Indianenverhalen: kun je geschiedschrijven zonder schrift?

Wetenschappers zijn de laatste jaren serieuzer gaan kijken naar de mondelinge overleveringen van inheemse culturen over de hele wereld. Ook al kenden zij geen schrift, toch wisten zij zeer complexe kennis duizenden jaren te bewaren met verfijnde geheugentechnieken.

Quest Historie ★ 03/2019

Aan de rand van de Indische Oceaan, op zo’n vijftien kilometer uit de zuidwestkust van Australië, steken twee flinke rotsen uit zee. Over hoe die rotsen zijn ontstaan, vertellen de oorspronkelijke bewoners, de Aboriginals, een legende. Die gaat als volgt: in vroeger tijden was er een grote vlakte die zich uitstrekte tot de plek waar nu die rotsen liggen. Op een dag gingen daar twee vrouwen naar wortels graven, toen zij ineens een vloedgolf op zich zagen afkomen. Ze vluchtten naar hoger gelegen gronden, maar konden niet hard genoeg rennen, want de ene vrouw was hoogzwanger en de andere vrouw droeg een hond met zich mee. De zee overweldigde hen en veranderde hen in deze rotsen. Als je goed kijkt, kun je hierin nog steeds de zwangere vrouw en de vrouw met de hond herkennen.

Duizenden jaren geleden

Volgens de Australische geograaf Patrick Nunn van de University of the Sunshine Coast is het meer dan een gewone legende die de aparte vorm van de rotsen verklaart. Want de zestig meter diepe zee tussen de rotsen en het vasteland was lang geleden inderdaad een vlakte. Geologische berekeningen laten zien dat dit land onder is gelopen na een abrupte stijging van de zeespiegel, zo’n 12.000 jaar geleden. Nunn vergeleek tientallen Aboriginalverhalen met nieuwe inzichten uit onderzoek rond de Australische kust door een team van aardwetenschappers.

Zo zeggen de Aboriginals in Arnhemland, in Noord-Australië, dat hun voorouders woonden in wat nu de Golf van Carpentaria is, een ondiepe zee die zo’n 7500 jaar geleden onder water is gelopen. In zijn boek The Edge of Memory (2018) stelt Nunn dat de verhalen waarschijnlijk slaan op gebeurtenissen die volgden op de laatste ijstijd, toen de ijskappen smolten en de zeespiegel meters steeg. De Aboriginals, die in het verleden geen schrift kenden, hebben dus verhalen met een historische kern van waarheid honderden generaties lang doorverteld.

Reuzen als voorouders

Aan het andere uiteinde van de wereld kwam de Deense evolutiebioloog Eske Willerslev van Københavns Universitet tot een soortgelijk inzicht als Nunn. In het noordoosten van Canada zijn er Eskimo- of Inuitlegendes over een verdwenen volk van sterke reuzen, de Tuniit. Een Tuniit-jager kon met gemak een walrus vangen en op zijn rug naar huis dragen. Hij was ook mensenschuw en ging geweld uit de weg. Uiteindelijk verdween hij uit het land van de Inuit.

Willerslevs onderzoek in 2014 naar de genetische prehistorie van het poolgebied wees op de mogelijke wortels van deze mondelinge overlevering. 4000 jaar heeft de zogenoemde Dorsetcultuur, de Tuniit uit de legendes, het uitgehouden in het Canadese poolgebied, totdat de moderne Inuit in de loop van de Middeleeuwen in het gebied verschenen. DNA-onderzoek laat zien dat beide groepen zich nooit met elkaar vermengd hebben.

Hoe kan het dat mensen verhalen kunnen navertellen over gebeurtenissen die zich soms wel duizenden jaren geleden hebben afgespeeld? Voor de moderne mens, die gewend is om alles wat onthouden moet worden op te schrijven, is dat zo goed als ondenkbaar.

Nuttige kennis

Schriftloze culturen hebben hun kennis en geschiedenis verankerd in liederen, dansen en verhalen. Niet alleen memorabele gebeurtenissen, maar ook alledaagse praktische kennis over wat eetbaar is en wat niet, hoe dieren zich gedragen, hoe je planten als medicijn kunt gebruiken, wie er recht heeft op welke grond en hoe je op reis over land of zee de richting bepaalt.

Scherpe sterrenkijkers

Australische Aboriginals zijn oplettende hemeltuurders. Uit hun mondelinge tradities valt een grote hoeveelheid astronomische kennis op te maken. Zo kennen zij de veranderende helderheid van de rode ster Betelgeuze in het sterrenbeeld Orion. Die veranderlijke helderheid werd in de westerse wetenschap pas voor het eerst opgemerkt door de Britse astronoom John Herschel in 1836, maar speelt een grote rol in de eeuwenoude mythologie van de Aboriginals uit de Great Victoria Desert.

Hierin is Orion de krijger Nyeeruna, die magisch vuur opwekt in zijn rechterhand (Betelgeuze) om toegang te krijgen tot de zeven Yugarilya-zusters (de sterrengroep Plejaden). Hij wordt gehinderd door de oudste zuster Kambugudha (Hyades), die zand in zijn gezicht schopt en hem zo vernedert dat zijn magisch vuur afzwakt. Dit wordt in de mondelinge traditie als een cyclisch proces voorgesteld, waarbij de rechterhand van Nyeeruna steeds oplicht en vervaagt.

Opvallend is de overeenkomst met een verhaal uit de Griekse mythologie, waarin de Plejaden zeven zusters zijn die door de jager Orion het hof worden gemaakt. Hoe het komt dat de Grieken en Aboriginals dezelfde sterrenbeelden zagen, en waarom hun verhalen zo sterk overeenkomen, is vooralsnog een raadsel.

Voor een gemeenschap was het zo nauwkeurig mogelijk opslaan en voordragen van deze kennis van levensbelang. Die verantwoordelijkheid lag vaak bij zogenoemde kennisbewaarders. Zij vertelden avond na avond met gevoel voor drama verhalen rond het kampvuur. Ze waren wandelende bibliotheken die uit nieuwe generaties hun opvolgers opleidden.

Stenen, kralen en schelpen

Kennisbewaarders gebruikten verschillende geheugentechnische hulpmiddelen. Stamoudsten van de Aboriginals hanteren als geheugensteun bij het voordragen de tjuringa, een ovalen steen vol abstracte motieven. De Luba, een Congolees volk dat tot de Belgische kolonisatie een eigen koninkrijk had, kenden een speciale elitegroep die de historische en mythische verhalen voordroeg, en kennis overbracht over jachttechnieken, smeedkunst, astronomie, goden en voorouderlijke ceremonies. Dit gebeurde tijdens speciale ceremonies. Hierbij maakten de vertellers gebruik van een met kralen, schelpen en houtsnijwerk gedecoreerd houten geheugenbord, een zogeheten lukasa.

Verreweg de meest effectieve geheugentechniek die wereldwijd wordt gebruikt, is het zogeheten ‘geheugenpaleis’. Daarbij wordt kennis gelinkt. aan herkenningspunten op een route in een landschap, op straat of in een gebouw Onder meer de Oud-Griekse en Romeinse redenaars gebruikten deze techniek, ook wel de ‘loci-methode’ genoemd, om zich verhalen te kunnen herinneren.

De uitvinding hiervan wordt vaak toegeschreven aan de dichter Simonides van Keos, die in de zesde eeuw voor Christus leefde. Maar volgens de Australische communicatiewetenschapper Lyne Kelly is hij alleen maar de eerste die erover schreef. Geheugenpaleizen werden al lang voor de uitvinding van het schrift gebruikt door culturen overal ter wereld. haar boek The Memory Code (2016) geeft talloze voorbeelden uit inheemse en prehistorische culturen.

Een aparte kamer voor iedere herinnering

Culturen overal ter wereld kennen de loci-methode, waarbij je locaties gebruikt om dingen te onthouden. Niet zo gek, want dat de methode zo goed werkt heeft een neurowetenschappelijke verklaring. Het geheugen en het ruimtelijk bewustzijn zijn namelijk met elkaar verweven in de hippocampus. Dit deel van het brein helpt ons om onze plaats in een ruimte te bepalen, en om nieuwe herinneringen op te slaan.

Uit recent onderzoek van het Nobelprijswinnende echtpaar Edvard en May-Britt Moser blijkt dat ons brein het vermogen heeft om voor elke herinnering een aparte ‘kamer’ aan te maken in de hippocampus. Dat zorgt ervoor dat we herinneringen uit elkaar kunnen houden, ook als die erg op elkaar lijken.

Aboriginals kennen de loci-methode als de ‘gezongen lijnen’ en ‘droomsporen’, waarbij zij voor elke locatie een lied, een verhaal of een ceremonie hebben die puur met die specifieke plaats is verbonden. De Yanyuwa in het noorden van Australië hebben een verzameling van gezongen verhalen op een route van meer dan 800 kilometer. De reusachtige knaloranje rotsformatie Uluru in het hart van Australië dient als een geheugensteun voor de mythes van de Anangu.

Stonehenge is geheugensteun

Ook steencirkels zoals het complex bij Stonehenge moeten volgens Kelly zo’n functie als geheugenpaleis hebben gehad. ‘Stonehenge is gebouwd door een landbouwend volk dat 4000 jaar terug zijn eigen kennissysteem naar de Britse eilanden meebracht’, legt zij uit. ‘De oorspronkelijke bewoners met wie de megalietenbouwers zich vermengden waren jagers-verzamelaars, die het landschap dat zij door en door kenden als geheugenpaleis gebruikten. In die overgang van mobiele jagerscultuur naar landbouwcultuur op vaste grond zie je over de hele wereld ineens steencirkels gebouwd worden.’ Die vervingen het landschap als de plek die de kennisbewaarders van die tijd gebruikten om belangrijke zaken te onthouden en uit te wisselen, aldus Kelly.

Die kennis is inmiddels nauwelijks meer te achterhalen, maar zal ook toen verpakt zijn in verhalen en liederen met mensen in de hoofdrol. ‘Wat we als onderzoekers onderschat hebben, is de waarde van het toevoegen van personages aan verhalen’, zegt Kelly. ‘Een relaas met levendige figuranten is veel makkelijker te onthouden dan een opsomming van feiten.’

Zo hebben bijzondere personages zoals de verlegen Tuniit uit het Inuitverhaal, of de in rotsen veranderde vrouwen uit het Aboriginalverhaal, ervoor gezorgd dat oeroude verhalen zijn blijven hangen en vele generaties werden doorverteld.

Getuigen van een ramp

Een bijzondere mythe die in 1865 werd opgetekend bij de Klamath-indianen in de Amerikaanse staat Oregon verklaart waarom zij grote eerbied hebben voor het bergmeer Crater Lake. Lang geleden wilde de god van de onderwereld Llao de knappe dochter van het Klamath-stamhoofd tot zijn vrouw nemen, maar zij weigerde met hem mee te gaan.

Woest door de afwijzing zwoer Llao de Klamath te vernietigen met de vloek van het vuur. Vanuit zijn berg liet Llao roodgloeiende rotsen door de lucht vliegen en brandende as regenen. Verschrikt vluchtten de mensen weg. Maar zij werden gered door Skell, de god van de bovenwereld, die Llao terugdreef naar de onderwereld en de berg bovenop hem liet instorten. Er zouden nog vele jaren met regen volgen, die het gat van de ingestorte berg met water vulde.

Ontdaan van al zijn bovennatuurlijke elementen is het een vrij accurate beschrijving van het uitbarsten en ineenstorten van vulkaan Mazama en het bijna 600 meter diepe Crater Lake dat hieruit is ontstaan. Het lijkt er sterk op dat de Klamath-indianen, die al zeker 10.000 jaar in hetzelfde gebied wonen, ooggetuigen zijn geweest van een gebeurtenis die zo’n 7600 jaar geleden plaatsvond. Het moet volgens geologen van nu een van de zwaarste vulkaanerupties uit de afgelopen 10.000 jaar zijn geweest.


Verschenen in het populairwetenschappelijke tijdschrift Quest Historie, nr. 3 van 2019. Download hier als pdf. Quest Historie ging als titel ter ziele eind 2022.

Posted in

Leave a comment