• Fries DNA brengt nieuwe inzichten over vroegmiddeleeuwse migratie naar Engeland

    Hele families verhuisden in de vroege middeleeuwen over de Noordzee. Dat bewijst een grote studie in vakblad Nature naar de Britse genenpoel, mede dankzij DNA-materiaal uit Friese bodem.

    Leeuwarder Courant (LC) ★ 23 september 2022

    Lange tijd konden historici het niet eens worden over de vraag hoe Groot-Brittannië in de vroege middeleeuwen door de Angelsaksen werd bevolkt. Was het een eenmalige invasie van brute Germanen? Of een lange reeks van volksverhuizingen in de vijfde en zesde eeuw na Christus?

    Een nieuwe genetische studie, die woensdag verscheen in het vakblad Nature, geeft daar nu meer inzicht in. Uit analyse van het genetisch materiaal van honderden personen uit vroegmiddeleeuws Engeland en het Europese vasteland blijkt dat de migraties over de Noordzee al veel eerder begonnen dan tot nu toe werd aangenomen.

    Genetisch materiaal uit Midlum

    De Angelsaksische volksverhuizing maakt volgens het onderzoek deel uit van ‘een continue beweging van mensen van over de hele Noordzee naar Groot-Brittannië vanaf de laat-Romeinse tijd tot in de 11de eeuw na Christus’. Vrouwen speelden daarbij een niet minder belangrijke rol dan mannen.

    De studie toont dat driekwart van de bevolking in Oost- en Zuid-Engeland in de vroege middeleeuwen bestond uit migrantenfamilies, afkomstig uit het Noordzeegebied van Noord-Nederland tot aan Denemarken. In de zuidoostpunt van Engeland werd nog een tweede grote herkomstregio gevonden: daar is de genetische match het sterkst met het hedendaagse België, Frankrijk en het westen van Duitsland.

    Voor de studie in Nature – uitgevoerd door een internationaal team van wetenschappers onder leiding van het Duitse Max Planck Instituut – werd onder meer genetisch materiaal geanalyseerd uit de stad Groningen uit de periode tussen 700 en 1100. Ook zijn de genetische gegevens onderzocht van Friese terpbewoners uit de vijfde en zesde eeuw. Dat materiaal werd verzameld tijdens opgravingen van terplagen aan de zuidkant van Midlum in 2016, bij de aanleg van de nieuwe N31 bij Harlingen.

    ,,De gegevens uit Midlum laten zien dat de terpbewoners nauw verwant waren met de bewoners van de Duitse Noordzeekust”, zegt archeoloog en hoofdauteur van het artikel Joscha Gretzinger. ,,Daarom is het moeilijk om te kunnen onderscheiden of de voorouders van Engelse migrantenfamilies uit het noorden van Nederland komen of het noorden van Duitsland.”

    Geen eenrichtingsverkeer

    Maar het DNA-materiaal uit Midlum toont volgens Gretzinger ook aan dat migratie geen eenrichtingsverkeer was. ,,Bij deze Friese individuen vinden we gemiddeld meer Britse en Ierse voorouders dan bij personen uit Nedersaksen. Dat geeft aan dat er al vóór en tijdens de Angelsaksische migratie sprake was van sterke contacten en wederzijdse mobiliteit tussen Friesland en Groot-Brittannië. Dat is natuurlijk ook niet zo vreemd, gezien de geografische nabijheid.”

    In de stad Groningen was de bevolking in de vroege middeleeuwen ook al genetisch vrij divers, zegt de Leidse archeoloog en DNA-expert Eveline Altena, die aan de studie heeft meegewerkt. ,,Een mannelijk individu, dat op een opmerkelijke manier begraven is, had een sterke genetische link met noordelijk Scandinavië. Daarnaast is er een vrouw als migrant bestempeld. Zij bleek een sterke genetische affiniteit te hebben met zowel de Britse Eilanden als Spanje.”


    Verschenen op LC.nl op 22 september 2022 en in de papieren krant op 23 september 2022.

  • Loopt het nog wel los met de wolf? ‘Als het zo doorgaat, is er over tien jaar geen schapenhouderij meer over’

    Wolvenaanvallen zijn rondom het Drents-Friese Wold aan de orde van dag. Hoe zien schapenhouders hun toekomst met de wolf? ,,Een groot aantal van hen wordt momenteel te weinig geholpen.”

    Leeuwarder Courant (LC) ★ 3 september 2022

    Het is nu al meer dan een maand lang bijna elke dag raak. Vooral in Zuidwest-Drenthe en de Kop van Overijssel hebben (vermoedelijke) wolvenaanvallen het leven gekost aan tientallen schapen – en daarnaast ook twee kalveren en een pony. Het zorgt voor onrust onder veehouders en bewoners. Met een brandbrief heeft de gemeente Westerveld de Drentse gedeputeerde Henk Jumelet overgehaald om een voorlichtingsavond te organiseren.

    Ondertussen circuleren er de wildste geruchten over wolven in het gebied. Er zou misschien wel meer dan één nestje welpen in Drenthe aanwezig zijn. En de aanvallen op vee zouden nu ineens sterk zijn toegenomen, doordat er in natuurgebieden bijna geen jong wild meer over is om bejaagd te worden door de wolf.

    Maar dat soort verhalen komen niet bekend voor bij de terreinbeherende organisaties Staatsbosbeheer, het Drents Landschap en Natuurmonumenten. Woordvoerder Fred Prak weet over wolvenactiviteiten sowieso niet veel te vertellen. ,,Onze boswachters proberen het leefgebied van de wolf juist vanwege de aanwezige welpen zoveel mogelijk te vermijden. We gaan niet actief op zoek naar sporen van de wolf om de roedel niet te verstoren. Wolven leven daarnaast zo verborgen dat je daar niet zomaar tegenaan loopt.”

    Vijf nachtkralen

    Die terughoudendheid staat wat haaks op de zichtmeldingen die bewoners van de dorpen rondom het Holtingerveld nu bijna dagelijks doen, zoals afgelopen donderdagavond toen een wolf naar verluidt op de N353 bij Havelte bijna werd aangereden. In de gebieden rondom het Drents-Friese Wold worden de laatste tijd ook veel meer reeënresten gevonden, zegt schaapsherder Erika Visser. ,,In terreinen waar minder recreanten komen, struikel je er bijna over.”

    Visser laat haar driehonderd schapen grazen op terreinen van Staatsbosbeheer aan zowel de Friese als aan de Drentse kant. ,,Ik loop gerust met de schapen van de Hoekenbrink naar Aekingerzand.” Meer dan twintig schapen heeft ze aan de wolf verloren, de laatste aanval was in januari. ,,,Daar liep een jonge kuddebeschermingshond bij, die het in haar eentje niet voor elkaar kreeg de wolf tegen te houden.”

    LTO Noord wil spoedoverleg over ‘crisissituatie’

    Belangenorganisaties van veehouders LTO Noord en de Vereniging Gescheperde Schaapskudden Nederland (VGSN) willen zo snel mogelijk om tafel met de provinciebesturen van Friesland en Drenthe over de toegenomen wolvenaanvallen. Ze spreken van een ‘onrustbarende crisissituatie’ voor veehouders in het gebied en vragen zich af ‘wat het antwoord van de overheid hierop is’.

    Beide organisaties participeren in overlegstructuren, zoals de provinciale wolvencommissies en het Landelijk Overleg Wolf. Maar ze stellen dat er nog geen crisisplan bestaat wanneer een situatie uit de hand loopt. ‘De wolven komen sneller dan de resultaten van het overleg’.

    Provincies werken ondertussen aan een herziening van het landelijk wolvenbeleid dat vanaf volgend jaar moet gelden. LTO Noord pleit voor de optie om wolven te kunnen verjagen uit gebieden waar ze veel leed veroorzaken. Maar in de richtlijnen van de conceptversie van het Interprovinciaal Wolvenplan is dat alleen mogelijk in het uiterste geval, wanneer een wolf ook vee achter wolfwerend raster blijft aanvallen of een gevaar vormt voor mensen.

    Intussen heeft ze zwaardere maatregelen getroffen. Met de opbrengst van doneeracties heeft ze er volwassen Italiaanse berghonden bij kunnen nemen en met provinciale subsidie schafte ze verplaatsbare wolfwerende rasters aan. ,,Ik heb in de gebieden van Staatsbosbeheer vijf nachtkralen gebouwd. Die bestaan uit gaas en draden met stroom erop.” Sindsdien heeft ze van de wolf geen last meer gehad.

    Marges zijn klein

    Hemelsbreed zo’n 30 kilometer verderop heeft schapenboer Hermen Been uit Blesdijke zijn 1500 fokooien op meerdere percelen verspreid staan in het Fries-Drents-Overijsselse grensgebied. Ook hij heeft schapen verloren, 8 stuks, bij een wolvenaanval op 13 januari in Nijensleek. Toch heeft Been zijn schapen nog niet achter een wolfwerend raster staan.

    Het probleem zit ‘m vooral in de kosten. De provincies Drenthe en Friesland hebben weliswaar allebei subsidieregelingen voor de aanschaf van wolfwerende rasters, maar het maximumbedrag van 20.000 euro is niet toereikend voor schapenboeren zoals Been met een omvangrijke kudde.

    ,,Wij hebben in het najaar twintig tot dertig percelen in gebruik en de marges zijn klein in de schapenhouderij”, zegt de 36-jarige schapenboer. ,,Het is niet haalbaar als je dan 1,5 of 2 ton moet investeren in wolfwerende rasters. Een subsidie van 20.000 euro is in ons geval kleingeld.”

    Weinig animo voor subsidie wolvenrasters

    Schapen- en geitenhouders in Friesland kunnen sinds dit jaar een beroep doen op de provinciale subsidieregeling ‘Voorkomen schade door wolven’. Materiaalkosten van vaste of verplaatsbare wolfwerende rasters kunnen worden vergoed met een subsidie van maximaal 20.000 euro. Maar tot nu toe heeft de provincie Fryslân slechts drie aanvragen ontvangen en gehonoreerd. In totaal is er 2600 euro verstrekt aan personen met relatief weinig vee.

    Het bureau voor faunazaken BIJ12 is dit jaar meer geld kwijt aan wolvenschade. Voor wolvenaanvallen in de periode tot en met 21 april is in Friesland 21.231 euro aan schadevergoedingen uitgekeerd. Dat is ruim vier keer zoveel als in het hele jaar ervoor, toen er net geen 5000 euro werd uitbetaald.

    De wolvenaanval op 5 april bij boer Roelof Groen in Boijl, waarbij 18 drachtige ooien vanwege verwondingen moesten worden afgemaakt, ontbreekt nog in de balans. De schade wordt hier geraamd op 3000 à 4000 euro.

    De financiële tegemoetkomingen voor wolvenschade zijn overigens maar een fractie van wat er jaarlijks aan faunaschade wordt vergoed. In 2021 keerde BIJ12 in Friesland ruim 11 miljoen euro uit, waarvan het leeuwendeel ging naar boeren met grasschade door ganzenvraat, vooral veroorzaakt door de brandgans (5,3 miljoen euro) en de grauwe gans (2,75 miljoen).

    ,,Ik kan met die subsidie drie percelen afrasteren, maar ik heb ‘s winters tien percelen in het draad staan”, zegt zijn collega Bart Ekkel uit Nijeveen. Voor zijn bedrijf zou hij volgens de offerte van de Duitse leverancier 75.000 euro kwijt zijn aan verplaatsbare rasters. ,,Daarvoor heb ik alleen het materiaal: draad, paaltjes en oprolsysteem. Daar zitten de arbeidskosten nog niet bij.”

    Om die reden is ook voor de Ruinense schapenhouder Erwin Koeling een wolfwerend raster voor zijn circa 2000 schapen geen optie. ,,Ik heb daarvoor minimaal 70.000 euro nodig, dus ik zal een halve ton zelf moeten ophoesten.” Vier keer heeft zijn kudde inmiddels bezoek van de wolf gehad, de laatste aanval was eind augustus. ,,Als er geen verandering komt in hoe het nu gaat, ben ik over vijf jaar geen schapenboer meer.”

    Dieren continu op stal

    Afgelopen week hadden Been en Ekkel een gesprek met de wolvenconsulent die namens de provincies Drenthe en Friesland schapenhouders van advies voorziet. ,,Wij zaten met hem aan tafel en vroegen hem hoe hij onze toekomst ziet. Het kwam erop neer dat als het zo doorgaat, er over tien jaar geen schapenhouderij meer over is. Dat had ik niet verwacht. We hebben dit bedrijf vier jaar geleden gekocht en we kunnen het nog niet lijden om te stoppen.”

    Het schapenbedrijf zal dan vanwege de toenemende wolvenpopulatie meer op een varkenshouderij lijken: steeds intensiever, met dieren die continu op stal staan. Dat toekomstbeeld trekt de jonge schapenboeren niet aan. Volgens Ekkel zouden er meer collega’s wolfwerende maatregelen treffen als niet alleen de materiaalkosten, maar ook de arbeidskosten beter vergoed worden. ,,Dan zal er nog wel een categorie oudere mensen zijn die er vanwege de wolf geen zin meer in heeft en ermee stopt.”

    Been twijfelt nog aan de effectiviteit van de rasters. Bij een collega in Vledder hebben de rasters tot tweemaal toe de wolf niet tegengehouden. ,,Hij had zes draden met stroom om zijn percelen gezet, nog eentje meer dan wat BIJ12 als eis heeft. En de wolf is er toch overheen gegaan.”

    Traumatiserend

    Schaapsherder Visser vindt dat een groot deel van de schapenhouders momenteel te weinig geholpen wordt. ,,Ze hebben meer hulp en begeleiding nodig om maatregelen te nemen en die omslag te maken. Het is in feite niet anders dan bij het stikstofverhaal: je kunt niet van mensen verwachten dat ze van het éne op het andere moment overstappen.”

    Visser is actief bij de Werkgroep Wolf, een landelijk netwerk van schapenhouders die collega’s willen helpen met het treffen van preventieve maatregelen. ,,Ik ben niet tegen de wolf. Het is een roofdier dat alleen maar zijn jachtinstinct volgt als het schapen pakt. Maar de emotie van een schapenhouder ken ik zelf heel goed. Het is traumatiserend om je schapen ‘s ochtends zo zwaar toegetakeld aan te treffen. Maar we moeten ook zorgen dat je je dieren effectief gaat beschermen en daarin moeten mensen zich gesteund voelen.”

    Daarnaast ligt er ook een verantwoordelijkheid bij het natuurbeheer, want wilde zwijnen, damherten en edelherten zijn niet te vinden in het Drents-Friese Wold. ,,Hoe meer wildaanbod er is, des te beter is dat voor de schapenhouders in de omgeving.”


    Verschenen in de LC van 3 september 2022

  • Geen kind op Helgoland dat nog Halunder spreekt

    Dit weekend is Helgoland het podium voor het grote driejaarlijkse culturele treffen van Friezen uit Nederland en Duitsland, het zogeheten Friesendroapen. Maar van de 1300 inwoners beheersen er misschien nog maar zo’n honderd het Halunder, het Friese dialect dat van oudsher op het rotseiland in de Noordzee wordt gesproken. De taal wordt sinds enkele jaren ook niet meer onderwezen op de basisschool op het eiland.

    Leeuwarder Courant (LC) ★ 21 mei 2022

    ‘Ik snakke Halunder’, staat op de sticker naast de voordeur van Eschi Waldemath, die ook de Helgolandse vlag heeft uithangen. ,,Ik ben verankerd met het Halunder”, zegt de 82-jarige Helgolandse. Als kind maakte zij in 1945 de evacuatie mee van de eilandbevolking naar het vasteland.

    Die moest zich uit de voeten maken voor een bombardement van het eiland – toen een marinesteunpunt van de nazi’s –door de Britse luchtmacht. Pas in 1952 kon ze terugkeren naar het eiland. ,,Toen kon ik weer Halunder spreken en zo is het altijd gebleven”, zegt Waldemath.

    Ook Piet Meinhardt, SPD-raadslid op het eiland, is met de taal thuis opgegroeid. ,,Als ik met een collega Halunder praat, heb ik het vaak niet eens door, omdat ik denk in die taal. Het gaat vanzelf. Dat merk je pas als anderen gek naar je staan te kijken.”

    Een handvol sprekers

    Het Friese dialect is overal op wegwijzers en straatnaambordjes zichtbaar, maar het aantal sprekers op het eiland neemt zienderogen af. Meinhardt – een zestiger – schat dat er van zijn naoorlogse generatie nog drie, hooguit vier goede sprekers van het Halunder zijn. ,,In de tijd van mijn ouders en grootouders heeft de taal de gemeenschap bij elkaar gehouden. Maar de samenleving is veranderd. Men bedient nu de toeristen en praat Hoogduits.”

    Hoe minder het werd gesproken, des te meer werd het onderzocht, vooral door de begin dit jaar overleden Zweedse frisist Nils Århammar. ,,Hy gie geregeldwei nei it eilân ta om mei sprekkers fan it Halunder te praten”, herinnert historicus Oebele Vries van de Fryske Akademy zich. ,,Dan kaam er entûsjast werom, want dan hie er wer nije wurden ûntdutsen. It wie in klap foar him doe’t de bêste sprekker dy’t er op it eilân hie, stoarn wie. As wie der in hiel belangryk argyf ferlern gien.”

    Niet meer in onderwezen

    De taal wordt sinds enkele jaren ook niet meer onderwezen op de basisschool op het eiland. De laatste taalonderwijzer ging na 35 jaar met pensioen. Een enquête van de James-Krüss-Schule wijst uit dat onder de huidige 77 leerlingen niemand meer Halunder spreekt. Welgeteld drie ouders en zestien grootouders van leerlingen spreken de taal.

    ,,Ik probeer voortdurend Halunder terug in het onderwijs te krijgen, maar ze zeggen dat er ook moet worden gezongen en een gezond ontbijt moet worden gemaakt”, zegt Waldemath. ,,Maar ook gezond ontbijt kun je in het Halunder maken”, vult Meinhardt aan.

    Directeur Marcus Tandecki van de basisschool toont zich welwillend. ,,De Helgolander cultuur is erg belangrijk voor ons. In de zomer zullen we met de gemeente en docenten kijken hoe we de taal weer kunnen aanbieden op school.”


    Verschenen in de LC van 21 mei 2022

  • Hoe Jorne Langelaan met klipper De Tukker nieuw leven blaast in de zeilende vrachtvaart over de Noordzee

    Bij scheepswerf Talsma in Franeker wordt stevig getimmerd aan zeilschip De Tukker. Schipper Jorne Langelaan wil de 110 jaar oude schoeneraak dit jaar nog in de vaart hebben om producten klimaatneutraal over de Noordzee te vervoeren.

    Leeuwarder Courant (LC) ★ 19 april 2022

    ,,We zitten op een kantelpunt”, zegt schipper, botenbouwer en kunstenaar Jorne Langelaan terwijl hij koffiedrinkt in de bovenkantine van scheepswerf Talsma. ,,De brandstofprijzen schieten omhoog, het kabinet zet hoog in op verduurzaming en bedrijven moeten van de rechter hun CO2-uitstoot terugdringen. Dat had je tien jaar geleden allemaal niet kunnen bedenken.” Hij kijkt naar zijn papieren bekertje. ,,Maar de koffie zal toch uit Colombia moeten komen. Je blijft transport nodig hebben.”

    Het tij zit mee voor de plannen van de Alkmaarse schipper, die al een kwart eeuw actief is in de zeilende handelsvaart. Met zijn duurzame rederij EcoClipper Coöperatie werkt hij aan de bouw van moderne zeilschepen om klimaatneutraal producten over de wereldzeeën te vervoeren. Om te beginnen over de Noordzee, met lijndiensten tussen Nederlandse en Engelse havens. Voor dat doel ligt het 26 meter lange zeilschip De Tukker nu in Franeker op de werf van Talsma.

    Omgebouwd tot charterschip

    De Tukker werd in 1912 gebouwd op de Bodeweswerf in Martenshoek als de Harle Tief, een vrachtschip voor de kustvaart. ,,Precies waar wij hem nu weer voor gaan inzetten”, aldus Langelaan. Het schip werd na jaren van onder zeil varen van een motor voorzien, totdat het in 1978 werd gekocht door de Twentse jeugdzorginstelling Jarabee. De jeugdhulpverleners lieten de klipper ombouwen tot het charterschip De Tukker, waarmee zij jarenlang trainingsprojecten organiseerden om probleemjongeren weer op de rails te krijgen.

    Sinds het schip in 2012 uit de vaart ging, wisselde het nog een paar keer van eigenaar en leek een bestemming als woonschip het meest voor de hand te liggen. Totdat Langelaan werd getipt door de Harlinger schipper Douwe Popma, die in de begintijd van de jeugdzorgprojecten kapitein aan boord van De Tukker is geweest.

    ,,Douwe houdt van dit schip en heeft ons ertoe aangezet om het te kopen. Het is ook een heel mooi, bijna museaal schip. Er zitten veel authentieke details in die goed bewaard zijn gebleven. Dat moet in stand gehouden worden voor de toekomst.”

    Zware staalconstructies

    En zo werd De Tukker begin dit jaar aangekocht door de EcoClipper Coöperatie. Op 1 maart is het schip overgevaren naar de werf van Talsma aan het Van Harinxmakanaal, waar het wordt gerenoveerd wordt met zware staalconstructies. Er komt een dekhuis op met een kombuis en alle rondhouten worden opnieuw opgetuigd.

    ,,Vorige week is alles wat niet meer goed was onder het vrachtruim er rigoureus uitgesneden”, vertelt Langelaan. Nu ligt er al een splinternieuwe stalen bodem in, waar nog een kiel onder komt. ,,Zo’n kiel geeft extra sterkte en zorgt dat het schip stabieler wordt en een groter lateraal oppervlak heeft.”

    De schipper heeft in het verleden meer dan eens zelf boten ontworpen en gebouwd. Zo was hij een van de initiatiefnemers van de bouw van de transatlantische schoenerbrik Tres Hombres, waar hij van 2009 tot 2017 op voer om koffie, cacao en rum uit het Caribisch gebied op te halen. Naar het model van de klipper Noach uit 1857 ontwierp Langelaan de moderne EcoClipper 500, waarvan hij een hele vloot op zee wil brengen.

    Het zeewaardig maken van De Tukker financiert hij ondertussen met het uitgeven van certificaten door zijn rederij. Daarvoor zoekt hij investeerders. ,,Mijn rederij heeft de structuur van een coöperatie, want we willen transparant ondernemen. Op dit moment hebben we 150 leden, die door het kopen van certificaten in de vloot investeren. Sinds het begin van dit jaar is er voor meer dan 1,5 ton geïnvesteerd.”

    Bier, kaas en jenever

    De Tukker wordt geregistreerd als vrachtschip in het vaargebied van de Noordzee, Ierse Zee en Oostzee. De eerste lijndiensten zullen lopen tussen Nederlandse en Engelse havens om lokale specialiteiten duurzaam te transporteren. ,,We varen dan vooral op Londen, dat is een enorme markt. We brengen klassieke Nederlandse producten als bier- en kaassoorten en jenever. En wat ervoor terugkomt uit Engeland is ook weer bier, cider, wolproducten en cosmetica.”

    Er wordt samengewerkt met handelsnetwerken onder zeil als Fair Transport, Raybel Charters en Shipped by Sail. ,,We hebben nu ook al aanvragen uit Portugal om wijn en olijfolie op te halen. En een ladingeigenaar uit Engeland wil producten naar Finland vervoeren.” Behalve vrachten moet De Tukker ook passagiers kunnen overbrengen. ,,Per reis kunnen er twaalf mensen mee de Noordzee over.”

    Langelaan zet alle zeilen bij om het schip zo snel mogelijk in de vaart te hebben. ,,Het liefst willen we in juli tijdens de Tall Ships Races vanuit Harlingen beginnen met varen.”


    Verschenen in de LC van 19 april 2022. De Tukker zeilde voor het eerst op 10 mei 2023 de haven van Amsterdam uit en vaart op lijndiensten over de Noordzee.

  • Het laatste Friese orthodoxe parochiefeest in Hiaure

    Voor het laatst werd zaterdag een liturgie in de Russische traditie gehouden in het terpdorpje Hiaure, ter nagedachtenis aan priester Johan Visser. Het einde van de kleine parochie van de Heilige Liudger valt samen met een grote tweespalt in de orthodoxe wereld over Poetins oorlog.

    Leeuwarder Courant (LC) ★ 28 maart 2022

    Aartspriester Josef Sikora loopt zwaaiend met een wierookvat langs de kerkbankjes en de opgestelde iconen in het kerkje van Hiaure. ,,Heer, ontferm U”, zingt een kleine schare gelovigen. In de hervormde kerk klinken zaterdagochtend litanieën en gezangen in de Russisch-orthodoxe traditie, maar de taal is wisselend Nederlands en Fries. Het Onze Vader wordt door parochianen zelfs in vijf talen opgezegd.

    Een kleine geloofsgemeenschap van Friezen, Roemenen en Bulgaren viert midden in de vastentijd haar allerlaatste parochiefeest, ter nagedachtenis aan priester Johan Visser. Deze timmerman en domineeszoon uit De Westereen was de aanjager van de slechts kort bestaande orthodoxe parochie van de Heilige Liudger. Hij overleed in november onverwachts op 46-jarige leeftijd.

    ,,Johan wilde zo graag kerkvader zijn en had de grootste plannen als hij bleef doorgroeien”, zegt priester Josef. Vanuit zijn parochie in Breda hielp hij Visser in 2020 een eigen parochie op te zetten. ,,Hij zocht overal in Friesland een kerk, maar wilde niet op de klei zitten. En waar zijn we nu?”, vraagt de priester lachend. ,,Toch midden in de klei. Hier een parochie oprichten en ook nog in coronatijd, dat vind ik echt een prestatie. De laatste keer dat hij voorging, had hij vijftien parochianen.”

    Tot kapel omgebouwde schuur

    Met het parochiefeest in Hiaure eindigt ook een geschiedenis van Friese orthodoxe erediensten die in de jaren tachtig begon in Kollumerpomp. Daar bouwde Frans Lucassen een schuur achter zijn woonboerderij aan de Brongersmaweg in 1987 om tot kapel voor Russisch-orthodoxe kerkdiensten. Van zijn priesterwijding in 2009 tot een jaar voor zijn overlijden in 2020 leidde Lucassen de liturgie zelf, met Johan Visser als tweede priester.

    ,,Wij hielden heel erg van traditie en vonden in de orthodoxe kerk terug wat de katholieken hadden afgeschaft”, vertelt weduwe Joke Lucassen-Bos. ,,De rituelen, de iconen en kaarsen. Het opstaan en knielen, en niet lui op een bankje zitten.”

    De gemeenschap groeide tot zo’n dertig, veertig man. Naast Nederlandse gelovigen kerkten er ook gemengd Nederlands-Roemeense gezinnen in Kollumerpomp, waar zij hun kinderen lieten dopen. ,,Totdat ze een eigen Roemeense parochie kregen in Groningen. En Russen die hier in het Noorden wonen, vroegen ons als eerste: komen er ook Russen? Ze waren van harte welkom, maar ze kwamen niet. De liturgie en het geloof is volmaakt hetzelfde, maar wij gebruiken overwegend Nederlands als taal.”

    Friestalige liturgie

    Na het overlijden van Lucassen werd de parochie nieuw leven ingeblazen door Johan Visser in het kerkje van Hiaure. ,,Hij wilde er een echte Friese orthodoxe parochie van maken, met een Friestalige liturgie”, zegt priester Josef. ,,We hebben daarom ook een echte Friese patroonheilige voor de parochie gekozen, de zeilende missionaris Liudger.”

    Tijdens de laatste dienst in Hiaure wordt gebeden voor de ziel van vader Johan, voor alle gelovigen, zieken en gevangenen, voor het Koninklijk Huis en voor vrede in Oekraïne. Maar de naam van de Russische patriarch Kirill ontbreekt in het gebed. ,,We kunnen zijn naam niet meer noemen”, verklaart vader Josef nadien aan de aanwezige parochianen. ,,Het is niet te beschrijven dat hij Poetin steunt en preekt voor de oorlog in Oekraïne. De patriarch kan zijn positie niet meer handhaven.”

    Kerkscheuring

    De oorlog zorgt voor tweespalt onder de ruim dertig Russisch-orthodoxe parochies in Nederland, waarvan een deel onder gezag staat van de patriarch van Moskou en een deel onder die van Constantinopel. In Amsterdam dreigt een kerkscheuring nu de geestelijken willen overstappen van Moskou naar Constantinopel.

    De parochies van Hiaure en Breda vallen onder een zelfstandig aartsbisdom van West-Europese kerken in de Russische traditie, bijgenaamd ‘rue Daru’ naar het adres van de hoofdzetel in Parijs. Dat bisdom heeft in 2019 het gezag van Moskou aanvaard. ,,Maar we zouden nu een heel andere beslissing hebben gemaakt”, aldus Josef.

    In Friesland worden er nu alleen nog vanuit het Russisch-orthodoxe klooster in Hemelum kerkdiensten verzorgd. Maar of de parochianen van Hiaure daar gaan kerken, is maar de vraag. Er wordt hardop getwijfeld, zolang het klooster niet openlijk afstand neemt van de Russische patriarch en Poetins oorlog.


    Verschenen in de LC van 28 maart 2022