda van de Italiaanse bezetters bediende, maar daarnaast een waardevolle bron is voor de geschiedenis van Ethiopische orale poëzie.”

“Verder probeer ik kopieën van historische opnames te repatriëren naar Ethiopië, opnames die hier en daar verdwaald zijn in musea of privé-collecties in Europa. In Duitsland heb ik een paar opnames gelokaliseerd die gemaakt zijn in 1904 en in de jaren twintig, maar ik strandde daar in de gebruikelijke kinderachtige oorlogjes tussen academici. De afgelopen jaren deed ik ook onderzoek naar de muziek van de Guragé (Semitisch volk met woonstee ten zuidwesten van Addis, rdb), een van de meest interessante en onbekendste muzieksoorten in Ethiopië. Ik heb muziekopnames gemaakt en heb er zoveel tijd en moeite ingestoken dat ik er een beetje wanhopig van ben geworden. Ik hoop de draad later weer op te pikken, maar het blijft moeilijk omdat ik weinig tijd heb, mezelf moet financieren en de huur in Frankrijk moet natuurlijk ook betaald worden.”

Rocketship number nine

Het bekendste project van Falceto is de inmiddels achttiendelige cd-serie ‘Éthiopiques’, gewijd aan de veelzijdige muziek van Ethiopië, zoals de pentatonische Tigrigna-muziek met haar typische manke ritmes, het repertoire van de azmari (professionele vertolkers van orale poëzie) en van harpspelers Alemu Aga en Asnaqetch Werqu. Maar verreweg de meeste delen uit de serie zijn gewijd aan het ‘gouden tijdperk’ van de Ethiopische moderne muziek – de roerige nadagen van keizer Haile Selassie, toen in het bruisende moderne nachtleven van Addis Abeba het catchy en hallucinante, dan weer melancholische geluid van de Abessijnse groove werd uitgevonden.

Henry Kaiser omschreef het als ‘dense hypnotic groove music that sounds at times like Sun Ra has landed his rocketship number nine next to the Red Sea.’ En dat klopt in zekere zin ook letterlijk, want het radiostation van de Amerikaanse maritieme basis Kagnew Station in de Eritrese havenstad Asmara aan de Rode Zee droeg in de jaren zestig en zeventig sterk bij aan de vernieuwing in de Ethiopische muziek. Falceto: “Daar waren duizenden Amerikanen gestationeerd, jongelui die naar rock-’n-roll, soul en zwarte muziek luisterden. Ik heb zelfs veteranen gesproken die de muziek van James Brown dáár hebben ontdekt, op de radio en in de nachtclubs van Asmara. Eritrese musici brachten deze muziek op tape en vinyl met zich mee naar Addis, waar het in de hot spots van Addis werd gedraaid. Deze invloeden hebben de Ethiopische groove mede vormgegeven.”

De modernisering van de Ethiopische muziek begon midden jaren vijftig onder invloed van buitenlandse muziekinstructeurs die de institutionele leger- en politiefanfares en theaterorkesten hervormden. De Oostenrijker Franz Zelwecker stelde met leden van de keizerlijke lijfwacht een jazzensemble samen dat elke vrijdagavond in het luxueuze Ras Hotel optrad voor de Ethiopische elite en diplomatiek personeel. In die beginperiode ontwikkelde saxofonist Getatchew Mekurya de shellèla-stijl, die zijn spel een free jazz-gevoel geeft. Zangeres Bzunesh Beqele waagde zich aan de swing. Componist en arrangeur Mulatu Astatqe, die als eerste Ethiopiër een muziekopleiding in het buitenland genoot en in New York albums opnam met Puertoricaanse artiesten, introduceerde latin-jazz en exotica (ethio-jazz), iets wat door het thuisfront nooit echt op waarde is geschat – Astatqe bleef de enige vibrafoonspeler in Ethiopië.

Pulserende blaxploitation

De klanken zijn soms zo onwerelds dat ze op het eerste gehoor niet direct geografisch thuisgebracht kunnen worden. We horen wah-wah pedalen, ronkende orgels, saxofoons en trompetten, maar de muziek is geen goedkoop derivaat of nabootsing van soul, blues of funk en wijkt ook sterk af van moderne muziek uit andere Afrikaanse landen. Het heeft soms een vervormd Bollywood-geluid, zoals in de nummers waarin Hirut Beqele haar hoge register opengooit tegen een decor van koperblazers. Mahmoud Ahmed brengt psychedelische arabesken, bij Mulatu Astatqe raak je af en toe verzeild in een pulserende blaxploitation soundtrack. Getatchew Mekurya klinkt op saxofoon als een Ethiopische Albert Ayler, begeleid door een pentatonisch gestemde Booker T. & The MGs. De dwarsfluit in een nummer van Tamrat Ferendji & Sensation Band blijkt gespeeld door een Finse backpacker die op doorreis toevallig Addis passeerde.

De Abessijnse groove is kortom een rijke en complexe mélange van traditionele en westerse stijlen en vooral een product van stronteigenwijze Ethiopische bodem. De eerste onafhankelijke producent en bandmanager in Ethiopië was Amha Eshete, die in 1969 met het oprichten van het label Amha Records het staatsmonopolie op productie en import van platen doorbrak. Eshete werd met Ali ‘Tango’ Abdella Kaifa (Kaifa Records) en Kassahoun Eshete (Philips Ethiopia) de grote aanjager van de Ethiopische popmuziek. In krap een decennium, tussen 1969 en 1978, verschenen honderden albums die de hoogtijdagen van de Abessijnse groove documenteerden.

Maar het licht doofde langzaam na de machtsgreep van kolonel Mengistu Haile-Maryam en zijn militaire raad (de Derg) in september 1974, waarbij keizer Haile Selassie werd afgezet. Falceto: “Onder de Derg werd de muziek verdrukt. Niet helemaal, want Mahmoud en Tlahoun bleven zingen, maar onder moeilijke omstandigheden. De avondklok werd ingesteld in 1974 en duurde zonder onderbreking tot 1992. Addis was een stad zonder nachtleven, zonder de dynamiek van de jaren zestig. Het nachtleven bleef beperkt tot de grote hotels, dus voornamelijk voor buitenlanders. Veel muzikanten verlieten Ethiopië vanwege de Derg en niet altijd onder de beste omstandigheden.”

De vaak tragische levensverhalen van de veteranen van het ‘gouden tijdperk’ die naar de Verenigde Staten en Canada vluchtten, zijn het onderwerp van onderzoek van de journaliste/filmmaakster Kyle Stone uit Toronto. Ze werkt aan een documentaire. Kyle Stone: “Het idee begon in 2001, toen ik in een kleine bibliotheek een groezelig cd’tje vond, ‘Ethiopian Groove: The Golden Seventies’, Francis’ eerste Ethiopische popcompilatie. Ik wilde alles hierover uitvinden, over de mensen die deze muziek maakten, hun omstandigheden, hun verhalen, hun achtergronden. Uiteindelijk kwam ik in aanraking met een wereld die voor de meeste Amerikanen verborgen blijft, de wereld van de Ethiopische en Eritrese diaspora. Een wereld waar mensen taxichauffeur of bagagedrager zijn, in ondergrondse parkeergarages werken, onzichtbaar en anoniem – en dan naar huis gaan, waar een saxofoon, een elektrische gitaar of een Farfisa-orgel in de hoek staat en waar foto’s hangen waarop ze als tieners voor een afgeladen stadion speelden.

Kyle Stone wordt in haar filmplannen aangemoedigd en gesteund door Falceto, die op het gebied van de Abessijnse groove feitelijk de enige echte schatbewaarder en connaisseur is – en dat terwijl de traditionele muziek van Ethiopië en de rest van Afrika nauwkeurig in kaart is gebracht door etnomusicologen. De moderne muziekgeschiedenis is een witte vlek. “Het verbaast mij nog altijd dat er maar weinig mensen bekend zijn met deze muziek,” zegt Falceto, “en dat er na dertig jaar nog steeds zo weinig aandacht voor is. Ik moedig mensen aan om onderzoek te doen. Ik ontving vandaag nog een dissertatie van een student die deze periode bestudeert.” Falceto werd ook benaderd door Jim Jarmusch, die in één van zijn komende films Ethiopische muziek wil gebruiken. “En een Nederlandse filmmaker, Jack Janssen, wil iets doen met Mahmoud Ahmed.”

Muzikale ‘UFO’

Het begon allemaal met het in 1975 verschenen album ‘Erè mèla mèla’ van Mahmoud Ahmed, één van de laatste hoogtepunten uit het ‘gouden tijdperk’. Dit cultalbum werd bij toeval naar Frankrijk gebracht door een vriend van Falceto, een podiummanager die met een Frans theatergezelschap door Afrika had rondgetoerd. “Toen ze met hun theaterstuk Addis aandeden, kocht hij daar op straat een elpee”, vertelt Falceto. “Terug van zijn reis gaf hij een feestje voor vrienden, in april 1984. Op een gegeven moment zette hij die plaat op. We waren allemaal verpletterd, zoiets hadden we nog nooit gehoord.”

In die tijd runde Falceto met vrienden een muziekassociatie in Poitiers, ‘L’Oreille est Hardie’ en vanaf 1985 een eigen concertpodium, ‘Le Confort Moderne’. “We verveelden ons kapot in Poitiers en begonnen daarom concerten te organiseren op het gebied van free jazz, noise, experimentele rock en muziek uit de hele wereld, tien jaar voordat world music in de mode raakte. We hadden optredens van Sonic Youth, Henry Cow, Glenn Branca, The Residents, tot en met Ornette Coleman en Ravi Shankar. Het was een geweldige tijd, de manier waarop we programmeerden en artiesten uitnodigden was uitsluitend op basis van onze eigen smaak. In die geest besloten we om Mahmoud Ahmed uit te nodigen voor zijn eerste concert in Europa. Ik ging op onderzoek uit in Ethiopië, voor één week (lacht). Met artiesten kun je immers altijd wel in een dag of twee iets regelen, dacht ik. Ik was totaal onbekend met de situatie in Ethiopië.”

Op zijn eerste Ethiopische reis ontmoette Falceto muziekproducent Ali Tango, die hem in contact bracht met Mahmoud Ahmed, maar hij werd ook geconfronteerd met een politiestaat en de immense bureaucratie van de Derg. “Ik herinner me avonden waarop we ons voortdurend uit de voeten maakten voor de politie, van de éne bar naar de andere. Net in gesprek met een muzikant moest je dan meteen weer wegglippen uit een bar omdat er een stille werd herkend. Maar wij hadden ook sluwe streken. Dan pikte ik met Ali Tango in zijn auto een muzikant op en deden we het interview al rijdend door Addis. Alleen op die manier waren we er zeker van dat de politie ons niet op de hielen zat.”

Falceto’s plannen voor een Europese concerttour van Mahmoud Ahmed werden door het militaire bewind tegengewerkt. “De Derg wilde overal bovenop zitten en zelf de artiesten selecteren voor concerten in Europa. Maar in Frankrijk had ik ondertussen cassettebandjes met ‘Erè mèla mèla’ rondgestuurd naar allerlei mensen die enthousiast en bemoedigend reageerden.” Het nieuws over deze muzikale ‘UFO’, zo scherp contrasterend met het wereldnieuws van dat moment – de hongersnood in Ethiopië, ging als een vuurtje rond en in juni 1986 bracht Falceto als uitvoerend producent het album ‘Erè mèla mèla’ uit op het grensverleggende platenlabel Crammed van Marc Hollander. “Ik was goed bevriend met hem en de andere bandleden van Aksak Maboul. Toen ze ‘Erè mèla mèla’ beluisterden, waren ze onmiddellijk verkocht. Het was eigenlijk niet meer dan logisch dat het album op hun label verscheen, want zij waren de enige mensen in de experimentele scene waarvan ik wist dat zij vinyl konden uitgeven.

Alfanalètch

In 1987 kwam Falceto in contact met de producent Amha Eshete, die toen in Washington woonde. “Hij steunde mij vanaf het eerste moment en heeft mijn project ontzettend vooruitgeholpen. Hij wilde zijn oude catalogus heruitgeven en probeerde de masters te lokaliseren. Het vinyl van Amha Records werd in India geperst, vervolgens in Libanon en uiteindelijk in Griekenland. Met veel moeite konden we de Griekse masters lokaliseren. Eshete gaf mij toestemming om de masters in Athene op te halen en we tekenden een contract en de financiële verplichtingen. Ook met Ali Tango heb ik op papier een licentie geregeld, dat was vooral belangrijk omdat tot voor kort auteursrechten niet werden beschermd in de Ethiopische wetgeving.

Na de val van de Derg in 1991 openden de deuren zich voor Falceto veel gemakkelijker en in 1994 verschijnt zijn eerste compilatie ‘Ethiopian Groove: The Golden Seventies’ op het label Blue Silver. Drie jaar later komt het eerste deel van de serie ‘Éthiopiques’ uit en sindsdien vindt de muziek steeds meer weerklank in de buitenwereld. De half Europese, half Ethiopische band Jump to Addis, het jazzensemble Either/Orchestra en het Kronos Quartet geven eigenzinnige interpretaties van de Ethiopische groove. In Nederland is de band The Ex een belangrijke pleitbezorger van Ethiopische muziek. Onlangs gaf Terrie Ex op Terp Records een dubbel-cd uit van een legendarische Eritrese zangeres, Tsehaytu Beraki, die hij bij toeval ontmoette in Rotterdam, waar ze – gevlucht in 1988 – een somber bestaan leidde. Terrie Ex: “Francis viel bijna van zijn stoel toen ik haar naam noemde, omdat hij net bezig was met deel 5 (van ‘Éthiopiques’ – Tigrigna-muziek uit de periode 1970-’75 met o.m. een jonge Tsehaytu, rdb) en helemaal niet wist waar hij Tsehaytu moest zoeken.”

In Addis Abeba weergalmt hier en daar de echo van het ‘gouden tijdperk’. Mahmoud Ahmed geeft nog wekelijks concerten, Mulatu Astatqe runt een muziekschool annex jazzclub en de radiozender FM Addis biedt een mix van soul, Ethiopische seventies en reggae. Maar in de hedendaagse Ethiopische popmuziek is experiment amper te vinden, stelt Falceto. “Een muzikant moet om te overleven ofwel in een vreselijke tent optreden of vreselijke cassettes uitgeven. Ik zie geen mensen van het soort van Ali Tango en Amha Eshete, die zowel zakenlui als muziekliefhebbers waren en op zoek gingen naar nieuwe trends. De muziekindustrie in Ethiopië is volledig geconcentreerd op de lokale markt. Producenten willen vooral snel en goedkoop producties op de markt zetten. Hier zijn muzikanten enerzijds in handen van de eigenaars van muziekshops en anderzijds in de handen van zompige nachtclubs waar keyboards en drumcomputers overheersen.

Over de superster Ejigayehu ‘Gigi’ Shibabaw, in wier muziek de overijverige hand van producent Bill Laswell te horen is, zeggen de Ethiopiërs ‘alfanalètch’ – ‘zij is ons ontstegen’. Falceto: “Gigi woont in de Verenigde Staten en is de vrouw van Bill Laswell. In Ethiopië is er geen ruimte voor muzikale innovatie. Dat is iets waarover ik al tien jaar discussieer met jonge muzikanten. De enige goede conditie voor een plek in de wereld is om beter te zijn dan de veteranen. Maar ze houden niet van dit discours. Het is dan echt moeilijk voor mij om buitenlander te zijn. Ethiopië is nooit een kolonie geweest en dat geeft de mentaliteit van Ethiopiërs een kracht waarmee geen ander Afrikaans land kan wedijveren. Ze zijn zo stompzinnig trots dat ze zich niet van bewust zijn dat er nog een wereld buiten Ethiopië bestaat. Die trots brengt mooie dingen voort, zoals de waanzinnige muziek die in de jaren zestig ontstond, maar heeft ook negatieve aspecten, zoals chauvinisme. Ik kom het veel tegen op mijn pad.”

Selectieve discografie
The Rough Guide to the Music of Ethiopia (Rough Guide, 2004) is een globale introductie tot moderne Ethiopische muziek samengesteld door Francis Falceto.

Selectie uit de cd-serie éthiopiques (Buda Musique)
Vol.1: Golden years of modern Ethiopian music 1969-1975 (1997)
Vol.3: Golden years of modern Ethiopian music 1969-1975 (1998)
Vol.4: Ethio jazz & musique instrumentale 1969-1974 (1998)
Vol.7: Mahmoud Ahmed : Erè mèla mèla (1999)
Vol.8: Swinging Addis 1969-1974 (2000)
Vol.13: Ethiopian Groove: The Golden Seventies (2003)
Vol.14: Gétatchèw Mèkurya: The Negus of Ethiopian Sax (2003)
Vol.15: Jump to Addis: Europe meets Ethiopia (2003)

Heruitgegeven op vinyl
Mulatu Astatke and his Ethiopian Quintet – Afro-Latin Soul (1966)
Mulatu Astatke – Mulatu of Ethiopia (1972)
v/a – Ethiopian Modern Instrumentals Hits (1972)
Mulatu Astatke feat. Fekade Amde Maskal – Yekatit – Ethio Jazz (1974)

Selectieve bibliografie
Francis Falceto, Abyssinie Swing: A Pictorial History of Modern Ethiopian Music (Addis Ababa, 2001)
Francis Falceto, ‘Un siècle de musique moderne en Éthiopie (précédé d’une hypothèse baroque)’, in Cahiers d’études africaines 168 (2002)
Francis Falceto, ‘Alfanalètch? Gigi entre hier et demain’, in Les nouvelles d’Addis 29 (2002)

Filmografie
‘Abyssinie Swing’ (1996), Canal+ productie van Francis Falceto & Anaïs Prosaïc
‘The Days All Start At Midnight: Swinging Addis and Its Music’ van Kyle Stone

Dit artikel verscheen in het Belgisch-Nederlandse muziektijdschrift Gonzo (circus) #67 (februari-maart 2005), download hier de pdf.

Posted in