• Ooggetuige weet zeker dat ufo-golf in Friese Gorredijk geen ‘hysterie’ was: ‘Wat we zagen, is onverklaarbaar’

    Nergens in Nederland zijn door mensen zoveel ufo-waarnemingen tegelijk gedaan als in en rond het Friese Gorredijk tussen januari en maart 1974. Heel het dorp was in de ban van ufo’s. Wekenlang zien inwoners zoevende driehoeken, snel bewegende lichten en andere vreemde objecten aan de hemel, die niemand heeft kunnen verklaren. ,,Ik zou in mijn leven nog wel graag willen weten wat dat is geweest.”

    Algemeen Dagblad (AD.nl) ★ 21 februari 2024

    Theo Haverkamp herinnert zich nog precies wat hij op zijn 13de in de lucht boven Gorredijk zag. Op dinsdag 19 februari 1974 verschijnt vroeg in de avond een bol aan de hemel. Die heeft eerst een rode kleur en verandert later in geel, afgewisseld met blauw.

    ,,De bol bewoog razendsnel van links naar rechts. Dan bleef die een behoorlijk lange tijd stilstaan en schoot het weer van boven naar beneden en van rechts naar links”, vertelt de nu 63-jarige Haverkamp rustig, terwijl hij in zijn koffie roert.

    ,,Dat schouwspel ging wel meer dan anderhalf uur door en je kon de bewegingen niet voorspellen. We stonden op straat in een grote groep te kijken en controleerden bij elkaar of we allemaal hetzelfde zagen.” Het maakte een onuitwisbare indruk op Haverkamp. ,,Ik zal het m’n leven lang niet vergeten.”

    Hij is een van de ooggetuigen van de golf van ufo-waarnemingen die een halve eeuw geleden in en rond Gorredijk zijn gedaan. Wekenlang zien inwoners van het Friese dorp na het vallen van de avond zoevende driehoeken, snel bewegende lichten en andere vreemde objecten aan de hemel. ,,Dat het telkens wat anders was, maakte het ook wel bijzonder.”

    Mooi uitzicht

    De ufo-golf begint eind januari 1974 en de meldingen zorgen al snel voor steeds meer belangstelling. ,,We verzamelden ons elke avond bij een school aan de rand van het dorp, tegen de weilanden aan. Daar had je mooi uitzicht”, vertelt Haverkamp. Met verrekijkers en fototoestellen tuurden jongeren en volwassenen naar de hemel. ,,Soms stonden we er met een paar man, soms met een grote groep, en niet alle avonden zagen we wat.”

    We drinken koffie in de woonkamer van Willem Vlietstra, een andere ooggetuige van de ufo-golf. Vanuit zijn huis in het buitengebied bij Gorredijk kijken we uit op de bosrand. Vlietstra laat de schriften zien die hij als 14-jarige in die periode vulde met een dagboek van zijn waarnemingen, foto’s en krantenknipsels.

    Al snel gaat het over de sleutelfiguur bij de ufo-golf in Gorredijk, de mavo-leraar Geert Meijer. Na zijn eerste ufo-waarneming besloot hij serieus onderzoek te doen naar het fenomeen en zette hij met leerlingen en volwassenen observatieposten op. Binnen de kortste keren trekt Gorredijk de aandacht van de media en nieuwsgierige bezoekers.

    ,,Er kwam hier eens een ufoloog meekijken op een avond waarop niets te zien was”, vertelt Vlietstra. ,,Hij concludeerde al snel dat het massahysterie was, maar dat sloeg nergens op. We wisten heel goed wanneer het een vliegtuig of satelliet was. Maar plotseling zagen we dan een vreemd ding dat een haakse bocht maakte.”

    Grote boemerang

    En er was nog iets vreemds. ,,Als we iets zagen, vloog er vaak een kwartier ervoor of erna een straaljager door de lucht. Soms wel vijf, of tien. Heel frappant, want die zijn hier anders nooit. De vliegbasis Leeuwarden heeft steeds ontkend dat er straaljagers vlogen en ook dat ze iets op de radar hadden gezien.”

    Op 24 februari 1974 heeft Vlietstra zijn meest indrukwekkende ufo-ervaring. Ook dan zijn er straaljagers in de lucht. ,,We stonden met een man of twintig buiten op straat te praten. Ineens komt er vanuit het westen een heel groot, grijs, driehoekig ding overvliegen, slechts 15 of 20 meter boven ons, geruisloos en zonder licht. Het was zeker 10 meter breed. Het had de vorm van een boemerang en een metaalachtige kleur. De verlichting van het dorp scheen er tegenaan. Het zoefde in een paar tellen over ons heen en we stonden allemaal even perplex, zo van: jemig, wat is dit?”

    Niet iedereen in Gorredijk verwelkomde de ufo’s. ,,Er was wel enige tweedeling. Sommigen deden het af als onzin”, zegt Haverkamp. ,,De kerken zaten vijftig jaar geleden nog vol en het geloof in de Heer was moeilijk te verenigen met vliegende schotels. Maar wij waren volledig onbevangen. Wij voelden geen druk om iets te willen zien. Er was veel mediabelangstelling, maar geen beïnvloeding.”

    Meest intrigerende ufo-zaak

    Nergens in Nederland zijn er zoveel ufo-waarnemingen gedaan – door een grote groep mensen, over een lange tijdspanne en steeds in hetzelfde gebied – als in Gorredijk in de eerste drie maanden van 1974, nu vijftig jaar geleden. Dit maakt het (samen met de grote zwarte driehoek die in 1979 door militairen boven vliegbasis Soesterberg werd gezien) de meest intrigerende ufo-zaak van ons land.

    Dat beaamt ook theoloog en ufo-kenner Taede Smedes uit Nijmegen. Onlangs verscheen zijn boek De ufo’s van Gorredijk, waarin hij een nauwgezette reconstructie van dag tot dag maakt. Volgens Smedes moeten destijds misschien wel honderden mensen iets van de ufo-golf hebben gezien. ,,Sommigen waren ervan overtuigd dat het buitenaards bezoek betrof, maar de meeste mensen waren er gewoon van onder de indruk.”

    Smedes sprak met ooggetuigen en zocht naar documenten, maar het lukte niet om het persoonlijk archief van mavo-leraar Meijer in te zien. ,,Zijn kinderen wilden niet meewerken. Waarom weet ik niet, maar daar zit een bepaalde angst. Hun vader zou door bepaalde instanties onder druk zijn gezet. Meijer kreeg brieven uit het hele land, ook van F16-piloten die een ufo hebben gezien, maar dat niet konden melden bij hun leiding.”

    In zijn boek zet Smedes de wildste theorieën over de ufo-golf in Gorredijk op een rij. Hij stuitte ook op het verhaal van een oudere man uit Leeuwarden, die beweert dat hij destijds de Gorredijkers voor de gek hield door een zoeklicht met scherm op de wolken te projecteren.

    Dat kan zijn gebeurd, zegt Smedes, maar dat verklaart niet alles. ,,Neem die grote boemerang. Er waren nog geen drones in 1974 en Amerikaanse spionagetoestellen zweefden niet geluidloos over. Hier heeft zich echt iets mysterieus en eigenaardigs afgespeeld in Gorredijk.”

    Maar wat precies, blijft ook vijftig jaar later een raadsel. ,,Wat we hebben gezien, is onverklaarbaar”, zegt Willem Vlietstra. ,,En ik zou in mijn leven nog wel graag willen weten wat dat is geweest.”


    Verschenen bij het AD online op 20 februari 2024 en een dag later in de papieren krant.

  • Nieuwe stichting maakt werk van speurtocht naar gezonken vissersboten en bemanningsleden: ‘Vondst wrak roept altijd emoties op’

    Het opsporen van vergane vissersschepen en op zee gebleven bemanning is de missie van de stichting Onderzoek Maritiem Vermisten (OMV). Ze duiken in archieven en naar de Noordzeebodem en hebben dit jaar hun eerste succes geboekt met de vondst van de HD108. ,,Er is veel stil verdriet”, zeggen de mannen.

    Algemeen Dagblad (AD.nl) ★ 30 december 2023

    De 81-jarige Cees Lips uit IJmuiden voelt nog steeds verdriet en pijn als hij denkt aan de scheepsramp waarin zijn vader Jan omkwam. Hoewel het leed allerminst vers is. Destijds, in juli 1945, was hij pas 2,5 jaar oud. Niettemin herinnert hij zich nog hoe zijn vader thuis opgebaard lag. ,,Ik weet nog dat-ie in de achterkamer in de kist lag. Ik dacht dat-ie sliep.”

    Zijn vader, Jan Lips, verlaat in juli 1945 met de Helderse kotter HD108 de haven van Delfzijl, om te gaan vissen op de Noordzee. Amper twee maanden nadat de Tweede Wereldoorlog is afgelopen, liggen er nog talloze mijnen in het open water, maar toch wagen de vijf bemanningsleden het erop.

    Het gebied waar de mannen gaan vissen, zou veilig zijn. Maar op zaterdagochtend 7 juli 1945 gaat het toch mis. Bij het binnenhalen van de vangst ontploft er een mijn in de netten. De kracht van de explosie slaat aan stuurboordkant een flink gat in het schip en slingert schipper Jaap Slot uit zijn stuurhut. Het schip zinkt onherroepelijk. Slot slaagt er nog net in om zichzelf en de zwaargewonde motordrijver Jan Lips op een reddingsvlot te krijgen.

    Het zusterschip HD125, waarmee de HD108 samen aan het vissen was, pikt de twee mannen op uit het water. Lips, die zijn beide benen is kwijtgeraakt bij de explosie, overlijdt aan boord aan zijn verwondingen. Alleen schipper Slot en stuurman Jan de Boer, die op een plank ronddrijft en eveneens wordt gered, overleven de tragedie van de HD108.

    Teruggevonden

    In het gezin van Lips komt de dood van vader Jan hard aan. Zijn moeder bleef met twee jonge kinderen achter en is nooit opnieuw getrouwd, vertelt Cees Lips. ,,Ze kreeg een kleine uitkering van het Zeerisicofonds, daar moest ze van rondkomen met een heel gezin. Dat waren moeilijke tijden. In 1952 kwam er voor haar een oorlogspensioen vanuit Den Haag. Pas toen, zeven jaar later, is erkend dat er in een gebied was gevist dat vrijgegeven was, terwijl er nog mijnen dreven.”

    De herinneringen van bijna tachtig jaar geleden kwamen weer volop naar boven toen Lips vorige maand kreeg te horen dat het wrak van de HD108 is teruggevonden, op de zeebodem ver boven Schiermonnikoog. ,,Mijn jongste zoon vertelde me dat er een oproep op Facebook stond, dat familieleden van Jan Lips zich konden melden.”

    Zo kwam hij in contact met historicus en visserman Cees Meeldijk uit Hippolytushoef, die met een groep wrakduikers uit Lauwersoog de gezonken kotter op de Noordzeebodem heeft onderzocht. ,,Cees is bij me thuis geweest en gaf me een zilveren lepel en de sluiting van een patrijspoort, die ze van de kotter hebben opgedoken. Het is fantastisch dat ze het allemaal gevonden hebben, dat heeft een behoorlijke indruk op me gemaakt.”

    Zeekaart vol stippen

    De ontdekking van de HD108 is de eerste zoektocht naar een verdwenen kotter die Meeldijk met succes heeft kunnen afronden. Op de tafel van het vissershuisje in de haven van Den Oever spreidt hij een zeekaart uit, die volgetekend is met stippen. ,,Dit zijn allemaal wrakpuntjes”, zegt hij. ,,Op deze plekken zijn vissers met hun netten vastgelopen, maar waaraan ze bleven haken, is niet bekend. Het kan gaan om een gezonken kotter, maar evengoed om een vliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog.”

    De Noordzeebodem herbergt gezonken schepen uit alle tijdvakken. Hoeveel het er zijn, weet niemand precies. Maar in de database van een ervaren wrakduiker staan alleen al in het Nederlandse deel van de zee meer dan 6000 locaties geregistreerd. ,,Van deze wrakken is vaak niet meer bekend dan de lengte en de breedte”, zegt Meeldijk.

    Zijn stichting Onderzoek Maritiem Vermisten (OMV) is dit jaar begonnen met het opsporen van gezonken vissersschepen, vermiste bemanningsleden en hun nabestaanden. Moderne technologie heeft de zoekmogelijkheden sterk verbeterd.

    Neem het dna-onderzoek, waarmee familieleden na vele jaren eindelijk duidelijkheid hebben gekregen over hun dierbaren die op zee zijn ‘gebleven’. Dankzij het vergelijken van hun dna met dat van lichamen die aanspoelden langs de Friese Waddeneilanden en daar anoniem werden begraven, konden enkele vissers uit Katwijk en Urk worden geïdentificeerd. Deze mannen waren een halve eeuw eerder als vermist opgegeven.

    Lichaam aangespoeld

    Als historicus vroeg Meeldijk zich af welke vissers uit Wieringen op zee zijn verdwenen. Hierdoor kwam hij al snel in contact met dorpsgenoot Gert Lont, die schipper was van de in 1967 verdwenen kotter WR6. Lont was zelf voor een paar maanden naar Nieuw-Zeeland om daar een nieuwe vismethode te introduceren, toen zijn vader Simon zijn taak als schipper op de WR6 overnam.

    Op 11 januari 1967 zonk de kotter tijdens een wilde storm op de Noordzee, met Simon en twee bemanningsleden aan boord. Nadat de storm was gaan liggen, werd er met 24 Wieringer vissersschepen in de buurt van het Duitse eiland Helgoland gezocht naar de kotter. Maar tevergeefs. ,,Toen ik thuiskwam van mijn reis, was mijn bemanning er niet meer”, vertelt Gert Lont aan tafel in het vissershuisje. ,,Daar sta je dan. Ik ben toen met andere schepen meegegaan om te vissen.”

    Drie maanden later, halverwege april, stond er een politieagent voor de deur om te vertellen dat er een lichaam was aangespoeld op het Duitse Waddeneiland Amrum. ,,Mijn moeder en ik zijn er onmiddellijk heen gegaan en hebben vader geïdentificeerd aan de hand van zijn horloge en kleren.” De andere bemanningsleden, Piet Everts en Gerrit Boerdijk, en de kotter werden nooit teruggevonden.

    ,,In die tijd is er grondig gezocht, met de beschikbare middelen van toen”, zegt Lont. ,,Maar tegenwoordig kun je zoveel meer. Na mijn 65ste ben ik gaan varen op een peilboot, waarop je met de modernste apparatuur onder water kunt kijken. Toen wilde ik toch weer op zoek gaan naar de WR6.”

    Stroomversnelling

    Het contact met Meeldijk bracht die zoektocht in een stroomversnelling. De historicus dook het Nationaal Archief in. ,,Daar liggen de originele rapporten van de Raad van de Scheepvaart over vermiste en verongelukte schepen. Zo weten we waar de kotter is geweest en waar-ie naartoe ging. We hebben ook gegevens opgevraagd bij de Duitse hydrografische dienst en toen kwamen we twee interessante wrakpuntjes tegen.”

    Met het duikteam Zeester uit Lauwersoog verkende Meeldijk beide plekken tijdens de zomer van 2022. ,,Je weet het pas echt zeker als je gaat duiken. De sonarbeelden wezen op een kottertje, maar het was niet de WR6. Het was een stoomschip en het andere puntje bleek een zeilscheepje.” Dat was een teleurstelling, maar Meeldijk en Lont gaven de zoektocht niet op. ,,Mijn neef die destijds ook viste met een identieke kotter had altijd het gevoel dat de WR6 zuidwestelijker is gezonken”, zegt Lont.

    Toen kwam een gebied ten noorden van Schiermonnikoog in beeld. ,,Daar leken we een kottertje te zien”, vertelt Meeldijk. Afgelopen zomer dook hij opnieuw met het team uit Lauwersoog. ,,We maakten onderwaterbeelden, zochten herkenningspunten op en haalden spullen van de kotter af. Al snel hadden we twijfels en dezelfde dag nog wisten we dat ook dit niet de WR6 was.”

    Maar welke kotter was het dan wel? ,,We dachten eerst dat het om een vermiste Urker kotter ging, maar alle kenmerken wezen erop dat het de HD108 moest zijn. Het verhaal met die mijn en het gat aan stuurboordkant, het type motor en de manometer, het kwam allemaal overeen.”

    Het visserijarchief van de Katwijker Jan van Welie leverde uiteindelijk het definitieve bewijs. ,,Hij had in zijn archief alles over de HD108 panklaar liggen. Toen we dat zagen, wisten we het honderd procent zeker. Vervolgens gingen we op zoek naar de familie van de omgekomen vissers.”

    Stil verdriet

    Bij de stichting OMV is ook de gepensioneerde coldcase-agent Gert Overeem betrokken. Jarenlang werkte hij bij het Bureau Vermisten Noordzee van de Maritieme Politie en ook na zijn pensioen blijft hij zich inspannen voor het verbeteren van de informatie-uitwisseling tussen de landen rondom de Noordzee.

    ,,Omdat de getijdenstroom in de Noordzee tegen de klok in beweegt, is er best kans dat veel vermiste Nederlanders op Duits en Deens gebied gevonden zijn”, vertelt Overeem. ,,Maar om dat te weten, moet je wel contact met die landen hebben.” Zover is het nog niet. Nog niet alle landen werken bijvoorbeeld mee aan de dna-databank van Interpol voor vermiste personen, I-Familia.

    Ondertussen kloppen familieleden van verdwenen vissers met hun verzoeken steeds vaker aan bij de stichting. ,,Er is veel stil verdriet”, zegt Gert Lont. ,,We merken dat ons initiatief veel emoties opwekt.” Zijn hoop is om zo veel mogelijk nabestaanden bij te staan en op een dag ook ‘zijn’ WR6 terug te vinden.

    Maar om daar echt werk van te kunnen maken, zijn voldoende gegevens nodig om het zoekgebied nauwkeurig te bepalen. ,,In feite is het zoeken naar een speld in een hooiberg, maar je moet die hooiberg eerst klein genoeg maken”, aldus Meeldijk. ,,Daarom kijken we alleen naar zaken vanaf de Tweede Wereldoorlog tot nu.”

    Met zijn kameraden gaat hij de komende tijd aan de slag met een dozijn of twee ‘cold cases’ die de meeste kans van slagen hebben. ,,In het nieuwe jaar willen we sowieso twee expedities doen.”


    Verschenen in het Algemeen Dagblad van 30 december 2023 en Het Parool van 5 januari 2024.

  • Hoe nood wet brak bij opvang van Oekraïners in Sexbierum. ‘Wij zijn als dorpsbewoners volledig weggezet’

    Gemeenten moeten van Den Haag opvangplekken regelen voor gevluchte Oekraïners. Maar gaat dat altijd volgens de regels? Sexbierumers maken bezwaar tegen de manier waarop de gemeente Waadhoeke wel heel snel zaken deed in het dorp.

    Friesch Dagblad ★ 20 juli 2023 (co-productie met Niek Donker)

    ,,Het gaat ons niet om de komst van Oekraïners die op de vlucht zijn, daar zijn we helemaal niet op tegen”, wil José Brink uit Sexbierum allereerst benadrukken. ,,Maar hoe hier de opvang erdoor is gedrukt, daar klopt niets van.”

    Zij is een van de 28 omwonenden die bezwaar maken tegen een opvanglocatie voor Oekraïners in de dorpskern van Sexbierum. Daarvoor zijn zes panden samengevoegd en omgekat. Inmiddels zijn de panden aan de Alde en Nije Buorren – een voormalig winkelpand en omliggende woningen – in gebruik genomen als tijdelijk onderkomen voor maximaal 55 Oekraïense vluchtelingen. De eerste vier kwamen aan op 1 juni.

    De opvanglocatie in Sexbierum is een initiatief van vijf ondernemers uit Heerenveen, Lemmer en Harlingen. Nadat zij begin dit jaar de gemeente Waadhoeke een voorstel deden voor tijdelijke huisvesting van Oekraïners, werden de panden aangekocht en verbouwd. Nu ontvangen de ondernemers sinds juni elke week een bedrag van bijna 20.000 euro voor de opvang. ,,Hier is handjeklap gespeeld met de gemeente”, vermoedt Brink. ,,Wij zijn als dorpsbewoners volledig weggezet.”

    ,,De gemeente viel als een blok voor dit plan, terwijl er goede alternatieven waren”, zegt een andere omwonende, die anoniem wil blijven. Hij wijst op het gebouw van de voormalige basisschool de Barraboech. ,,Dat heeft grote lokalen, een groot plein eromheen en de gemeente heeft het in eigendom. Maar in plaats daarvan gaat ze met ondernemers in zee, die met een Franse slag in drie maanden tijd een verbouwing doen en overal goedkeuring voor krijgen. Het verbaast me hoe de gemeente dit alles heeft toegelaten.”

    Reconstructie

    Dat de opvanglocatie in Sexbierum merkwaardig tot stand is gekomen, komt naar voren uit een feitenreconstructie. Op 23 januari van dit jaar hebben de ondernemers een gesprek met de gemeente, die dan druk op zoek is naar tijdelijke opvanglocaties voor in totaal 255 Oekraïense ontheemden. Met grote voortvarendheid worden er zaken gedaan. Dezelfde dag nog dienen de ondernemers een vergunningsaanvraag voor de verbouwing in.

    Een paar weken later wordt een bruikleenovereenkomst getekend voor het tijdelijk huisvesten van 55 Oekraïners aan de Alde en Nije Buorren. Daarin wordt vastgelegd dat de gemeente per juni een vergoeding van 19.800 euro per week betaalt voor uitvoering van onderhoud en verbruik van gas, water en licht. De overeenkomst loopt in elk geval tot eind maart 2024, zolang de Europese richtlijn voor de tijdelijke opvang van Oekraïners geldt, en de kans is groot dat die richtlijn nog wordt verlengd zolang de oorlog in Oekraïne voortduurt.

    Waadhoeke en de opvang van Oekraïners

    In heel Nederland staan momenteel ruim 95.000 Oekraïners geregistreerd die de oorlog in hun land zijn ontvlucht. Burgemeesters worden met een beroep op het noodrecht verplicht om de opvang van Oekraïners in hun gemeente te regelen. Daarbij worden geen inspraakprocedures gevolgd en mag tijdelijk worden afgeweken van het bestemmingsplan.

    In Waadhoeke moeten er dit jaar 255 opvangplekken komen. Zo is er intussen opvang in Franeker bij motel de Valk, op het hotelschip Mare Luna en in een aantal semi-zelfstandige woningen. Ook in woonzorgcentrum Nij Statelân in Menaam, pension Weltevree in Minnertsga en sinds juni in Sexbierum krijgen Oekraïners onderdak. Mogelijk komt daar in augustus nog een locatie in Herbaijum bij. Dan heeft de gemeente voorlopig haar taakstelling gehaald.

    De kosten voor alle opvangplekken in Waadhoeke worden dit jaar geschat op 7,9 miljoen euro. Vanuit het rijk wordt de gemeente hiervoor gecompenseerd met een normbedrag van 83 euro per opvangplek per dag. Dat behelst onderdak, maar ook bijvoorbeeld beveiliging, dagbesteding en leefgeld. Voor alleen onderdak, gas, water en licht kom je uit op zo’n 160 euro per week (waar Waadhoeke de ondernemers in dit geval 360 euro betaalt).

    Op het moment van tekenen zijn de ondernemers nog geen juridisch eigenaar van de panden, maar met deze zekerheid in de zak kopen ze de panden definitief op 27 februari en 19 april. Ze sluiten een hypotheek af voor 2,1 miljoen euro en een duurzaamheidslening van twee ton bij het provinciale Fûns Skjinne Fryske Enerzjy.

    Terwijl de vergunning pas op 8 mei is verleend, beginnen de bouwwerkzaamheden volgens dorpsbewoners al in februari. ,,De straat werd afgezet, pur en tempex dwarrelde overal heen en er is ook nog asbest verwijderd, maar de gemeente weet niet hoe”, zegt de anonieme omwonende. ,,Er is amper toezicht geweest en op onze handhavingsverzoeken is nooit serieus gereageerd.”

    Raadsvragen

    Over de handel en wandel in Sexbierum stellen de oppositiefracties ChristenUnie, VVD en CDA in het voorjaar vragen aan het college van Waadhoeke. ,,Het is ons niet duidelijk geworden wat de reden is om voor deze locatie te kiezen”, blikt ChristenUnie-raadslid Bernita Hakvoort terug. ,,Zorgvuldigheid gaat boven snelheid en in dit geval heeft de gemeente zeer snel gehandeld. Wij hebben nog steeds vraagtekens bij de gang van zaken.”

    Sexbierumers hadden liever gezien dat de Barraboech als opvanglocatie was gekozen. In een mail aan deze krant antwoordt de gemeente eenvoudigweg dat het leegstaande schoolgebouw niet eerder in beeld is geweest. ‘Daarbij zou dit gebouw worden verkocht.’ Ook zou uit ervaring blijken dat het ‘voor de gemeente in verhouding beter is om deze opdracht niet zelf te doen, maar door een marktpartij uit te laten voeren.’

    Over de afgesproken vergoeding van 19.800 euro per week wil de gemeente niet meer kwijt dan dat die is gebaseerd op een rekensom van 360 euro per Oekraïner per week. Wander Waterlander, een van de vijf ondernemers, is daar wat opener over. ,,De gemeente deed een voorzet, daar heb ik een voorstel op gedaan en wat er nu staat is er uitgekomen.”

    Normbedrag

    Die afgesproken vergoeding ligt daarmee vele malen hoger dan de normbedragen die het rijk hanteert. Waterlander over die marktprijs: ,,Dat heeft van ons uit te maken met de hoogte van de investeringen, want de opvang van Oekraïners is tijdelijk. Zo staat het ook in de overeenkomst.”

    Omdat de vergoeding ruimschoots de kosten overschrijdt, moet de bruikleen als verkapte huur worden gezien, zegt emeritus hoogleraar aanbestedingsrecht Huib van Romburgh van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij denkt wel te snappen waarom de overeenkomst niet als huur wordt gekwalificeerd. ,,Dan zou het huurrecht van toepassing zijn, met alle rechten en verplichtingen. Ik kan natuurlijk niet in hun hoofden kijken, maar de benaming ‘bruikleen’ en het echte oogmerk van de ondernemers is bij mij wel omgeven met vraagtekens.”

    Willen de vijf ondernemers ‘om humanitaire redenen’ bijdragen aan de opvang van oorlogsvluchtelingen, zoals in de bruikleenovereenkomst staat, of gaat het hier om een uitgekookt verdienmodel? Eind 2021 zorgden de vijf voor enige reuring in Harlingen toen zij het voormalige cafépand ‘t Pypke aan de Kleine Voorstraat kochten om er twintig arbeidsmigranten te huisvesten. Zonder vergunning werd begonnen met de verbouwing.

    Buurtbewoners kwamen in verzet. ,,Waarom zou je zo’n mooi pand volbouwen met kamertjes, zonder lichtinval en ventilatie? Ze zeggen dat ze mensen willen helpen, maar doe er dan wat moois mee en biedt het belangeloos aan”, zegt Jules Dutrieux, die een petitie tegen het plan begon en aan het gemeentebestuur aanbood. ,,Hun plan kwam daardoor onder druk en is toen niet doorgegaan. Ze waren natuurlijk kwaad dat we verzet hebben gepleegd. Er zit gewoon geld achter, dat is de enige drijfveer.”

    Op die vermoedens reageert Waterlander laconiek. ,,Ik kan me voorstellen dat mensen dat denken, maar het is iets waar we in zijn gerold.”

    In de zes panden in Sexbierum wilden de ondernemers aanvankelijk appartementen bouwen, maar dat keurt de gemeente af. Dan vernemen ze over het gebrek aan opvangcapaciteit voor Oekraïners en maken ze met architectenbureau Alynia een plan voor 21 wooneenheden. Wie de tekeningen voor de appartementen uit juli 2022 erbij pakt, ziet dat het oorspronkelijke plan van de ondernemers alsnog lijkt te zijn goedgekeurd door de gemeente.

    ,,De gemeente was direct enthousiast”, vertelt Waterlander. ,,Dat verraste ons, maar we mochten gewoon direct los. Ga aan de slag, zeiden ze. En dat hebben we gedaan. Vergunningen en gedetailleerde tekeningen, dat kwam daarna wel.”

    Toekomst

    Bij de omwonenden blijft de grootste zorg wat er na de tijdelijke huisvesting van Oekraïners met de panden gaat gebeuren. ,,Uiteindelijk willen we er appartementen voor starters en senioren uit het dorp van maken”, zegt Waterlander. ,,Daarover willen we met dorpsbelang om tafel.”

    Dat klinkt in elk geval niet heel anders dan wat bezwaarmakers als José Brink het liefst zien. ,,Wij vinden dat er gewoon woningen moeten komen. En wie daarin komt te wonen, maakt ons verder niet uit.”


    Verschenen in het Friesch Dagblad van 20 juli 2023. Zie ook een later onderzoeksartikel ‘Miljoenen kwijt aan huur: opvang Oekraïners kost Waadhoeke zes keer zoveel als Harlingenbij Omroep Zilt, 21 oktober 2024.

  • Adoptie-autoriteit vernietigde mogelijk duizenden dossiers in 1999

    Mogelijk duizenden adoptiedossiers zijn in 1999 vernietigd door de overheidsinstelling die juist de rechten van uit het buitenland geadopteerde kinderen moet beschermen. Dat ontdekte de Nederlands-Koreaanse Stephanie Dong-Hee Kim in een zoektocht naar haar eigen adoptiegeschiedenis. De overheid erkent dat dossiers zijn vernietigd, maar weet nog niet hoeveel.

    Algemeen Dagblad (AD.nl) ★ 12 mei 2023

    Bij het ministerie van Justitie waakt de Centrale Autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden (IKA) over de rechten van uit het buitenland geadopteerde kinderen. Het overheidsbureau ontvangt documenten van alle betrokken instanties bij een adoptie, ook uit het land van herkomst. ,,Zij controleren of een adoptie ordentelijk en rechtmatig is verlopen”, vertelt de 43-jarige Stephanie Dong-Hee Kim uit Arnhem.

    Als Koreaanse baby van vier maanden werd zij in 1980 geadopteerd door een Nederlands echtpaar. Twee jaar geleden begon zij te speuren naar alle documenten die rond haar adoptie te vinden zijn. ,,Dat bleek toch iets anders te zijn verlopen dan hoe het op papier stond’’, zegt Kim. Haar zoektocht leidde haar langs twaalf instanties in Nederland en Zuid-Korea, waaronder de Centrale Autoriteit IKA in Den Haag. ,,Zij lieten me uiteindelijk weten dat ze mijn dossier in 1999 hebben vernietigd.’’

    Dat riep bij Kim meteen vragen op. ,,Ik hoorde van andere geadopteerden, die in een ander jaar naar Nederland zijn gekomen, dat hun dossier ook in 1999 is vernietigd. Een van hen kreeg van de Centrale Autoriteit te horen dat er geen adoptiedossiers meer zijn uit die tijd en dat deze allemaal in 1999 zijn vernietigd.’’

    Dat lijkt – zo meent Kim – te wijzen op een vernietiging van misschien wel duizenden dossiers van geadopteerden uit de hele wereld, met informatie die soms niet meer via andere wegen te achterhalen is. Mogelijk is daartoe ook onrechtmatig besloten, stelt Kim. ,,Wet- en regelgeving bepaalde toen al dat dossiers dertig jaar bewaard moesten worden.’’

    Twijfels

    Het ministerie van Justitie laat weten dat er in 1999 een onbekend aantal adoptiedossiers is vernietigd uit de periode tussen 1971 en 1979. ,,De bewaartermijn voor afgeronde adopties was toen vijf jaar’’, zegt woordvoerder Marcel van den Eng. Daar heeft Kim zo haar twijfels over. ,,Mijn dossier is wel eerst 19 jaar bewaard.’’ Ze trok daarom aan de bel bij de Tweede Kamer.

    Ook de Centrale Autoriteit stelt dat er destijds een bewaartermijn van vijf jaar na adoptie gold. Hoeveel dossiers in acht jaar zijn vernietigd is onduidelijk. Ondertussen is de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed een onderzoek begonnen naar de kwestie.

    Inmiddels heeft SP-Kamerlid Michiel van Nispen aan minister voor rechtsbescherming Franc Weerwind om opheldering gevraagd of het vernietigen van de dossiers in lijn was met de toenmalige wetgeving. ,,We weten door het onderzoek van de commissie-Joustra dat de overheid al in de jaren 90 op de hoogte was van kwetsbaarheden en misstanden in adoptieprocedures’’, zegt Van Nispen. ,,Dat maakt het extra onverteerbaar dat complete dossiers zouden zijn vernietigd.’’

    Het onlangs opgerichte expertisecentrum voor interlandelijke adoptie Inea krijgt ook meldingen van geadopteerden dat hun dossier niet meer opvraagbaar of beschikbaar is. ,,Dat is haast niet voor te stellen en erg verdrietig’’, zegt medewerker Karlijn Boddeüs.

    Zoeken

    Pas de laatste jaren zijn instellingen meer doordrongen geraakt van het belang voor geadopteerden van toegang tot afstammingsgegevens. In het Europees Adoptieverdrag van 2012 is nu een bewaartermijn van minstens vijftig jaar opgenomen. ,,Zoeken naar je afkomst en identiteit is niet voorbehouden aan de jeugd of jongvolwassenen, maar duurt vaak juist een leven lang’’, aldus Boddeüs.

    In Zuid-Korea doet een waarheidscommissie momenteel groot onderzoek naar honderden dossiers van geadopteerden die vermoedelijk zonder toestemming van de ouders zijn weggehaald. Zij werden met een vervalste identiteit geadopteerd in Europa en de Verenigde Staten. Daaronder ook 34 gevallen uit Nederland.

    ,,Ik ben wat dat betreft een geluksvogel. Ik heb mijn familie in Zuid-Korea al lang geleden en relatief eenvoudig teruggevonden’’, zegt Kim. Zij werd door haar familie met open armen ontvangen en is haar Koreaanse familienaam Kim weer gaan dragen. ,,Maar voor veel andere geadopteerden die wanhopig op zoek zijn naar informatie over hun achtergrond, blijkt nu cruciale informatie te zijn gewist.’’


    Verschenen in het Algemeen Dagblad van 12 mei 2023

  • Stikstofregels dreigen boer Anco Heida te verdrijven uit broedvogelparadijs De Fûgelhoeke

    Recent is een extra snippertje natuur aangewezen in de Friese Zuidwesthoek om het aanwezige veenmosrietland maximaal te beschermen. Vanwege de eveneens strengere stikstofregels en mestregels komt weidevogelboer Anco Heida uit Koudum nu totaal klem te zitten.

    Algemeen Dagblad (AD.nl) ★ 2 maart 2023

    Al meer dan twintig jaar heeft melkveehouder Anco Heida (56) een bedrijf met 95 koeien bij de Galamadammen, midden in het merengebied van de Friese Zuidwesthoek. In de uitgestrekte weilanden rond zijn boerderij is nu een grote groep ganzen aan het foerageren. Maar ze krijgen binnen enkele dagen gezelschap van de skries, strânljip of tsjirk, zoals grutto, scholekster en tureluur in het Fries heten. De grutto’s ‘vallen’ nu massaal binnen vanuit hun overwinteringsgebieden in Portugal en West-Afrika.

    Heida doet de dagelijkse karweien in z’n eentje en daarbij hoort ook een stuk natuurbeheer. Zo’n 20 procent van zijn landbouwgrond staat de helft van het jaar blank als plasdrasgebied voor weidevogels. De overige gronden gebruikt hij intensiever. ,,De koeien moet ik natuurlijk wel aan het eten houden. Maar als er kieviten of grutto’s neerstrijken, overleg ik met de vogelwacht en laat ik dat land even met rust.’’

    In 2015 begon Heida de weidegang van zijn koeien te combineren met natuurbeheer. Dat betekent meer werk, maar dat krijgt hij vergoed. Zijn melk levert hij aan het zuivelmerk Noordertrots, dat zich speciaal richt op het herstel van de biodiversiteit en de weidevogelstand. En dat heeft zichtbaar succes, vertelt Heida. ,,Ons speerpunt is het aantal grutto’s te laten groeien, maar we telden hier vorig jaar ook dertig kieviten. Dat komt niet alleen door onze manier van werken, je moet ook de vossenstand in toom houden. Als die er zijn, dan wordt er niks groot, want ze vreten alle eieren en kuikentjes op.’’

    Maar de vraag is hoelang boer Heida zelf nog welkom is in dit broedvogelparadijs, want zijn bedrijf ligt pal naast het Natura2000-gebied Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving. Toen het kabinet vorig jaar juni de beruchte stikstofkaart presenteerde, bleek dat de uitstoot hier maar liefst 95 procent omlaag moest. ,,Ik was daar echt goed ziek van, want toen dit Natura2000- gebied werd in 2009, zeiden ambtenaren: het is hier niet stikstofgevoelig, dus het raakt jullie niet. Dat bleek wel anders. Het stikstofkaartje is nu weer van tafel, maar het houdt ons nog steeds bezig.’’

    Plukje bos

    Heida kijkt naar buiten en wijst naar een plukje bos een dikke kilometer verderop. ,,Daar in de buurt ligt wat rietland dat de minister heeft aangemerkt als stikstofgevoelig.’’ Eind vorig jaar is het zogeheten Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden ingegaan. Daarin heeft minister Christianne van der Wal (Stikstof en natuur) twee natuursoorten in het nabijgelegen meertje de Fûgelhoeke – hoogveenbossen en veenmosrietlanden – toegevoegd aan de Natura2000-doelen. Voor het behoud van deze soorten is een zeer lage stikstofnorm nodig. Die wordt fors overschreden en dus moet de stikstofneerslag rondom de Fûgelhoeke worden getoetst.

    Welke impact heeft omstreden wijzigingsbesluit?

    Zo’n 150 habitattypen en 70 diersoorten zijn vorig jaar november toegevoegd aan de instandhoudingsdoelen voor Natura2000- gebieden. Tegen dit Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden zijn meer dan 400 beroepschriften ingediend – door agrarische bedrijven en belangengroepen, maar ook door de provincie Friesland en enkele gemeenten. Zij vrezen grote consequenties, maar volgens minister Van der Wal blijft de impact beperkt. Een uitzondering vormt het merengebied in de Friese Zuidwesthoek, waar de stikstofnorm voor het veenmosrietland fors zou worden overschreden. Hier moet de stikstofneerslag alsnog worden getoetst in een gebied met een straal van 25 kilometer.

    Tegen dat besluit heeft Heida beroep aangetekend, omdat het vrijwel zeker is dat hij hierdoor zijn bedrijfswerkzaamheden moet beperken. ,,Ik kan mijn bedrijf hier niet uitbreiden, als ik dat zou willen. Dat is ook niet heel aantrekkelijk voor overname in de toekomst.’’ Daar komt bij dat het als stikstofgevoelig aangemerkte veenmosrietland maar moeilijk beschermd kan worden. ,,Het land overspoelt geregeld en daar is het veenmos niet tegen bestand’’, zegt Heida. ,,Tien jaar geleden was het anderhalve hectare groot, nu is er nog zo’n 0,4 hectare van over.’’

    Dat stelt ook de provincie Friesland, die eveneens bezwaar heeft tegen het besluit van Van der Wal. Volgens een provinciewoordvoerder heeft de status van het veenmosrietland ‘buitenproportioneel grote gevolgen’. ,,Terwijl de kansen om dat daar in stand te houden niet optimaal zijn. Er zijn betere plekken in de provincie.’’

    Onmogelijk

    Terwijl de beroepschriften nog worden verwerkt door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland dient het volgende probleem zich voor Heida aan: het uitrijden van stalmest moet van de Europese Commissie versneld worden afgebouwd. Opnieuw een vervelende boodschap die minister van Landbouw Piet Adema aan de boeren moet verkopen. ,,Ik benijd hem niet, want hij heeft een onmogelijke taak’’, zegt Heida over zijn vroegere klasgenoot op de mts in Drachten. ,,Adema wil graag toekomstperspectief bieden, maar de overheid kan het niet oplossen. Als je straks een kwart van je omzet moet missen, hoe kun je dat rechtbreien? Niet iedereen kan een zuivelwinkel aan huis beginnen.’’

    Den Haag moet maar eerst de problemen voor PAS-melders zien op te lossen, vindt Heida. Hij is een van de 3300 boeren met een PAS-melding waar de rechter in 2019 ineens een streep doorheen zette. ,,Ik ben nu illegaal en misschien blijk ik straks ook zomaar een piekbelaster. Dat verwacht ik niet, maar alles is zo ingewikkeld en onvoorspelbaar geworden. Waar je jarenlang dag en nacht voor gewerkt hebt, wordt zo onder je voeten vandaan getrokken. En Schiphol kan twaalf boeren uitkopen voor meer stikstofrechten. Is die uitstoot van vliegtuigen dan met twaalf boeren opgelost? Ik weet het niet, maar zo zijn de regels.’’


    Verschenen in het Algemeen Dagblad van 2 maart 2023