Raadselachtige Fries die Tito moest vermoorden krijgt biografie: ‘Hij is niet oud geworden, maar heeft geleefd voor vijf’

De in Leeuwarden geboren André Engwirda vocht als vurig communist tegen fascisten in Spanje, maar werd later nazi-spion met een moordmissie op partizanenleider Tito. Een nieuw boek – De man die Tito ging vermoorden – ontrafelt zijn onnavolgbare levensloop vol morele raadsels. 

Leeuwarder Courant ★ 16 juli 2025

,,Het is bijna niet voor te stellen”, zegt Ilse Engwirda (57) over haar grootvader André. ,,Een oud-Spanjestrijder, die ondanks zijn communistische idealen in de oorlog uiteindelijk voor de Duitsers spioneerde. En tegelijkertijd was er ook nog een Joodse onderduikbaby in huis, de kleine Vera. Die lag in de box, samen met mijn vader, terwijl André voor de Sicherheitsdienst werkte. En dat zat allemaal bij elkaar, onder één dak.” 

Bijna niemand kent de naam André Engwirda, maar zijn leven leest als één grote avonturenroman. Hij is veel minder bekend dan stadsgenoot Mata Hari, maar zijn dubbelleven als spion was minstens zo meeslepend – en moest hij eveneens met de dood bekopen. 

Over dat onwaarschijnlijke leven is nu een rijk gedetailleerde biografie verschenen. In De man die Tito ging vermoorden reconstrueren historicus Erik Schaap en journalisten Evert de Vos en Zoran Bogdanović hoe idealist André Engwirda uitgroeide tot nazi-spion en moordkandidaat op de Joegoslavische verzetsleider en latere staatsman Tito.

,,Hij is niet oud geworden, maar hij heeft geleefd voor vijf”, zegt Erik Schaap, auteur van meerdere boeken over de Tweede Wereldoorlog. Hoe het boek tot stand kwam? ,,Evert en ik kwamen elkaar na jaren weer tegen in Zaandam. Ik was bezig met een boek over Nederlandse vrijwilligers in de Spaanse Burgeroorlog, en Evert zei: ‘Dan ken ik ook nog een mooi verhaal.’ Hij vertelde over de opa van een goede vriendin, Ilse – dat was dus André Engwirda. Ik dacht meteen: hier móet een boek over komen.” 

Geboren aan de Doelestraat

André Engwirda wordt op 16 december 1917 geboren in de Doelestraat in Leeuwarden, in een inmiddels verdwenen hoekpand tegenover het Coulonhuis. Hij groeit op met een driftige vader Frans die als huizenspeculant faalt en voortdurend op zoek is naar werk. In 1926 verhuist het gezin naar Maastricht, waar de situatie verslechtert door de woede-uitbarstingen van zijn vader. Als zijn ouders scheiden, komt André te wonen bij zijn moeder en stiefvader – en via hem vindt hij de weg naar de socialistische jeugdbeweging. 

Hij flirt ook kort met de NSB, maar het is uiteindelijk de revolutionaire boodschap van de CPN die bij hem aanslaat. Via de partij raakt hij betrokken bij solidariteitsacties voor Spanje en in 1937 neemt hij zelf de wapens op tegen het oprukkende fascisme. Illegaal reist hij via Parijs en de Pyreneeën naar het front, waar hij zich aansluit bij de Internationale Brigades en tot luitenant wordt bevorderd. 

Terug in Nederland trouwt hij met Clara Ortmans, een kapster uit een even communistisch nest. Als de Duitsers in 1940 binnenvallen, wordt hij als oud-Spanjestrijder opgepakt door de Sicherheitsdienst (SD) en opgesloten. Zijn vrijlating in 1941 markeert een kantelpunt, zegt Schaap. ,,Eerst probeert hij te infiltreren bij de SD. Daar komt hij onder valse voorwendselen binnen, en waarschuwt zijn kameraden in het verzet – maar dat slaat niet aan. Hij wordt gewantrouwd en keert zich uiteindelijk echt naar de andere kant.”

Een explosieve vulpen

Engwirda krijgt van de Duitsers een spionagetraining in Den Haag en Berlijn, en leert alles over codetaal, sabotage en infiltratie. In 1944 wordt hij naar Joegoslavië gestuurd om zich aan te sluiten bij de partizanen in Bosnië. Als Spanjestrijder wordt hij geloofwaardig geacht. Zijn geheime missie: doordringen tot Tito’s hoofdkwartier – een grot op het eiland Vis – en hem doden met een explosieve vulpen.

Wat Schaap fascineert, is dat Engwirda het tot het einde toe volhield. ,,Hij had genoeg momenten om af te zien van zijn missie, maar hij ging door. Terwijl je denkt: wat zijn je kansen op succes? Of om het zelf te overleven?”

Uiteindelijk valt hij door de mand. Hij wordt ondervraagd, bekent en verdwijnt. Het is dan eind september 1944. Vermoedelijk is hij kort daarna gefusilleerd. Zijn verhaal leeft in Joegoslavië nog lang voort. In oorlogsboeken en partizanenmemoires wordt het aangehaald als voorbeeld van Duitse sabotage. In 1982 wordt het zelfs verfilmd in de Joegoslavische tv-productie Operacija Teodor.

Kind van een ‘foute’ ouder

In Nederland blijft zijn verdwijning jarenlang een mysterie. Voor zijn vrouw Clara was het verhaal te pijnlijk. Ze bleef haar leven lang links, was actief bij de PSP en feministisch betrokken, maar zweeg over haar huwelijk met een man die in 1950 bij verstek als oorlogsmisdadiger tot acht jaar cel werd veroordeeld. 

,,Mijn oma Clara heeft daar haar leven lang over gezwegen”, vertelt Ilse. ,,Pas op haar 95ste, één keer, heeft ze erover gepraat. Ze zei toen: hij was mijn grote liefde. Ze woonde in een verzorgingsflat, kon nauwelijks lopen, maar liep elke dag naar de brievenbus in de hoop iets van hem te horen.”  

Ilse’s vader Anton, nu 83, deed sinds zijn vijftigste onderzoek naar het verleden van zijn vader. Zijn hele leven stond in het teken van kind van een ‘foute’ ouder zijn. Zo sloot hij zich aan bij de Werkgroep Herkenning voor nazaten van collaborateurs en geloofde hij dat hij daardoor kansen had gemist, omdat hem regelmatig banen werden geweigerd. ,,Maar uiteindelijk bleek dat hij in het vizier van de BVD kwam, niet zozeer vanwege zijn vader, maar de communistische sympathieën aan beide kanten van de familie”, zegt Ilse.

Alles of niets

Lange tijd hoopten de nabestaanden dat André Engwirda toch een dubbelspion was met een linkse inborst. Dat hij ooit een Joods onderduikkind in huis had, leverde later zelfs een onderscheiding op. Voor de familie was dat lang een teken dat hij ‘eigenlijk’ aan de goede kant stond. Maar in het boek komen de auteurs tot de conclusie dat André Engwirda aan het eind van zijn leven waarschijnlijk toch echt fout was. 

,,André Engwirda was geen man van het midden”, vat Schaap samen. ,,Hij koos altijd de uitersten. In Spanje was hij vol overtuiging communist, moedig, strijdlustig. Maar ook als infiltrant ging hij er vol in. Hij schreef zijn vrouw brieven vanuit Joegoslavië waarin hij tot op het laatst geloofde in de eindoverwinning van de nazi’s.” Die radicale gedrevenheid herkent Ilse ook: ,,Rationeel snap je zijn keuzes niet, maar het past wel bij hoe mannen in onze familie zijn. Het is alles of niets.” 

Voor Ilse voelt het grondig onderbouwde boek als een afsluiting. ,,Voor mijn vader was dat moeilijker. Hij was best geraakt door de conclusie dat zijn vader fout was. Hij had altijd gehoopt dat het ingewikkelder lag. Ik ben zelf strafrechtadvocaat. Ik kijk niet snel moreel naar mensen, en al helemaal niet naar keuzes uit een oorlog die tachtig jaar geleden plaatsvond.”

Tussen goed en fout

Schaap wil met het boek niet alleen een onbekend levensverhaal blootleggen, maar ook laten zien hoe diffuus de scheidslijn tussen goed en fout in oorlogstijd kan zijn. Het boek ziet hij als onderdeel van een drieluik: eerder schreef hij over collaborateurs Johnny de Droog en Franci Siffels. ,,Ook zij begonnen elk als verzetsmensen, en belandden aan de verkeerde kant.”

De vraag die steeds terugkeert: waarom? ,,Dat vind ik interessant. Troepenbewegingen interesseren me niet, en ik weet niets van vliegtuigen of tanks. Maar waarom doen mensen wat ze doen? Wat zijn hun beweegredenen? Als dat ergens zichtbaar wordt, dan is het wel in het leven van André Engwirda.”

De man die Tito ging vermoorden van Zoran Bogdanović, Erik Schaap en Evert de Vos (24,99 euro, 296 pagina’s) is verschenen bij Alfabet Uitgevers.

Verschenen in de LC (online op 15 juli 2025 en een dag later in de papieren krant) en in het Dagblad van het Noorden van 23 juli 2025.

Posted in