• Hoe het recreatie-imperium van Theo op de Hoek uit Makkum aan een zijden draadje kwam te hangen

    Recreatieondernemer Theo op de Hoek uit Makkum had grootse plannen maar belandde in een financieel en juridisch moeras. Hij wijst zijn voormalig adviseur Ferris van H. aan als hoofdschuldige voor dit ondernemersdrama. Van H. ontkent en kaatst de bal terug. Ook schakelde hij de afgelopen maanden vier advocatenfirma’s in om publicatie van dit verhaal tegen te houden. Tevergeefs.

    Leeuwarder Courant ★ 31 mei 2025 (co-producties met Niek Donker)

    Onderzoeksreportage 1: Hotelbaas Theo op de Hoek (66) uit Makkum verliest 6 ton bij spectaculaire bitcoinroof. Waar is het geld gebleven?

    Theo op de Hoek denkt in 2021 zijn Makkumer strandhotel Vigilante te verkopen aan een zakenvrouw uit Dubai. Op een terras in Amsterdam sluit hij echter geen deal, maar verliest zes ton bij een spectaculaire roof. En dan is daar adviseur Ferris van H. (39), die als reddende engel wordt gepresenteerd. Maar is hij dat wel? En wat hebben de verdwenen bitcoins van de Makkumer hotelbaas te maken met een oude oplichtingszaak rond scheepsbouwer Thecla Bodewes? | Download PDF

    Onderzoeksreportage 2: Hoe het recreatie-imperium van Theo op de Hoek uit Makkum aan een zijden draadje kwam te hangen

    Hotelbaas Theo op de Hoek uit Makkum belandde in een financieel en juridisch moeras. Met de ondergang in zicht was het pompen of verzuipen. Hij wijst zijn voormalig adviseur Ferris van H. aan als hoofdschuldige. Die verwijt juist Op de Hoek dat hij zelf tientallen miljoenen heeft weggesluisd naar Roemenië. Reconstructie van een ondernemersdrama. | Download PDF

    Commentaar van hoofdredacteur Maarten Pennewaard: Schadeclaims en dreigementen, maar de LC publiceert verhalen over Makkumer zakenman en zijn adviseur toch

    Zeven advocaten van vier verschillende kantoren uit het hele land: een batterij juristen probeerde publicatie in de Leeuwarder Courant te voorkomen van verhalen over de rol die financieel adviseur Ferris van H. speelde in het imperium van recreatieondernemer Theo op de Hoek uit Makkum. | Download PDF

    Het LC-onderzoek werd mede mogelijk gemaakt met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Hieronder het artikel over de bitcoinroof.


    Hotelbaas Theo op de Hoek (66) uit Makkum verliest 6 ton bij spectaculaire bitcoinroof. Waar is het geld gebleven?

    Richard de Boer en Niek Donker ★ LC, 31 mei 2025

    Theo op de Hoek (66) denkt in 2021 zijn Makkumer strandhotel Vigilante te verkopen aan een zakenvrouw uit Dubai. Op een terras in Amsterdam sluit hij echter geen deal, maar verliest zes ton bij een spectaculaire roof. En dan is daar adviseur Ferris van H. (39), die als reddende engel wordt gepresenteerd. Maar is hij dat wel?

    Vrijdagmiddag 20 augustus 2021. Op een terras aan de Wibautstraat in Amsterdam buigt Theo op de Hoek zich over de laptop van een man die zich Aaron Bahir noemt. Door de zon ziet de hotelbaas uit Makkum het scherm slecht, maar volgens Bahir zou er te zien zijn dat er 4,2 miljoen euro op zijn rekening is gestort.

    Het moet de aanbetaling zijn van de investeringsmaatschappij Bahir & Almarzooqi Developments, geleid door een rijke zakenvrouw uit de Emiraten, Najwa Almarzooqi. Op de Hoek heeft haar nooit ontmoet, maar wel een deal gesloten van 42 miljoen euro voor de overname van zijn hotel Vigilante en een groot nieuwbouwproject aan het strand van Makkum.

    Nu wil haar vertegenwoordiger Aaron Bahir, een nette middelbare man met een dik brilmontuur, zijn commissie ontvangen: zes ton in bitcoins. De overdracht via QR-code verloopt traag en Bahir wordt ongeduldig. Hij verwijt Op de Hoek dat hij zijn afspraak niet nakomt.

    Uiteindelijk lukt de betaling toch. Bahir appt een QR-code naar Op de Hoeks makelaar, Thijs de Jonge, die de bitcoins van Op de Hoek beheert. ‘Het ging blijkbaar goed’, appt de makelaar even later. De bitcoins zijn verstuurd.

    Bizarre wending

    Dan nemen de zaken ineens een bizarre wending. Uit het niets duikt een jongeman in joggingpak over Op de Hoek heen, grist Bahirs laptop en aktetas van tafel en sprint de Wibautstraat over. Omstanders zien hem in een stationwagen springen, noteren het kenteken en bellen de politie.

    En Bahir? Die is ineens nergens te bekennen. Hij neemt zijn telefoon niet meer op. Nog geen uur later traceert de politie de stationwagen op de A4 bij Leidschendam. Twee verdachten, broers van 21 en 28 jaar uit Rotterdam, worden aangehouden.

    Diezelfde middag doet Op de Hoek aangifte. De politie toont foto’s van de aangehouden mannen, maar de hotelbaas is zo verward dat hij niet kan bevestigen of hij ze herkent. De broers worden weer vrijgelaten.

    In de dagen daarna is Op de Hoek volledig uit het lood geslagen. Uit schaamte vertelt hij niemand wat hem is overkomen. De aanbetaling blijkt nooit te zijn gedaan en de bankgarantie is vals. Bahir is spoorloos. Op de Hoek is zes ton kwijt. Hij dacht een gouden hoteldeal te sluiten, maar werd slachtoffer van een oplichtingstruc met bitcoins en veel spektakel.

    Miljoenen verdwijnen

    De Leeuwarder Courant onderzocht het afgelopen jaar de financiële chaos in de bedrijven van Op de Hoek, sprak met de 66-jarige ondernemer en tientallen betrokkenen. De bitcoinroof in 2021 is niet zijn enige dramatische avontuur, maar wel het kantelpunt naar de meest onstuimige periode uit zijn veertig jaar ondernemerschap.

    In de jaren daarna verdwijnen miljoenen uit zijn bedrijven, kloppen schuldeisers aan en stapelen de juridische conflicten zich op. Faillissement dreigt, terwijl het bouwproject aan het Makkumer strand – een hoteluitbreiding met 32 koopappartementen – al sinds oktober 2023 stilligt.

    Op de Hoek laat zich in die periode vooral adviseren door één man: de nu 39-jarige Ferris van H.. Hij duikt na de bitcoinroof op als juridisch adviseur en groeit snel uit tot vertrouweling en rechterhand van Op de Hoek. In het midden van de chaos lijkt Van H. overal bij betrokken.

    Volgens Op de Hoek is het deze man die hem de afgrond in heeft geholpen. Van H. wijst die beschuldiging van de hand: niet hij, maar Op de Hoek heeft zijn eigen ondergang veroorzaakt – door ‘vele tientallen miljoenen euro’s’ uit zijn bedrijven weg te sluizen naar Roemenië.

    Valse identiteiten en toneelstukjes

    Ferris van H. wordt kort na de bitcoinoverval geïntroduceerd door privédetective Erik van Pomeren. Die is door Op de Hoeks makelaar Thijs de Jonge ingeschakeld om onderzoek te doen naar de kwestie.

    Volgens Van Pomeren heet Aaron Bahir eigenlijk Robert T., en maakt hij deel uit van een bende die eerder in België is veroordeeld voor oplichting. De groep beroofde daar meerdere partijen van hun kapitaal door gebruik te maken van valse identiteiten en zorgvuldig in elkaar gezette toneelstukjes. Maar ook De Jonge is erbij betrokken, stelt de detective. Al eerder zou de Sneker makelaar met Bahir verdachte zijn geweest in een andere zaak, en met hem in goud en bitcoins handelen.

    Ferris van H. is dé man om De Jonge aan te pakken, stelt Van Pomeren voor. Een juridisch adviseur die beslagverzoeken schrijft met ‘100 procent slagingskans’. Op de Hoek is onder de indruk van Van H., een zelfverzekerde dertiger met een vlotte babbel, veel juridische ervaring en een groot netwerk.

    Maar Van H. heeft ook een omstreden verleden. In 2019 is hij veroordeeld tot zes maanden cel voor witwassen en verduistering in de Bodewes-zaak. Daarin werd scheepsbouwer Thecla Bodewes voor zes ton opgelicht via een financieringsdeal rond een scheepswerf in Harlingen. Van H. zou zo’n twee ton van de zakenvrouw hebben verduisterd, maar stelde dat hij ook zelf was misleid door een bende oplichters.

    Onvoldoende voorzichtig

    Van H. pakt voor Op de Hoek de bitcoinzaak voortvarend op. Hij schakelt zijn juridische partner Arjen Maes van Lexman Advocaten in. Hij stelt twee maanden na de spectaculaire roof Thijs de Jonge en diens bedrijf Euro Investments Consultancy aansprakelijk. De makelaar zou onrechtmatig hebben gehandeld en medeplichtig zijn aan het verdwijnen van de bitcoins.

    Beslagleggingen volgen, en een civiele procedure. Maar De Jonge, ongeneeslijk ziek, overlijdt elf maanden na de eerste beschuldigingen. Een jaar na zijn dood wijst de rechtbank alle vorderingen van Op de Hoek af. Volgens de rechter is er geen bewijs dat de makelaar deel uitmaakte van een complot met Bahir. Hij zou zelfs voor de risico’s van een bitcointransactie hebben gewaarschuwd.

    De zaak krijgt geen strafrechtelijk vervolg. Het Openbaar Ministerie verwijt Op de Hoek dat hij zelf onvoldoende voorzichtig is geweest om de oplichting te voorkomen. Hij sloeg waarschuwingen van notariskantoor Trip in de wind toen hij besloot toch met Bahir door te gaan.

    Maar Van H. onderneemt ook stappen tegen de investeerder Bahir & Almarzooqi Developments. Hoewel deze Britse bv een lege huls blijkt te zijn, de identiteit van Bahir vals is en de bankgarantie ook, zegt Ferris een aanknopingspunt te hebben: het paspoort van de vermeende zakenvrouw uit de Emiraten zou wél echt zijn.

    Hij stelt voor naar Dubai te reizen om Najwa Almarzooqi juridisch aan te pakken. Daarvoor moet Op de Hoek wel 50.000 euro overmaken om de zaak in gang te zetten.

    Rond kerst 2021 vertrekt Van H. naar Dubai. Daar beweert hij een zitting in de rechtbank bij te wonen en Najwa’s broer en raadsman te ontmoeten. ‘We staan er goed voor, weet ik zeker’, appt Van H. vanuit Dubai. Op de Hoek reageert opgelucht: ‘Mooi, goed nieuws.’

    Een Friese jurist in de Emiraten

    Voor de zaak in Dubai roept Van H. de hulp in van een Friese jurist, die ook een advocatenkantoor heeft in de Emiraten en zegt te weten hoe daar de hazen lopen. Volgens haar is Almarzooqi een ‘dure naam’: een invloedrijke familie waar men niet zomaar tegen optreedt. Maar ze belooft de familie onder druk te zetten. ‘Toch wel een schande, zo’n zwart schaap dat de boel oplicht’, mailt ze vanuit de Golfstaat.

    Op de Hoek rekent op 2,7 miljoen euro: een schikking waarmee zakenvrouw Najwa zou hebben ingestemd. Van H. beweert later dat hij die deal in Dubai niet zelf uitonderhandeld heeft; volgens hem had de Friese jurist ‘de lead’. Die zegt op haar beurt dat zij slechts een vaststellingsovereenkomst opstelde op basis van door Van H. aangeleverde informatie. Telkens lijkt de uitbetaling dichtbij, maar volgens haar loopt het steeds ergens spaak in Dubai – bureaucratie, juridische obstakels, formaliteiten. Het beloofde geld blijft uit.

    De twijfel groeit. Hoeveel heeft Op de Hoek inmiddels al betaald aan advocaten en adviseurs die hoop blijven wekken – maar niets concreets leveren? Als Op de Hoek en Van H. in maart 2024 definitief hun banden verbreken, is er nog steeds geen begin van een oplossing.

    Rookgordijnen en valse identiteiten

    Opvallend is hoe sterk deze zaak doet denken aan de oplichting van scheepsbouwer Bodewes uit 2013. In beide zaken wordt een zogenaamde rijke investeerder uit het Midden-Oosten via een vertrouwde tussenpersoon geïntroduceerd – bij Op de Hoek is dat via makelaar Thijs de Jonge. Beide deals eindigen in voorschotfraude.

    Ferris van H. werpt zich in beide zaken op als goedbedoelende redder in nood. In de Bodewes-zaak schakelt hij een privédetective in, Gerrit de Boer, die in zijn rapport de schuld legt bij een bende oplichters. Jaren later, bij de bitcoinzaak, wijst privédetective Erik van Pomeren een ander lid van diezelfde bende aan als dader. En vervolgens beveelt hij Van H. aan bij Op de Hoek.

    Rookgordijnen, valse identiteiten en zogenaamd betrouwbare tussenpersonen spelen hier een cruciale rol. In de bitcoinzaak lijkt het bedrog, dat met de beroving en de valse identiteit van Aaron Bahir al deels werd onthuld, nog lang te worden voortgezet. Zo ontbreekt van een rechtbankzitting in Dubai, die volgens Van H. in december 2021 plaatsvond, elk spoor.

    Najwa en haar familie blijken onvindbaar in de Emiraten. In een Zoom-interview met de LC houdt de Friese jurist vol dat ze contact had met Almarzooqi – die volgens haar de werkelijke oplichter is. Als bewijs toont ze een mailwisseling waarin Najwa ineens Saeeda blijkt te heten en aan een universiteit werkt.

    Maar deze Saeeda Almarzooqi, in werkelijkheid een universiteitsdocent met een indrukwekkend cv, lijkt in niets op de zakenvrouw uit het paspoort. Pogingen van de LC om deze vrouw te spreken, bleven zonder reactie.

    De zaak blijft mistig. De jurist wil haar naam niet in de krant: ,,Ik wil niet vermoord worden of in de cel belanden in Dubai”, waarschuwt ze. ,,Dat is een reëel risico.”

    Onderlinge beschuldigingen

    Ondanks jaren van onderzoek door politie, justitie en een stoet aan juristen is nog altijd niet duidelijk waar de bitcoins van Theo op de Hoek zijn gebleven – en wie er achter de fraude zit.

    De geschiedenis lijkt zich te herhalen. Ook de Bodewes-zaak uit 2013, waarbij Van H. betrokken was, bleef vanwege de complexiteit jarenlang liggen. Omdat verdachten elkaar beschuldigden en onderling tegenspraken, duurde het zes jaar voordat de rechter tot een vonnis kwam.

    Woensdag 4 juni, opnieuw zes jaar later, dient het hoger beroep. Dan zullen Ferris van H. en twee andere verdachten hun onschuld bepleiten voor het hof in Zwolle. Ondertussen loopt er in de bitcoinzaak nog een hoger beroep van Op de Hoek tegen de erfgenamen van makelaar De Jonge.


    Dit LC-onderzoek verscheen online op 30 mei 2025 en in de krant van 31 mei 2025, en is mede mogelijk gemaakt met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

  • Oud-curator Tjitze Pasma: ‘Fraudezaken staan bij justitie onderaan de ladder’

    Oud-curator Tjitze Pasma zat jaren achter de Harlinger ondernemer Nol Roelevink aan. Hij omschrijft hem als ‘een charmante boef’. Zowel in Nederland als Zuid-Afrika stond Roelevink voor de rechter op verdenking van fraude. Hoe slaagde hij er steeds in een veroordeling te ontlopen?

    Omroep Zilt ★ 16 december 2024

    “Nol Roelevink is uitermate slim, voorkomend en gesoigneerd. Hij spreekt keurig en ziet er altijd uit om door een ringetje te halen”, zegt Tjitze Pasma. “Het prototype van een oplichter.”

    De 75-jarige oud-curator hield zich twaalf jaar bezig met Roelevink, nadat diens verzekeringskantoor Euro Consultants Noord in 2003 failliet ging. Pasma werd aangesteld om het bankroet te onderzoeken.

    Euro Consultants Noord kende vanaf de start in 1998 een bliksemgroei met de verkoop van fiscaal aantrekkelijke lijfrentepolissen. Daarvoor kreeg eigenaar Roelevink royale provisies van de verzekeraars. Op een gegeven moment behaalde hij een jaaromzet van 130 miljoen euro.

    Maar toen de belastingvoordelen van deze polissen werden afgeschaft, zegden klanten ze massaal op. De verzekeraar eiste de uitgekeerde provisies van Roelevink terug, maar dat geld was al uitgegeven. In mei 2003 volgde een onvermijdelijk faillissement, met een schuld die oploopt tot 4,5 miljoen euro. De grootste van de in totaal zestig schuldeisers zijn verzekeraars Stad Rotterdam (ruim 1,7 miljoen) en Hooge Huys (bijna 1 miljoen).

    Curator Pasma stort zich volledig op het dossier. “Roelevink zei in een van onze eerste gesprekken tegen mij: ‘Geef me wat tijd.’ Hij zou bezig zijn met een grote transactie die geld ging opleveren”, vertelt de gepensioneerde curator in zijn Friese vakantiewoning. “Dat geld zou dan naar het faillissement gaan, zodat iedereen betaald kon worden.”

    De curator gaat akkoord en geeft hem even de ruimte. “Ik zei: ‘Als jij denkt dat je het met die transactie af kunt wikkelen en je houdt je aan je afspraken, dan vertrouw ik daarop.’ Nou, dat was dus volstrekt misplaatst. Ik moest hem op zijn nek gaan zitten, want hij kwam niet over de brug met die centen. Er was altijd wat. Dan dit weer, dan dat weer.”

    ‘Ik zat hem te dicht op de huid’
    Als Pasma Roelevink blijft vragen waar het geld van die grote transactie blijft, wordt het hem te heet onder de voeten, aldus de curator. “Ik kreeg een tip dat hij een container aan het laden was en wel eens de benen zou kunnen nemen. Ik heb toen zijn paspoort ingenomen, dat heeft jaren bij mij gelegen. Toch was hij een paar dagen later gevlogen. Ik zat hem te dicht op de huid.”

    Roelevink vertrekt in juli 2003, ruim twee maanden na het faillissement van zijn verzekeringskantoor en zonder toestemming van de rechter-commissaris, met zijn gezin naar Zuid-Afrika. Pasma spreekt ondertussen veel mensen en neemt ook Roelevinks andere bv’s nauwkeurig onder de loep.

    “Toen begon ik fraude te vermoeden. Maar Roelevink bleef ongrijpbaar. Hij had een leuk huis in Franeker. En dure auto’s, maar die waren al verkocht. Ik traceerde nog een dure Harley Davidson, maar die stond natuurlijk op naam van iemand anders. Met Roelevink is het zo: hij heeft nooit geld, maar het is wel ergens. Alleen weet niemand waar.”

    En Roelevink zelf blijft in Zuid-Afrika acht jaar buiten het bereik van de curator. Wat hij daar precies uitspookt, weet Pasma niet. “Maar Roelevink zou Roelevink niet zijn – want hij is een ongelooflijk goede prater – als hij ook daar geen mensen wist te charmeren”, meent de curator. “Hij raakte daar betrokken bij een diamantmijn en Godbetert nog an toe, daar heeft hij de boel ook belazerd.”

    Roelevink zegt dat hij helemaal niet hals over kop is gevlucht, zoals Pasma het schetst. “Ik heb nog een groot feest gegeven voordat we vertrokken. Er stond een hele week een verhuiswagen voor de deur. Dus nee, het was niet overhaast. Al had ik alles wel geregeld om meteen te vertrekken.”

    Zijn paspoort heeft hij ook nooit ingeleverd, stelt hij. “Hoe had ik anders naar Zuid-Afrika kunnen reizen? Pasma had mij daarover een brief gestuurd waarin werd geëist dat ik mijn paspoort zou inleveren, maar die kwam aan toen ik al weg was.”

    De grote transactie waar Pasma aan refereert, zou volgens Roelevink gaan over een mondelinge afspraak met de curator. Hij stelt dat hij 90.000 euro in drie termijnen zou aflossen om de aansprakelijkheid van zijn holding Leffert Beheer voor het failliete verzekeringskantoor Euro Consultants Noord af te wenden. Volgens Roelevink werd die afspraak door de curator geschonden toen hij in Zuid-Afrika bleek te zitten, nog voordat de overeenkomst schriftelijk was vastgelegd.

    Pasma kan zich een afspraak over 90.000 euro niet herinneren. “Hij doet alsof hij een slachtoffer is van mij. Als ik naar hem geluisterd had, dan had hij 90.000 euro op het kleed gelegd. Maar daar hebben wij het nooit over gehad.”

    Uitzicht op de Tafelberg
    Nol Roelevink strijkt neer in Somerset West, een plaatsje vlakbij Kaapstad met uitzicht op de Tafelberg. Naar verluidt op uitnodiging van zijn neef Jan Yntema, om daar in alle rust een nieuw bestaan op te bouwen.

    Hij beschikt dan naar eigen zeggen over een privévermogen van 11 miljoen euro, opgebouwd met winstuitkeringen en de overwaarde van panden die hij in Nederland had verkocht. Oorspronkelijk zou hij van plan zijn geweest om regelmatig terug naar Nederland te vliegen voor lopende zaken.

    Maar dat maakt Pasma onmogelijk als de curator na zijn vertrek een strafklacht indient tegen Roelevink en de rechtbank in oktober 2003 een gijzelingsbevel uitvaardigt.

    In zijn nieuwe thuisland duikt Roelevink al snel in nieuwe zakelijke avonturen. Hij ontmoet daar Jürgen Knop, een Duitser uit de bankwereld die zich ook in Somerset West heeft gevestigd. Samen zetten ze al snel nieuwe projecten op.

    Een van die projecten is het ontwikkelen van een verlaten diamantmijn in Kimberley, boven Johannesburg. Dat doen ze samen met een derde zakenpartner, de houthandelaar Gregory Dicey.

    2,5 miljard euro aan diamanten
    Na een tragisch ongeluk waarbij tientallen mijnwerkers omkwamen, lag de mijn lange tijd stil, maar de drie zien een kans om de diamantwinning weer tot bloei te brengen. “Uit oude boringen bleek dat er nog 2,5 miljard euro aan diamanten in de grond zat”, vertelt Roelevink.

    “Ik had 25 procent van het bedrijf en begon samen met investeerders en een ingenieur aan een plan om de mijn weer operationeel te maken.” Met een techniek waarbij ze tunnelwanden met spuitbeton konden verstevigen, wilden ze de mijn weer exploiteren.

    Roelevink beschrijft het gebied rondom de oude mijn als een filmset. “Het leek net een western. Kimberley was een stoffig stadje met alleen maar donkere mensen, en één blanke advocaat die alles in handen had.”

    Na een jaar onderhandelen met de advocaat en nabestaanden van de mijnramp weet hij alle mijnrechten te verkrijgen. Via een bankier in New York zou een lening van 100 miljoen dollar worden geregeld.

    Dan gaat het mis met de plannen. “Vlak voordat we het contract voor de diamantmijn konden sluiten, kreeg ik een vreemd telefoontje van een kennis uit Kaapstad”, vertelt Roelevink.

    “Hij zei: ‘Je moet die houthandelaar Gregory Dicey in de gaten houden. Die is met iets bezig.’ En dat bleek te kloppen, want op een zaterdagochtend stond er ineens allemaal politie bij mij voor de deur. Ik liep in mijn badjas naar buiten en stond meteen onder arrest. Ik vroeg: ‘Voor wat?’ De agent zei: ‘Voor fraude.’”

    ‘Twee moordaanslagen’
    Hij belandt op zaterdag 2 februari 2006 in een politiecel in Kaapstad, samen met zijn zakenpartner Jürgen Knop. Terwijl Knop na vier dagen op borgtocht vrijkomt, blijft Roelevink langer vastzitten omdat er ook een uitleveringsverzoek uit Nederland ligt.

    Vanuit Nederland doet Roelevinks advocaat er alles aan om het uitleveringsverzoek te laten intrekken en te voorkomen dat hij vanuit de politiecel naar een overvol huis van bewaring wordt overgebracht. Maar het is te laat: Roelevink is naar eigen zeggen al overgeplaatst naar een overvolle kerker.

    Daar, vertelt hij, overleeft hij twee moordaanslagen. “Ik was de enige blanke daar. Een mob van twintig man stond te schreeuwen dat ik moest worden afgemaakt. Ze probeerden me aan te vallen met een mes, maar op wonderbaarlijke wijze raakten ze me nooit. De man naast me wel. Hij werd dood afgevoerd. Dat gebeurde gewoon waar je bij stond.”

    Na meerdere afgewezen borgtochten besluit de rechter hem op vrijdag 8 februari toch vrij te laten. Het uitleveringsverzoek van Nederland is op dat moment ingetrokken. “Dat was een godswonder.”

    Volgens Roelevink had zakenpartner Dicey aangifte gedaan van fraude en oplichting, zodat hij alle aandelen kon overnemen. Als bewijs zou hij nieuwsberichten uit Nederland hebben gebruikt waarin Roelevink als ‘oplichter’ wordt bestempeld.

    “Dicey vloog naar de bankier in New York om hem te overtuigen de deal niet meer met ons te maken, maar rechtstreeks met hem. Terwijl wij vastzaten, heeft de mijneigenaar de deal met ons gecanceld. Mijn bankrekeningen waren bevroren, de deal was kapot, en mijn geld was weg.”

    Gregory Dicey wil niet meer op de zaak ingaan. Op herhaaldelijke vragen van Omroep Zilt reageert hij kort via WhatsApp: “Mijn advies is: doe geen zaken met Roelevink.”

    Een rechtszaak over aandelen
    De mislukking van het mijnproject is voor Roelevink een zware financiële klap, maar niet zijn enige onderneming in Zuid-Afrika. Ondertussen had hij zich ook op zijn andere passie gestort: de vastgoedwereld.

    “Ik kon mezelf onderhouden door huizen te kopen, te verbouwen en met winst te verkopen”, vertelt hij. “Partners zorgden voor de financiering, terwijl ik de renovaties en de inrichting regelde. We verkochten gemiddeld drie à vier huizen per jaar.”

    Wanneer er een project voorbij komt om een voormalig kerkgebouw om te bouwen tot appartementencomplex, besluiten Roelevink en zijn zakenpartner Knop erin te investeren. Roelevink haalt ook twee andere vastgoedinvesteerders over om mee te doen. Deze twee leggen samen zo’n 80.000 euro in en zouden dan elk 10 procent van de aandelen krijgen, terwijl Roelevink en Knop samen 80 procent in handen hebben.

    Maar in november 2005 blijft het eerste rendement voor de twee vastgoedinvesteerders uit. Twee maanden later ontdekken ze dat hun geld niet eens in het project is geïnvesteerd vanwege een conflict tussen Roelevink en de projectontwikkelaars. Hun geld krijgen ze niet terug.

    In november 2009 dagen de twee Roelevink voor de handelsrechter. Ze beschuldigen hem van fraude en eisen hun investering van 80.000 euro terug. Roelevink verklaart in de rechtbank dat hij van plan was het geld terug te betalen, maar dat zijn bankrekeningen werden bevroren na zijn arrestatie in februari 2006, waardoor hij dit niet kon doen.

    Bovendien had hij aandelen aan de ondernemers verkocht, dus de transactie was een aandelenoverdracht en geen lening. De rechter gaat daar in mee, concludeert dat er geen sprake was van fraude en spreekt Roelevink vrij.

    Die vrijspraak had een opluchting moeten zijn, maar Roelevink is dan nog niet van zijn problemen af. Er zit jarenlang een advocatenkantoor achter hem aan die deurwaarders op hem afstuurt. Het kantoor had de verblijfsvergunningen voor zijn gezin geregeld en zijn zakelijke contracten opgesteld, maar er stond nog een open rekening van omgerekend zo’n 18.000 euro.

    Advocaat Ralph Ertner van het betreffende advocatenkantoor IBN Consulting wil er weinig over kwijt, ook vanwege zijn beroepsgeheim. “We hebben veel geld verloren aan Roelevink. We houden dit hoofdstuk afgesloten om oude wonden niet opnieuw open te trekken.” Roelevink beweert het bedrag te hebben terugbetaald aan een voormalige compagnon van Ertner, al was dat contant en daardoor lastig te bewijzen.

    Na al deze zakelijke tegenslagen was Roelevink naar eigen zeggen vrijwel blut. Van de miljoenen aan privévermogen die hij ooit zou hebben gehad, is na het mislukte mijnbouwproject en de rechtszaak bijna niets meer over. “Onze koelkast was soms leeg en financieel stonden we er beroerd voor.”

    Curator Pasma zet juridische stappen
    Tijdens Roelevinks jaren in Zuid-Afrika werkt faillissementscurator Tjitze Pasma in de tussentijd hard door aan het onderzoek naar zijn geldstromen. Aanvankelijk staat de curator met lege handen: de boedels van drie failliet verklaarde vennootschappen van Roelevink blijken niets waard.

    Hij zet daarom juridische stappen om alsnog geld binnen te halen. Deze inspanningen leiden er uiteindelijk toe dat Roelevink in februari 2004 ook persoonlijk failliet wordt verklaard. Vanuit Zuid-Afrika vecht Roelevink het vonnis aan en betwist de vorderingen van schuldeisers, maar het gerechtshof stelt hem op alle punten in het ongelijk.

    Ondertussen wordt de curator gebeld door talloze mensen die nog geld van Roelevink tegoed hebben uit andere zaken, en ontvangt hij zelfs vorderingen van Roelevinks tandarts. Volgens die schuldeisers moet er ergens wel geld aanwezig zijn bij Roelevink.

    Een belangrijke aanwijzing komt van twee broers uit Makkum, die Roelevink kenden van de manege waar zijn dochter paardreed. De broers runden een schoonmaakbedrijf en hadden een mechanische gevelreiniger, de Skybrush, uitgevonden en laten patenteren. “Met zijn overtuigingskracht heeft hij die jongens zo ver gekregen om hun patenten en rechten onder te brengen in een gekochte lege bv”, vertelt Pasma. Dat speelde zich af in 2002.

    Aanvankelijk bezaten de broers en Roelevink samen aandelen in de bv, maar de broers droegen hun aandelen al snel aan Roelevink over. “Hij overtuigde hen dat dit nodig was om het project groot te maken, want ze zouden met die gevelreiniger de wereld gaan veroveren. Hij kon makkelijker opereren wanneer alle aandelen ook bij hem in eigendom waren.”

    Roelevink verkocht de aandelen vervolgens in twee etappes aan een gevelonderhoudsbedrijf in Houten, Frontplan, dat de Skybrush internationaal wilde uitrollen. De opbrengst van 305.000 euro had naar de broers moeten gaan, maar zij zagen er niets van terug. Volgens hen hield Roelevink hen vanuit Zuid-Afrika nog een tijdlang aan het lijntje met beloften dat het geld zou komen. Pasma concludeert dat Roelevink het bedrag achteroverdrukte.

    Met de hulp van accountants en de FIOD weet curator Pasma de transacties helemaal te ontrafelen. Via een omweg langs rekeningen in Luxemburg en op Curaçao blijkt de 305.000 euro te zijn terechtgekomen op de rekening van Roelevinks neef in Zuid-Afrika, Jan Yntema.

    Het bedrag werd begin juli 2003 overgeboekt, kort voordat Roelevink met zijn gezin in Zuid-Afrika aankwam. “Dat was die grote transactie waar Roelevink het bij mij over had toen zijn verzekeringskantoor net failliet was gegaan”, vermoedt Pasma. “Dat geld heeft hij zelf geïncasseerd en daar heeft hij vervolgens een paar jaar van kunnen leven.”

    Een betrokken advocaat, Hans Kaiser, speelde volgens Pasma een sleutelrol bij het opzetten van de constructie. Hij liet de opbrengst via zijn derdenrekening doorsluizen, wat leidt tot juridische stappen tegen hem. In juni 2006 krijgt Kaiser een tuchtrechtelijke sanctie opgelegd.

    “Bij het Hof van Discipline in Den Bosch kreeg hij onderuit de zak”, zegt Pasma. “Huilend liep hij het gebouw uit. Hij mocht vier maanden zijn praktijk niet uitoefenen vanwege zijn vervalsingen en leugens.” In mei 2011 wordt de advocaat nog eens in een civiele zaak veroordeeld tot terugbetaling van de 305.000 euro aan de failliete boedel.

    ‘Bewijs het tegendeel maar eens’
    Dan is inmiddels ook het moment aangebroken dat Roelevink zich in Nederland voor de rechtbank moet verantwoorden. Met het Openbaar Ministerie wordt afgesproken dat hij bij terugkomst in Nederland niet zal worden gearresteerd. Vertrouwend op die afspraak reist Roelevink in de zomer van 2011 met zijn gezin terug naar Nederland.

    Roelevink verblijft eerst een poos in het Zuid-Franse Nice, waar ze met een cruiseschip vanuit Zuid-Afrika zijn aangekomen. Maar als hij eind augustus de Visserijdagen in Harlingen bezoekt, wordt hij gearresteerd in hotel-restaurant Anna Casparii.

    “Ik had een oud gijzelingsbevel en toen hij werd gespot, heb ik de officier van justitie gebeld om de politie in te schakelen”, vertelt Pasma. Roelevink hield volgens de curator informatie achter over het faillissement van zijn verzekeringskantoor.

    “Roelevink zat elke dag bij Anna Casparii aan een kop koffie of een glas wijn. Toen hij twee dienders zag binnenkomen, vluchtte hij naar de wc. Daar bleef hij een half uur zitten. Uiteindelijk zei een agent: ‘Nol, we weten dat je hier zit. Trek je broek maar omhoog en kom naar buiten.’”

    Roelevink weerspreekt de beschrijving van Pasma met klem. “Zo is het nooit gegaan”, reageert hij. “Ik ben vrijwillig meegegaan, met een stop bij mijn huis om een tandenborstel op te halen. Dat hele verhaal over een wc en ‘broek omhoog’ is totale onzin.”

    Hij wordt naar het huis van bewaring De Marwei in Leeuwarden gebracht. ‘Voortvluchtige Fries na acht jaar gepakt’, kopt de Leeuwarder Courant op de voorpagina. In De Marwei wordt hij in gijzeling gehouden zolang hij geen uitleg geeft over het verdwenen geld uit zijn failliete onderneming. Maar Roelevink blijft zwijgen.

    “Elke week bezocht ik hem in de gevangenis”, zegt Pasma. “‘Nol, waar is die 305.000 euro gebleven?’ Drie maanden hield hij z’n mond. Maar het geld was natuurlijk op. Toen ik vroeg hoe hij hier in Nederland rondkwam, zei hij: ‘Mijn kinderen onderhouden me.’ Zijn dochter werkte en stortte haar salaris in de huishoudpot. Dat geloofde ik niet, maar ja, bewijs het tegendeel maar eens.”

    ‘Fraude is te ingewikkeld’
    Roelevink bezoekt vanuit de Marwei de zitting van de noordelijke fraudekamer, maar ook daar blijft hij zwijgen over de transacties naar Zuid-Afrika. De officier van justitie eist acht maanden wegens bedrieglijke bankbreuk en witwassen.

    Dan volgt een verrassende uitspraak: ondanks alle twijfels en bedenkingen die de rechters hebben over de aandelenverkoop van de gevelreiniger wordt Roelevink op 30 september 2011 vrijgesproken. “Daar ging het mis”, zegt Pasma. “De officier van justitie bewees niet dat Roelevink aandelen had onttrokken in het zicht van faillissement. In de tenlastelegging stond ‘305.000 euro, althans een hoeveelheid geld’, maar het ging om aandelen. De rechters zagen de fouten in de aanklacht en wezen daar op in hun vonnis.”

    Voor de tweede keer wordt Roelevink vrijgesproken, in een zaak die overeenkomsten heeft met de eerdere rechtszaak in Zuid-Afrika. In beide gevallen draait het om aandelentransacties, waarbij zakenpartners zich door slimme praatjes bedrogen voelen en met lege handen achterblijven.

    Die vrijspraak zit de curator nog steeds dwars. “Die zaak duurde een hele dag. Drie rechters, een sul van een officier, en ik wist: dit komt niet goed. De rechters hoopten dat de officier de tenlastelegging zou aanpassen, maar dat deed hij niet.”

    Pasma ziet hierin een breder probleem. “Fraudezaken staan bij justitie onderaan de ladder. Officieren willen scoren met moord en doodslag, en tegenwoordig ook discriminatie. Fraude is te ingewikkeld. Daar heb je specialisten voor nodig.”

    Hij noemt nog een andere reden waarom fraude vaak niet tot veroordelingen, of zelfs maar aangiftes, leidt. “Mensen schamen zich dat ze zijn opgelicht. Het duurde lang voordat ik over die uitvinders van de gevelreiniger hoorde en ze bereid waren met de FIOD te praten. Toen begon ik het te begrijpen: zijn slachtoffers kwamen vaak uit zijn vriendenkring. Ze sprongen allemaal bij hem op de bagagedrager. Hij reed rond in een Aston Martin en op een Harley, en die jongens zagen het helemaal zitten. Ze wilden ook miljonair worden.”

    Een schikking van 10.000 euro
    Na de vrijspraak van Roelevink heeft Pasma naar eigen zeggen maar liefst vier keer bij de officier van justitie aangedrongen op hoger beroep, maar daar gebeurt niets mee.

    In november wordt Roelevink vrijgelaten uit faillissementsgijzeling in de Marwei. De rechtbank oordeelt dat hij niet langer verplicht is om meer informatie over zijn bankroet te verstrekken. En zo blijkt ook hier faillissementsfraude niet te bewijzen.

    Om zijn persoonlijk faillissement op te heffen, komt Roelevink een schikking van 10.000 euro overeen met Pasma. Uiteindelijk wikkelt de curator het dossier af, en in september 2015 wordt Roelevinks persoonlijk faillissement officieel opgeheven.

    In zijn verslag schrijft de curator dat het hem niet is gelukt om andere inkomensbronnen van Roelevink te achterhalen. En ook de overeengekomen schikking van 10.000 euro wordt uiteindelijk niet betaald.

    “Weer liet de heer Roelevink het afweten, met de informatie dat de financiering nog niet rond was en dat hij drukdoende was”, noteert Pasma. Hij noemt Roelevinks verklaringen “volstrekt ongeloofwaardig”.

    ‘Ik heb dat huis van hem op Bonaire betaald’
    “Iedereen speelt een spel en probeert er voor zichzelf het beste uit te halen”, zegt Roelevink over zijn strijd met Pasma. “Eigenlijk waren we best aan elkaar gewaagd. Hij is een handige donder. Zijn secretaresse zei eens tegen me: ‘Meneer Roelevink, hij heeft nog nooit iemand gehad die zo tegen hem praat.’ Maar kijk, ik laat me niet in het verdomhoekje zetten. Wat recht is, is recht, en wat krom is, is krom.”

    Hoewel hij destijds in de rechtbank zweeg, wil Roelevink nu wel iets kwijt over de beschuldigingen. Volgens hem heeft hij de aandelen van Skybrush niet onttrokken in het zicht van het faillissement, en klopt het ook niet dat hij de uitvinders van de gevelreiniger ooit geld heeft beloofd.

    “Er is een overeenkomst getekend door de broers waarin ik hun aandelen overnam om hun gevelreiniger internationaal te ontwikkelen. In ruil daarvoor kregen zij de exclusieve rechten voor de Nederlandse markt.” Alleen zegt Roelevink dat hij die overeenkomst niet meer in zijn bezit heeft.

    Volgens Roelevink wist curator Pasma dat er geld te halen viel en ging hij door met procederen, totdat hij vijf tot zeven ton zou hebben opgestreken. “Pasma heeft zoveel uren geschreven dat dat geld niet naar de schuldeisers is gegaan. Ik kan wel stellen dat ik dat huis van hem op Bonaire heb betaald.”

    Pasma wijst de beweringen resoluut van de hand. “Zoveel heb ik niet opgestreken, en al helemaal niet om mijn huis op Bonaire van te betalen”, zegt hij. Volgens de aankoopakte kocht hij dat huis al in juli 2010, ruim voordat zijn salaris van bijna drie ton in 2015 door de rechtbank werd vastgesteld.

    “Een curator ontvangt pas salaris als het faillissement is afgewikkeld. Roelevink vergeet dat ik alles vanuit mijn kantoor twaalf jaar lang heb voorgeschoten, inclusief de kosten voor accountants.” Het financieel eindverslag uit september 2015 toont aan dat het geld dat overbleef van de binnengehaalde 731.866 euro ging naar bevoorrechte schuldeisers, zoals de belastingdienst (ruim drie ton) en het UWV (bijna 127.000 euro).

    En hoe liep het af met de Skybrush, de revolutionaire gevelreiniger die wereldwijd zou worden uitgerold? Van die plannen is niets terechtgekomen, zegt een van de broers uit Makkum. “Het bedrijf in Houten wilde al snel zijn eigen machines bouwen, maar dat is volledig mislukt. We hebben er nooit meer iets van gehoord.”

    Voor zijn schoonmaakbedrijf heeft hij inmiddels een derde versie van de gevelreiniger ontwikkeld. “We hebben die helemaal zelf gebouwd, zonder andere partijen of patenten. Het is een succesvolle machine. We hebben continu grote opdrachtgevers.”


    Dit artikel maakt deel uit van een reeks onderzoeksartikelen, onderzoeksartikelenreeks naar de handel en wandel van ondernemer Nol Roelevink, gepubliceerd bij Omroep Zilt in december 2024. De reeks kwam tot stand met steun van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (SvdJ) en is gebaseerd op uitgebreid dossieronderzoek en gesprekken met betrokkenen. Speciale dank aan Judith Spanjers en Jeff Wicks.

    Overzicht van publicaties

     • Vloerenbedrijf Harlinger ondernemers strandt snel na negatieve publiciteit. Omroep Zilt, 2 juli 2024.
     • Een charmante boef (1): Hoe Nol Roelevink al dertig jaar van geen opgeven weet. Omroep Zilt, 13 december 2024.
     • Een charmante boef (2): “Fraudezaken staan bij justitie onderaan de ladder”, Omroep Zilt, 16 december 2024.
     • Een charmante boef (3): “Over een jaar ben ik weer met iets bezig, en het zal succesvol zijn”, Omroep Zilt, 19 december 2024.
     • Eigenaar failliet vloerenbedrijf aansprakelijk voor verdwenen tonnen. Omroep Zilt, 30 december 2024.

  • Ooggetuige weet zeker dat ufo-golf in Friese Gorredijk geen ‘hysterie’ was: ‘Wat we zagen, is onverklaarbaar’

    Nergens in Nederland zijn door mensen zoveel ufo-waarnemingen tegelijk gedaan als in en rond het Friese Gorredijk tussen januari en maart 1974. Heel het dorp was in de ban van ufo’s. Wekenlang zien inwoners zoevende driehoeken, snel bewegende lichten en andere vreemde objecten aan de hemel, die niemand heeft kunnen verklaren. ,,Ik zou in mijn leven nog wel graag willen weten wat dat is geweest.”

    Algemeen Dagblad (AD.nl) ★ 21 februari 2024

    Theo Haverkamp herinnert zich nog precies wat hij op zijn 13de in de lucht boven Gorredijk zag. Op dinsdag 19 februari 1974 verschijnt vroeg in de avond een bol aan de hemel. Die heeft eerst een rode kleur en verandert later in geel, afgewisseld met blauw.

    ,,De bol bewoog razendsnel van links naar rechts. Dan bleef die een behoorlijk lange tijd stilstaan en schoot het weer van boven naar beneden en van rechts naar links”, vertelt de nu 63-jarige Haverkamp rustig, terwijl hij in zijn koffie roert.

    ,,Dat schouwspel ging wel meer dan anderhalf uur door en je kon de bewegingen niet voorspellen. We stonden op straat in een grote groep te kijken en controleerden bij elkaar of we allemaal hetzelfde zagen.” Het maakte een onuitwisbare indruk op Haverkamp. ,,Ik zal het m’n leven lang niet vergeten.”

    Hij is een van de ooggetuigen van de golf van ufo-waarnemingen die een halve eeuw geleden in en rond Gorredijk zijn gedaan. Wekenlang zien inwoners van het Friese dorp na het vallen van de avond zoevende driehoeken, snel bewegende lichten en andere vreemde objecten aan de hemel. ,,Dat het telkens wat anders was, maakte het ook wel bijzonder.”

    Mooi uitzicht

    De ufo-golf begint eind januari 1974 en de meldingen zorgen al snel voor steeds meer belangstelling. ,,We verzamelden ons elke avond bij een school aan de rand van het dorp, tegen de weilanden aan. Daar had je mooi uitzicht”, vertelt Haverkamp. Met verrekijkers en fototoestellen tuurden jongeren en volwassenen naar de hemel. ,,Soms stonden we er met een paar man, soms met een grote groep, en niet alle avonden zagen we wat.”

    We drinken koffie in de woonkamer van Willem Vlietstra, een andere ooggetuige van de ufo-golf. Vanuit zijn huis in het buitengebied bij Gorredijk kijken we uit op de bosrand. Vlietstra laat de schriften zien die hij als 14-jarige in die periode vulde met een dagboek van zijn waarnemingen, foto’s en krantenknipsels.

    Al snel gaat het over de sleutelfiguur bij de ufo-golf in Gorredijk, de mavo-leraar Geert Meijer. Na zijn eerste ufo-waarneming besloot hij serieus onderzoek te doen naar het fenomeen en zette hij met leerlingen en volwassenen observatieposten op. Binnen de kortste keren trekt Gorredijk de aandacht van de media en nieuwsgierige bezoekers.

    ,,Er kwam hier eens een ufoloog meekijken op een avond waarop niets te zien was”, vertelt Vlietstra. ,,Hij concludeerde al snel dat het massahysterie was, maar dat sloeg nergens op. We wisten heel goed wanneer het een vliegtuig of satelliet was. Maar plotseling zagen we dan een vreemd ding dat een haakse bocht maakte.”

    Grote boemerang

    En er was nog iets vreemds. ,,Als we iets zagen, vloog er vaak een kwartier ervoor of erna een straaljager door de lucht. Soms wel vijf, of tien. Heel frappant, want die zijn hier anders nooit. De vliegbasis Leeuwarden heeft steeds ontkend dat er straaljagers vlogen en ook dat ze iets op de radar hadden gezien.”

    Op 24 februari 1974 heeft Vlietstra zijn meest indrukwekkende ufo-ervaring. Ook dan zijn er straaljagers in de lucht. ,,We stonden met een man of twintig buiten op straat te praten. Ineens komt er vanuit het westen een heel groot, grijs, driehoekig ding overvliegen, slechts 15 of 20 meter boven ons, geruisloos en zonder licht. Het was zeker 10 meter breed. Het had de vorm van een boemerang en een metaalachtige kleur. De verlichting van het dorp scheen er tegenaan. Het zoefde in een paar tellen over ons heen en we stonden allemaal even perplex, zo van: jemig, wat is dit?”

    Niet iedereen in Gorredijk verwelkomde de ufo’s. ,,Er was wel enige tweedeling. Sommigen deden het af als onzin”, zegt Haverkamp. ,,De kerken zaten vijftig jaar geleden nog vol en het geloof in de Heer was moeilijk te verenigen met vliegende schotels. Maar wij waren volledig onbevangen. Wij voelden geen druk om iets te willen zien. Er was veel mediabelangstelling, maar geen beïnvloeding.”

    Meest intrigerende ufo-zaak

    Nergens in Nederland zijn er zoveel ufo-waarnemingen gedaan – door een grote groep mensen, over een lange tijdspanne en steeds in hetzelfde gebied – als in Gorredijk in de eerste drie maanden van 1974, nu vijftig jaar geleden. Dit maakt het (samen met de grote zwarte driehoek die in 1979 door militairen boven vliegbasis Soesterberg werd gezien) de meest intrigerende ufo-zaak van ons land.

    Dat beaamt ook theoloog en ufo-kenner Taede Smedes uit Nijmegen. Onlangs verscheen zijn boek De ufo’s van Gorredijk, waarin hij een nauwgezette reconstructie van dag tot dag maakt. Volgens Smedes moeten destijds misschien wel honderden mensen iets van de ufo-golf hebben gezien. ,,Sommigen waren ervan overtuigd dat het buitenaards bezoek betrof, maar de meeste mensen waren er gewoon van onder de indruk.”

    Smedes sprak met ooggetuigen en zocht naar documenten, maar het lukte niet om het persoonlijk archief van mavo-leraar Meijer in te zien. ,,Zijn kinderen wilden niet meewerken. Waarom weet ik niet, maar daar zit een bepaalde angst. Hun vader zou door bepaalde instanties onder druk zijn gezet. Meijer kreeg brieven uit het hele land, ook van F16-piloten die een ufo hebben gezien, maar dat niet konden melden bij hun leiding.”

    In zijn boek zet Smedes de wildste theorieën over de ufo-golf in Gorredijk op een rij. Hij stuitte ook op het verhaal van een oudere man uit Leeuwarden, die beweert dat hij destijds de Gorredijkers voor de gek hield door een zoeklicht met scherm op de wolken te projecteren.

    Dat kan zijn gebeurd, zegt Smedes, maar dat verklaart niet alles. ,,Neem die grote boemerang. Er waren nog geen drones in 1974 en Amerikaanse spionagetoestellen zweefden niet geluidloos over. Hier heeft zich echt iets mysterieus en eigenaardigs afgespeeld in Gorredijk.”

    Maar wat precies, blijft ook vijftig jaar later een raadsel. ,,Wat we hebben gezien, is onverklaarbaar”, zegt Willem Vlietstra. ,,En ik zou in mijn leven nog wel graag willen weten wat dat is geweest.”


    Verschenen bij het AD online op 20 februari 2024 en een dag later in de papieren krant.

  • Nieuwe stichting maakt werk van speurtocht naar gezonken vissersboten en bemanningsleden: ‘Vondst wrak roept altijd emoties op’

    Het opsporen van vergane vissersschepen en op zee gebleven bemanning is de missie van de stichting Onderzoek Maritiem Vermisten (OMV). Ze duiken in archieven en naar de Noordzeebodem en hebben dit jaar hun eerste succes geboekt met de vondst van de HD108. ,,Er is veel stil verdriet”, zeggen de mannen.

    Algemeen Dagblad (AD.nl) ★ 30 december 2023

    De 81-jarige Cees Lips uit IJmuiden voelt nog steeds verdriet en pijn als hij denkt aan de scheepsramp waarin zijn vader Jan omkwam. Hoewel het leed allerminst vers is. Destijds, in juli 1945, was hij pas 2,5 jaar oud. Niettemin herinnert hij zich nog hoe zijn vader thuis opgebaard lag. ,,Ik weet nog dat-ie in de achterkamer in de kist lag. Ik dacht dat-ie sliep.”

    Zijn vader, Jan Lips, verlaat in juli 1945 met de Helderse kotter HD108 de haven van Delfzijl, om te gaan vissen op de Noordzee. Amper twee maanden nadat de Tweede Wereldoorlog is afgelopen, liggen er nog talloze mijnen in het open water, maar toch wagen de vijf bemanningsleden het erop.

    Het gebied waar de mannen gaan vissen, zou veilig zijn. Maar op zaterdagochtend 7 juli 1945 gaat het toch mis. Bij het binnenhalen van de vangst ontploft er een mijn in de netten. De kracht van de explosie slaat aan stuurboordkant een flink gat in het schip en slingert schipper Jaap Slot uit zijn stuurhut. Het schip zinkt onherroepelijk. Slot slaagt er nog net in om zichzelf en de zwaargewonde motordrijver Jan Lips op een reddingsvlot te krijgen.

    Het zusterschip HD125, waarmee de HD108 samen aan het vissen was, pikt de twee mannen op uit het water. Lips, die zijn beide benen is kwijtgeraakt bij de explosie, overlijdt aan boord aan zijn verwondingen. Alleen schipper Slot en stuurman Jan de Boer, die op een plank ronddrijft en eveneens wordt gered, overleven de tragedie van de HD108.

    Teruggevonden

    In het gezin van Lips komt de dood van vader Jan hard aan. Zijn moeder bleef met twee jonge kinderen achter en is nooit opnieuw getrouwd, vertelt Cees Lips. ,,Ze kreeg een kleine uitkering van het Zeerisicofonds, daar moest ze van rondkomen met een heel gezin. Dat waren moeilijke tijden. In 1952 kwam er voor haar een oorlogspensioen vanuit Den Haag. Pas toen, zeven jaar later, is erkend dat er in een gebied was gevist dat vrijgegeven was, terwijl er nog mijnen dreven.”

    De herinneringen van bijna tachtig jaar geleden kwamen weer volop naar boven toen Lips vorige maand kreeg te horen dat het wrak van de HD108 is teruggevonden, op de zeebodem ver boven Schiermonnikoog. ,,Mijn jongste zoon vertelde me dat er een oproep op Facebook stond, dat familieleden van Jan Lips zich konden melden.”

    Zo kwam hij in contact met historicus en visserman Cees Meeldijk uit Hippolytushoef, die met een groep wrakduikers uit Lauwersoog de gezonken kotter op de Noordzeebodem heeft onderzocht. ,,Cees is bij me thuis geweest en gaf me een zilveren lepel en de sluiting van een patrijspoort, die ze van de kotter hebben opgedoken. Het is fantastisch dat ze het allemaal gevonden hebben, dat heeft een behoorlijke indruk op me gemaakt.”

    Zeekaart vol stippen

    De ontdekking van de HD108 is de eerste zoektocht naar een verdwenen kotter die Meeldijk met succes heeft kunnen afronden. Op de tafel van het vissershuisje in de haven van Den Oever spreidt hij een zeekaart uit, die volgetekend is met stippen. ,,Dit zijn allemaal wrakpuntjes”, zegt hij. ,,Op deze plekken zijn vissers met hun netten vastgelopen, maar waaraan ze bleven haken, is niet bekend. Het kan gaan om een gezonken kotter, maar evengoed om een vliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog.”

    De Noordzeebodem herbergt gezonken schepen uit alle tijdvakken. Hoeveel het er zijn, weet niemand precies. Maar in de database van een ervaren wrakduiker staan alleen al in het Nederlandse deel van de zee meer dan 6000 locaties geregistreerd. ,,Van deze wrakken is vaak niet meer bekend dan de lengte en de breedte”, zegt Meeldijk.

    Zijn stichting Onderzoek Maritiem Vermisten (OMV) is dit jaar begonnen met het opsporen van gezonken vissersschepen, vermiste bemanningsleden en hun nabestaanden. Moderne technologie heeft de zoekmogelijkheden sterk verbeterd.

    Neem het dna-onderzoek, waarmee familieleden na vele jaren eindelijk duidelijkheid hebben gekregen over hun dierbaren die op zee zijn ‘gebleven’. Dankzij het vergelijken van hun dna met dat van lichamen die aanspoelden langs de Friese Waddeneilanden en daar anoniem werden begraven, konden enkele vissers uit Katwijk en Urk worden geïdentificeerd. Deze mannen waren een halve eeuw eerder als vermist opgegeven.

    Lichaam aangespoeld

    Als historicus vroeg Meeldijk zich af welke vissers uit Wieringen op zee zijn verdwenen. Hierdoor kwam hij al snel in contact met dorpsgenoot Gert Lont, die schipper was van de in 1967 verdwenen kotter WR6. Lont was zelf voor een paar maanden naar Nieuw-Zeeland om daar een nieuwe vismethode te introduceren, toen zijn vader Simon zijn taak als schipper op de WR6 overnam.

    Op 11 januari 1967 zonk de kotter tijdens een wilde storm op de Noordzee, met Simon en twee bemanningsleden aan boord. Nadat de storm was gaan liggen, werd er met 24 Wieringer vissersschepen in de buurt van het Duitse eiland Helgoland gezocht naar de kotter. Maar tevergeefs. ,,Toen ik thuiskwam van mijn reis, was mijn bemanning er niet meer”, vertelt Gert Lont aan tafel in het vissershuisje. ,,Daar sta je dan. Ik ben toen met andere schepen meegegaan om te vissen.”

    Drie maanden later, halverwege april, stond er een politieagent voor de deur om te vertellen dat er een lichaam was aangespoeld op het Duitse Waddeneiland Amrum. ,,Mijn moeder en ik zijn er onmiddellijk heen gegaan en hebben vader geïdentificeerd aan de hand van zijn horloge en kleren.” De andere bemanningsleden, Piet Everts en Gerrit Boerdijk, en de kotter werden nooit teruggevonden.

    ,,In die tijd is er grondig gezocht, met de beschikbare middelen van toen”, zegt Lont. ,,Maar tegenwoordig kun je zoveel meer. Na mijn 65ste ben ik gaan varen op een peilboot, waarop je met de modernste apparatuur onder water kunt kijken. Toen wilde ik toch weer op zoek gaan naar de WR6.”

    Stroomversnelling

    Het contact met Meeldijk bracht die zoektocht in een stroomversnelling. De historicus dook het Nationaal Archief in. ,,Daar liggen de originele rapporten van de Raad van de Scheepvaart over vermiste en verongelukte schepen. Zo weten we waar de kotter is geweest en waar-ie naartoe ging. We hebben ook gegevens opgevraagd bij de Duitse hydrografische dienst en toen kwamen we twee interessante wrakpuntjes tegen.”

    Met het duikteam Zeester uit Lauwersoog verkende Meeldijk beide plekken tijdens de zomer van 2022. ,,Je weet het pas echt zeker als je gaat duiken. De sonarbeelden wezen op een kottertje, maar het was niet de WR6. Het was een stoomschip en het andere puntje bleek een zeilscheepje.” Dat was een teleurstelling, maar Meeldijk en Lont gaven de zoektocht niet op. ,,Mijn neef die destijds ook viste met een identieke kotter had altijd het gevoel dat de WR6 zuidwestelijker is gezonken”, zegt Lont.

    Toen kwam een gebied ten noorden van Schiermonnikoog in beeld. ,,Daar leken we een kottertje te zien”, vertelt Meeldijk. Afgelopen zomer dook hij opnieuw met het team uit Lauwersoog. ,,We maakten onderwaterbeelden, zochten herkenningspunten op en haalden spullen van de kotter af. Al snel hadden we twijfels en dezelfde dag nog wisten we dat ook dit niet de WR6 was.”

    Maar welke kotter was het dan wel? ,,We dachten eerst dat het om een vermiste Urker kotter ging, maar alle kenmerken wezen erop dat het de HD108 moest zijn. Het verhaal met die mijn en het gat aan stuurboordkant, het type motor en de manometer, het kwam allemaal overeen.”

    Het visserijarchief van de Katwijker Jan van Welie leverde uiteindelijk het definitieve bewijs. ,,Hij had in zijn archief alles over de HD108 panklaar liggen. Toen we dat zagen, wisten we het honderd procent zeker. Vervolgens gingen we op zoek naar de familie van de omgekomen vissers.”

    Stil verdriet

    Bij de stichting OMV is ook de gepensioneerde coldcase-agent Gert Overeem betrokken. Jarenlang werkte hij bij het Bureau Vermisten Noordzee van de Maritieme Politie en ook na zijn pensioen blijft hij zich inspannen voor het verbeteren van de informatie-uitwisseling tussen de landen rondom de Noordzee.

    ,,Omdat de getijdenstroom in de Noordzee tegen de klok in beweegt, is er best kans dat veel vermiste Nederlanders op Duits en Deens gebied gevonden zijn”, vertelt Overeem. ,,Maar om dat te weten, moet je wel contact met die landen hebben.” Zover is het nog niet. Nog niet alle landen werken bijvoorbeeld mee aan de dna-databank van Interpol voor vermiste personen, I-Familia.

    Ondertussen kloppen familieleden van verdwenen vissers met hun verzoeken steeds vaker aan bij de stichting. ,,Er is veel stil verdriet”, zegt Gert Lont. ,,We merken dat ons initiatief veel emoties opwekt.” Zijn hoop is om zo veel mogelijk nabestaanden bij te staan en op een dag ook ‘zijn’ WR6 terug te vinden.

    Maar om daar echt werk van te kunnen maken, zijn voldoende gegevens nodig om het zoekgebied nauwkeurig te bepalen. ,,In feite is het zoeken naar een speld in een hooiberg, maar je moet die hooiberg eerst klein genoeg maken”, aldus Meeldijk. ,,Daarom kijken we alleen naar zaken vanaf de Tweede Wereldoorlog tot nu.”

    Met zijn kameraden gaat hij de komende tijd aan de slag met een dozijn of twee ‘cold cases’ die de meeste kans van slagen hebben. ,,In het nieuwe jaar willen we sowieso twee expedities doen.”


    Verschenen in het Algemeen Dagblad van 30 december 2023 en Het Parool van 5 januari 2024.

  • Hoe nood wet brak bij opvang van Oekraïners in Sexbierum. ‘Wij zijn als dorpsbewoners volledig weggezet’

    Gemeenten moeten van Den Haag opvangplekken regelen voor gevluchte Oekraïners. Maar gaat dat altijd volgens de regels? Sexbierumers maken bezwaar tegen de manier waarop de gemeente Waadhoeke wel heel snel zaken deed in het dorp.

    Friesch Dagblad ★ 20 juli 2023 (co-productie met Niek Donker)

    ,,Het gaat ons niet om de komst van Oekraïners die op de vlucht zijn, daar zijn we helemaal niet op tegen”, wil José Brink uit Sexbierum allereerst benadrukken. ,,Maar hoe hier de opvang erdoor is gedrukt, daar klopt niets van.”

    Zij is een van de 28 omwonenden die bezwaar maken tegen een opvanglocatie voor Oekraïners in de dorpskern van Sexbierum. Daarvoor zijn zes panden samengevoegd en omgekat. Inmiddels zijn de panden aan de Alde en Nije Buorren – een voormalig winkelpand en omliggende woningen – in gebruik genomen als tijdelijk onderkomen voor maximaal 55 Oekraïense vluchtelingen. De eerste vier kwamen aan op 1 juni.

    De opvanglocatie in Sexbierum is een initiatief van vijf ondernemers uit Heerenveen, Lemmer en Harlingen. Nadat zij begin dit jaar de gemeente Waadhoeke een voorstel deden voor tijdelijke huisvesting van Oekraïners, werden de panden aangekocht en verbouwd. Nu ontvangen de ondernemers sinds juni elke week een bedrag van bijna 20.000 euro voor de opvang. ,,Hier is handjeklap gespeeld met de gemeente”, vermoedt Brink. ,,Wij zijn als dorpsbewoners volledig weggezet.”

    ,,De gemeente viel als een blok voor dit plan, terwijl er goede alternatieven waren”, zegt een andere omwonende, die anoniem wil blijven. Hij wijst op het gebouw van de voormalige basisschool de Barraboech. ,,Dat heeft grote lokalen, een groot plein eromheen en de gemeente heeft het in eigendom. Maar in plaats daarvan gaat ze met ondernemers in zee, die met een Franse slag in drie maanden tijd een verbouwing doen en overal goedkeuring voor krijgen. Het verbaast me hoe de gemeente dit alles heeft toegelaten.”

    Reconstructie

    Dat de opvanglocatie in Sexbierum merkwaardig tot stand is gekomen, komt naar voren uit een feitenreconstructie. Op 23 januari van dit jaar hebben de ondernemers een gesprek met de gemeente, die dan druk op zoek is naar tijdelijke opvanglocaties voor in totaal 255 Oekraïense ontheemden. Met grote voortvarendheid worden er zaken gedaan. Dezelfde dag nog dienen de ondernemers een vergunningsaanvraag voor de verbouwing in.

    Een paar weken later wordt een bruikleenovereenkomst getekend voor het tijdelijk huisvesten van 55 Oekraïners aan de Alde en Nije Buorren. Daarin wordt vastgelegd dat de gemeente per juni een vergoeding van 19.800 euro per week betaalt voor uitvoering van onderhoud en verbruik van gas, water en licht. De overeenkomst loopt in elk geval tot eind maart 2024, zolang de Europese richtlijn voor de tijdelijke opvang van Oekraïners geldt, en de kans is groot dat die richtlijn nog wordt verlengd zolang de oorlog in Oekraïne voortduurt.

    Waadhoeke en de opvang van Oekraïners

    In heel Nederland staan momenteel ruim 95.000 Oekraïners geregistreerd die de oorlog in hun land zijn ontvlucht. Burgemeesters worden met een beroep op het noodrecht verplicht om de opvang van Oekraïners in hun gemeente te regelen. Daarbij worden geen inspraakprocedures gevolgd en mag tijdelijk worden afgeweken van het bestemmingsplan.

    In Waadhoeke moeten er dit jaar 255 opvangplekken komen. Zo is er intussen opvang in Franeker bij motel de Valk, op het hotelschip Mare Luna en in een aantal semi-zelfstandige woningen. Ook in woonzorgcentrum Nij Statelân in Menaam, pension Weltevree in Minnertsga en sinds juni in Sexbierum krijgen Oekraïners onderdak. Mogelijk komt daar in augustus nog een locatie in Herbaijum bij. Dan heeft de gemeente voorlopig haar taakstelling gehaald.

    De kosten voor alle opvangplekken in Waadhoeke worden dit jaar geschat op 7,9 miljoen euro. Vanuit het rijk wordt de gemeente hiervoor gecompenseerd met een normbedrag van 83 euro per opvangplek per dag. Dat behelst onderdak, maar ook bijvoorbeeld beveiliging, dagbesteding en leefgeld. Voor alleen onderdak, gas, water en licht kom je uit op zo’n 160 euro per week (waar Waadhoeke de ondernemers in dit geval 360 euro betaalt).

    Op het moment van tekenen zijn de ondernemers nog geen juridisch eigenaar van de panden, maar met deze zekerheid in de zak kopen ze de panden definitief op 27 februari en 19 april. Ze sluiten een hypotheek af voor 2,1 miljoen euro en een duurzaamheidslening van twee ton bij het provinciale Fûns Skjinne Fryske Enerzjy.

    Terwijl de vergunning pas op 8 mei is verleend, beginnen de bouwwerkzaamheden volgens dorpsbewoners al in februari. ,,De straat werd afgezet, pur en tempex dwarrelde overal heen en er is ook nog asbest verwijderd, maar de gemeente weet niet hoe”, zegt de anonieme omwonende. ,,Er is amper toezicht geweest en op onze handhavingsverzoeken is nooit serieus gereageerd.”

    Raadsvragen

    Over de handel en wandel in Sexbierum stellen de oppositiefracties ChristenUnie, VVD en CDA in het voorjaar vragen aan het college van Waadhoeke. ,,Het is ons niet duidelijk geworden wat de reden is om voor deze locatie te kiezen”, blikt ChristenUnie-raadslid Bernita Hakvoort terug. ,,Zorgvuldigheid gaat boven snelheid en in dit geval heeft de gemeente zeer snel gehandeld. Wij hebben nog steeds vraagtekens bij de gang van zaken.”

    Sexbierumers hadden liever gezien dat de Barraboech als opvanglocatie was gekozen. In een mail aan deze krant antwoordt de gemeente eenvoudigweg dat het leegstaande schoolgebouw niet eerder in beeld is geweest. ‘Daarbij zou dit gebouw worden verkocht.’ Ook zou uit ervaring blijken dat het ‘voor de gemeente in verhouding beter is om deze opdracht niet zelf te doen, maar door een marktpartij uit te laten voeren.’

    Over de afgesproken vergoeding van 19.800 euro per week wil de gemeente niet meer kwijt dan dat die is gebaseerd op een rekensom van 360 euro per Oekraïner per week. Wander Waterlander, een van de vijf ondernemers, is daar wat opener over. ,,De gemeente deed een voorzet, daar heb ik een voorstel op gedaan en wat er nu staat is er uitgekomen.”

    Normbedrag

    Die afgesproken vergoeding ligt daarmee vele malen hoger dan de normbedragen die het rijk hanteert. Waterlander over die marktprijs: ,,Dat heeft van ons uit te maken met de hoogte van de investeringen, want de opvang van Oekraïners is tijdelijk. Zo staat het ook in de overeenkomst.”

    Omdat de vergoeding ruimschoots de kosten overschrijdt, moet de bruikleen als verkapte huur worden gezien, zegt emeritus hoogleraar aanbestedingsrecht Huib van Romburgh van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij denkt wel te snappen waarom de overeenkomst niet als huur wordt gekwalificeerd. ,,Dan zou het huurrecht van toepassing zijn, met alle rechten en verplichtingen. Ik kan natuurlijk niet in hun hoofden kijken, maar de benaming ‘bruikleen’ en het echte oogmerk van de ondernemers is bij mij wel omgeven met vraagtekens.”

    Willen de vijf ondernemers ‘om humanitaire redenen’ bijdragen aan de opvang van oorlogsvluchtelingen, zoals in de bruikleenovereenkomst staat, of gaat het hier om een uitgekookt verdienmodel? Eind 2021 zorgden de vijf voor enige reuring in Harlingen toen zij het voormalige cafépand ‘t Pypke aan de Kleine Voorstraat kochten om er twintig arbeidsmigranten te huisvesten. Zonder vergunning werd begonnen met de verbouwing.

    Buurtbewoners kwamen in verzet. ,,Waarom zou je zo’n mooi pand volbouwen met kamertjes, zonder lichtinval en ventilatie? Ze zeggen dat ze mensen willen helpen, maar doe er dan wat moois mee en biedt het belangeloos aan”, zegt Jules Dutrieux, die een petitie tegen het plan begon en aan het gemeentebestuur aanbood. ,,Hun plan kwam daardoor onder druk en is toen niet doorgegaan. Ze waren natuurlijk kwaad dat we verzet hebben gepleegd. Er zit gewoon geld achter, dat is de enige drijfveer.”

    Op die vermoedens reageert Waterlander laconiek. ,,Ik kan me voorstellen dat mensen dat denken, maar het is iets waar we in zijn gerold.”

    In de zes panden in Sexbierum wilden de ondernemers aanvankelijk appartementen bouwen, maar dat keurt de gemeente af. Dan vernemen ze over het gebrek aan opvangcapaciteit voor Oekraïners en maken ze met architectenbureau Alynia een plan voor 21 wooneenheden. Wie de tekeningen voor de appartementen uit juli 2022 erbij pakt, ziet dat het oorspronkelijke plan van de ondernemers alsnog lijkt te zijn goedgekeurd door de gemeente.

    ,,De gemeente was direct enthousiast”, vertelt Waterlander. ,,Dat verraste ons, maar we mochten gewoon direct los. Ga aan de slag, zeiden ze. En dat hebben we gedaan. Vergunningen en gedetailleerde tekeningen, dat kwam daarna wel.”

    Toekomst

    Bij de omwonenden blijft de grootste zorg wat er na de tijdelijke huisvesting van Oekraïners met de panden gaat gebeuren. ,,Uiteindelijk willen we er appartementen voor starters en senioren uit het dorp van maken”, zegt Waterlander. ,,Daarover willen we met dorpsbelang om tafel.”

    Dat klinkt in elk geval niet heel anders dan wat bezwaarmakers als José Brink het liefst zien. ,,Wij vinden dat er gewoon woningen moeten komen. En wie daarin komt te wonen, maakt ons verder niet uit.”


    Verschenen in het Friesch Dagblad van 20 juli 2023. Zie ook een later onderzoeksartikel ‘Miljoenen kwijt aan huur: opvang Oekraïners kost Waadhoeke zes keer zoveel als Harlingenbij Omroep Zilt, 21 oktober 2024.