• Adoptie-autoriteit vernietigde mogelijk duizenden dossiers in 1999

    Mogelijk duizenden adoptiedossiers zijn in 1999 vernietigd door de overheidsinstelling die juist de rechten van uit het buitenland geadopteerde kinderen moet beschermen. Dat ontdekte de Nederlands-Koreaanse Stephanie Dong-Hee Kim in een zoektocht naar haar eigen adoptiegeschiedenis. De overheid erkent dat dossiers zijn vernietigd, maar weet nog niet hoeveel.

    Algemeen Dagblad (AD.nl) ★ 12 mei 2023

    Bij het ministerie van Justitie waakt de Centrale Autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden (IKA) over de rechten van uit het buitenland geadopteerde kinderen. Het overheidsbureau ontvangt documenten van alle betrokken instanties bij een adoptie, ook uit het land van herkomst. ,,Zij controleren of een adoptie ordentelijk en rechtmatig is verlopen”, vertelt de 43-jarige Stephanie Dong-Hee Kim uit Arnhem.

    Als Koreaanse baby van vier maanden werd zij in 1980 geadopteerd door een Nederlands echtpaar. Twee jaar geleden begon zij te speuren naar alle documenten die rond haar adoptie te vinden zijn. ,,Dat bleek toch iets anders te zijn verlopen dan hoe het op papier stond’’, zegt Kim. Haar zoektocht leidde haar langs twaalf instanties in Nederland en Zuid-Korea, waaronder de Centrale Autoriteit IKA in Den Haag. ,,Zij lieten me uiteindelijk weten dat ze mijn dossier in 1999 hebben vernietigd.’’

    Dat riep bij Kim meteen vragen op. ,,Ik hoorde van andere geadopteerden, die in een ander jaar naar Nederland zijn gekomen, dat hun dossier ook in 1999 is vernietigd. Een van hen kreeg van de Centrale Autoriteit te horen dat er geen adoptiedossiers meer zijn uit die tijd en dat deze allemaal in 1999 zijn vernietigd.’’

    Dat lijkt – zo meent Kim – te wijzen op een vernietiging van misschien wel duizenden dossiers van geadopteerden uit de hele wereld, met informatie die soms niet meer via andere wegen te achterhalen is. Mogelijk is daartoe ook onrechtmatig besloten, stelt Kim. ,,Wet- en regelgeving bepaalde toen al dat dossiers dertig jaar bewaard moesten worden.’’

    Twijfels

    Het ministerie van Justitie laat weten dat er in 1999 een onbekend aantal adoptiedossiers is vernietigd uit de periode tussen 1971 en 1979. ,,De bewaartermijn voor afgeronde adopties was toen vijf jaar’’, zegt woordvoerder Marcel van den Eng. Daar heeft Kim zo haar twijfels over. ,,Mijn dossier is wel eerst 19 jaar bewaard.’’ Ze trok daarom aan de bel bij de Tweede Kamer.

    Ook de Centrale Autoriteit stelt dat er destijds een bewaartermijn van vijf jaar na adoptie gold. Hoeveel dossiers in acht jaar zijn vernietigd is onduidelijk. Ondertussen is de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed een onderzoek begonnen naar de kwestie.

    Inmiddels heeft SP-Kamerlid Michiel van Nispen aan minister voor rechtsbescherming Franc Weerwind om opheldering gevraagd of het vernietigen van de dossiers in lijn was met de toenmalige wetgeving. ,,We weten door het onderzoek van de commissie-Joustra dat de overheid al in de jaren 90 op de hoogte was van kwetsbaarheden en misstanden in adoptieprocedures’’, zegt Van Nispen. ,,Dat maakt het extra onverteerbaar dat complete dossiers zouden zijn vernietigd.’’

    Het onlangs opgerichte expertisecentrum voor interlandelijke adoptie Inea krijgt ook meldingen van geadopteerden dat hun dossier niet meer opvraagbaar of beschikbaar is. ,,Dat is haast niet voor te stellen en erg verdrietig’’, zegt medewerker Karlijn Boddeüs.

    Zoeken

    Pas de laatste jaren zijn instellingen meer doordrongen geraakt van het belang voor geadopteerden van toegang tot afstammingsgegevens. In het Europees Adoptieverdrag van 2012 is nu een bewaartermijn van minstens vijftig jaar opgenomen. ,,Zoeken naar je afkomst en identiteit is niet voorbehouden aan de jeugd of jongvolwassenen, maar duurt vaak juist een leven lang’’, aldus Boddeüs.

    In Zuid-Korea doet een waarheidscommissie momenteel groot onderzoek naar honderden dossiers van geadopteerden die vermoedelijk zonder toestemming van de ouders zijn weggehaald. Zij werden met een vervalste identiteit geadopteerd in Europa en de Verenigde Staten. Daaronder ook 34 gevallen uit Nederland.

    ,,Ik ben wat dat betreft een geluksvogel. Ik heb mijn familie in Zuid-Korea al lang geleden en relatief eenvoudig teruggevonden’’, zegt Kim. Zij werd door haar familie met open armen ontvangen en is haar Koreaanse familienaam Kim weer gaan dragen. ,,Maar voor veel andere geadopteerden die wanhopig op zoek zijn naar informatie over hun achtergrond, blijkt nu cruciale informatie te zijn gewist.’’


    Verschenen in het Algemeen Dagblad van 12 mei 2023

  • Stikstofregels dreigen boer Anco Heida te verdrijven uit broedvogelparadijs De Fûgelhoeke

    Recent is een extra snippertje natuur aangewezen in de Friese Zuidwesthoek om het aanwezige veenmosrietland maximaal te beschermen. Vanwege de eveneens strengere stikstofregels en mestregels komt weidevogelboer Anco Heida uit Koudum nu totaal klem te zitten.

    Algemeen Dagblad (AD.nl) ★ 2 maart 2023

    Al meer dan twintig jaar heeft melkveehouder Anco Heida (56) een bedrijf met 95 koeien bij de Galamadammen, midden in het merengebied van de Friese Zuidwesthoek. In de uitgestrekte weilanden rond zijn boerderij is nu een grote groep ganzen aan het foerageren. Maar ze krijgen binnen enkele dagen gezelschap van de skries, strânljip of tsjirk, zoals grutto, scholekster en tureluur in het Fries heten. De grutto’s ‘vallen’ nu massaal binnen vanuit hun overwinteringsgebieden in Portugal en West-Afrika.

    Heida doet de dagelijkse karweien in z’n eentje en daarbij hoort ook een stuk natuurbeheer. Zo’n 20 procent van zijn landbouwgrond staat de helft van het jaar blank als plasdrasgebied voor weidevogels. De overige gronden gebruikt hij intensiever. ,,De koeien moet ik natuurlijk wel aan het eten houden. Maar als er kieviten of grutto’s neerstrijken, overleg ik met de vogelwacht en laat ik dat land even met rust.’’

    In 2015 begon Heida de weidegang van zijn koeien te combineren met natuurbeheer. Dat betekent meer werk, maar dat krijgt hij vergoed. Zijn melk levert hij aan het zuivelmerk Noordertrots, dat zich speciaal richt op het herstel van de biodiversiteit en de weidevogelstand. En dat heeft zichtbaar succes, vertelt Heida. ,,Ons speerpunt is het aantal grutto’s te laten groeien, maar we telden hier vorig jaar ook dertig kieviten. Dat komt niet alleen door onze manier van werken, je moet ook de vossenstand in toom houden. Als die er zijn, dan wordt er niks groot, want ze vreten alle eieren en kuikentjes op.’’

    Maar de vraag is hoelang boer Heida zelf nog welkom is in dit broedvogelparadijs, want zijn bedrijf ligt pal naast het Natura2000-gebied Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving. Toen het kabinet vorig jaar juni de beruchte stikstofkaart presenteerde, bleek dat de uitstoot hier maar liefst 95 procent omlaag moest. ,,Ik was daar echt goed ziek van, want toen dit Natura2000- gebied werd in 2009, zeiden ambtenaren: het is hier niet stikstofgevoelig, dus het raakt jullie niet. Dat bleek wel anders. Het stikstofkaartje is nu weer van tafel, maar het houdt ons nog steeds bezig.’’

    Plukje bos

    Heida kijkt naar buiten en wijst naar een plukje bos een dikke kilometer verderop. ,,Daar in de buurt ligt wat rietland dat de minister heeft aangemerkt als stikstofgevoelig.’’ Eind vorig jaar is het zogeheten Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden ingegaan. Daarin heeft minister Christianne van der Wal (Stikstof en natuur) twee natuursoorten in het nabijgelegen meertje de Fûgelhoeke – hoogveenbossen en veenmosrietlanden – toegevoegd aan de Natura2000-doelen. Voor het behoud van deze soorten is een zeer lage stikstofnorm nodig. Die wordt fors overschreden en dus moet de stikstofneerslag rondom de Fûgelhoeke worden getoetst.

    Welke impact heeft omstreden wijzigingsbesluit?

    Zo’n 150 habitattypen en 70 diersoorten zijn vorig jaar november toegevoegd aan de instandhoudingsdoelen voor Natura2000- gebieden. Tegen dit Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden zijn meer dan 400 beroepschriften ingediend – door agrarische bedrijven en belangengroepen, maar ook door de provincie Friesland en enkele gemeenten. Zij vrezen grote consequenties, maar volgens minister Van der Wal blijft de impact beperkt. Een uitzondering vormt het merengebied in de Friese Zuidwesthoek, waar de stikstofnorm voor het veenmosrietland fors zou worden overschreden. Hier moet de stikstofneerslag alsnog worden getoetst in een gebied met een straal van 25 kilometer.

    Tegen dat besluit heeft Heida beroep aangetekend, omdat het vrijwel zeker is dat hij hierdoor zijn bedrijfswerkzaamheden moet beperken. ,,Ik kan mijn bedrijf hier niet uitbreiden, als ik dat zou willen. Dat is ook niet heel aantrekkelijk voor overname in de toekomst.’’ Daar komt bij dat het als stikstofgevoelig aangemerkte veenmosrietland maar moeilijk beschermd kan worden. ,,Het land overspoelt geregeld en daar is het veenmos niet tegen bestand’’, zegt Heida. ,,Tien jaar geleden was het anderhalve hectare groot, nu is er nog zo’n 0,4 hectare van over.’’

    Dat stelt ook de provincie Friesland, die eveneens bezwaar heeft tegen het besluit van Van der Wal. Volgens een provinciewoordvoerder heeft de status van het veenmosrietland ‘buitenproportioneel grote gevolgen’. ,,Terwijl de kansen om dat daar in stand te houden niet optimaal zijn. Er zijn betere plekken in de provincie.’’

    Onmogelijk

    Terwijl de beroepschriften nog worden verwerkt door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland dient het volgende probleem zich voor Heida aan: het uitrijden van stalmest moet van de Europese Commissie versneld worden afgebouwd. Opnieuw een vervelende boodschap die minister van Landbouw Piet Adema aan de boeren moet verkopen. ,,Ik benijd hem niet, want hij heeft een onmogelijke taak’’, zegt Heida over zijn vroegere klasgenoot op de mts in Drachten. ,,Adema wil graag toekomstperspectief bieden, maar de overheid kan het niet oplossen. Als je straks een kwart van je omzet moet missen, hoe kun je dat rechtbreien? Niet iedereen kan een zuivelwinkel aan huis beginnen.’’

    Den Haag moet maar eerst de problemen voor PAS-melders zien op te lossen, vindt Heida. Hij is een van de 3300 boeren met een PAS-melding waar de rechter in 2019 ineens een streep doorheen zette. ,,Ik ben nu illegaal en misschien blijk ik straks ook zomaar een piekbelaster. Dat verwacht ik niet, maar alles is zo ingewikkeld en onvoorspelbaar geworden. Waar je jarenlang dag en nacht voor gewerkt hebt, wordt zo onder je voeten vandaan getrokken. En Schiphol kan twaalf boeren uitkopen voor meer stikstofrechten. Is die uitstoot van vliegtuigen dan met twaalf boeren opgelost? Ik weet het niet, maar zo zijn de regels.’’


    Verschenen in het Algemeen Dagblad van 2 maart 2023

  • Fries DNA brengt nieuwe inzichten over vroegmiddeleeuwse migratie naar Engeland

    Hele families verhuisden in de vroege middeleeuwen over de Noordzee. Dat bewijst een grote studie in vakblad Nature naar de Britse genenpoel, mede dankzij DNA-materiaal uit Friese bodem.

    Leeuwarder Courant (LC) ★ 23 september 2022

    Lange tijd konden historici het niet eens worden over de vraag hoe Groot-Brittannië in de vroege middeleeuwen door de Angelsaksen werd bevolkt. Was het een eenmalige invasie van brute Germanen? Of een lange reeks van volksverhuizingen in de vijfde en zesde eeuw na Christus?

    Een nieuwe genetische studie, die woensdag verscheen in het vakblad Nature, geeft daar nu meer inzicht in. Uit analyse van het genetisch materiaal van honderden personen uit vroegmiddeleeuws Engeland en het Europese vasteland blijkt dat de migraties over de Noordzee al veel eerder begonnen dan tot nu toe werd aangenomen.

    Genetisch materiaal uit Midlum

    De Angelsaksische volksverhuizing maakt volgens het onderzoek deel uit van ‘een continue beweging van mensen van over de hele Noordzee naar Groot-Brittannië vanaf de laat-Romeinse tijd tot in de 11de eeuw na Christus’. Vrouwen speelden daarbij een niet minder belangrijke rol dan mannen.

    De studie toont dat driekwart van de bevolking in Oost- en Zuid-Engeland in de vroege middeleeuwen bestond uit migrantenfamilies, afkomstig uit het Noordzeegebied van Noord-Nederland tot aan Denemarken. In de zuidoostpunt van Engeland werd nog een tweede grote herkomstregio gevonden: daar is de genetische match het sterkst met het hedendaagse België, Frankrijk en het westen van Duitsland.

    Voor de studie in Nature – uitgevoerd door een internationaal team van wetenschappers onder leiding van het Duitse Max Planck Instituut – werd onder meer genetisch materiaal geanalyseerd uit de stad Groningen uit de periode tussen 700 en 1100. Ook zijn de genetische gegevens onderzocht van Friese terpbewoners uit de vijfde en zesde eeuw. Dat materiaal werd verzameld tijdens opgravingen van terplagen aan de zuidkant van Midlum in 2016, bij de aanleg van de nieuwe N31 bij Harlingen.

    ,,De gegevens uit Midlum laten zien dat de terpbewoners nauw verwant waren met de bewoners van de Duitse Noordzeekust”, zegt archeoloog en hoofdauteur van het artikel Joscha Gretzinger. ,,Daarom is het moeilijk om te kunnen onderscheiden of de voorouders van Engelse migrantenfamilies uit het noorden van Nederland komen of het noorden van Duitsland.”

    Geen eenrichtingsverkeer

    Maar het DNA-materiaal uit Midlum toont volgens Gretzinger ook aan dat migratie geen eenrichtingsverkeer was. ,,Bij deze Friese individuen vinden we gemiddeld meer Britse en Ierse voorouders dan bij personen uit Nedersaksen. Dat geeft aan dat er al vóór en tijdens de Angelsaksische migratie sprake was van sterke contacten en wederzijdse mobiliteit tussen Friesland en Groot-Brittannië. Dat is natuurlijk ook niet zo vreemd, gezien de geografische nabijheid.”

    In de stad Groningen was de bevolking in de vroege middeleeuwen ook al genetisch vrij divers, zegt de Leidse archeoloog en DNA-expert Eveline Altena, die aan de studie heeft meegewerkt. ,,Een mannelijk individu, dat op een opmerkelijke manier begraven is, had een sterke genetische link met noordelijk Scandinavië. Daarnaast is er een vrouw als migrant bestempeld. Zij bleek een sterke genetische affiniteit te hebben met zowel de Britse Eilanden als Spanje.”


    Verschenen op LC.nl op 22 september 2022 en in de papieren krant op 23 september 2022.

  • Loopt het nog wel los met de wolf? ‘Als het zo doorgaat, is er over tien jaar geen schapenhouderij meer over’

    Wolvenaanvallen zijn rondom het Drents-Friese Wold aan de orde van dag. Hoe zien schapenhouders hun toekomst met de wolf? ,,Een groot aantal van hen wordt momenteel te weinig geholpen.”

    Leeuwarder Courant (LC) ★ 3 september 2022

    Het is nu al meer dan een maand lang bijna elke dag raak. Vooral in Zuidwest-Drenthe en de Kop van Overijssel hebben (vermoedelijke) wolvenaanvallen het leven gekost aan tientallen schapen – en daarnaast ook twee kalveren en een pony. Het zorgt voor onrust onder veehouders en bewoners. Met een brandbrief heeft de gemeente Westerveld de Drentse gedeputeerde Henk Jumelet overgehaald om een voorlichtingsavond te organiseren.

    Ondertussen circuleren er de wildste geruchten over wolven in het gebied. Er zou misschien wel meer dan één nestje welpen in Drenthe aanwezig zijn. En de aanvallen op vee zouden nu ineens sterk zijn toegenomen, doordat er in natuurgebieden bijna geen jong wild meer over is om bejaagd te worden door de wolf.

    Maar dat soort verhalen komen niet bekend voor bij de terreinbeherende organisaties Staatsbosbeheer, het Drents Landschap en Natuurmonumenten. Woordvoerder Fred Prak weet over wolvenactiviteiten sowieso niet veel te vertellen. ,,Onze boswachters proberen het leefgebied van de wolf juist vanwege de aanwezige welpen zoveel mogelijk te vermijden. We gaan niet actief op zoek naar sporen van de wolf om de roedel niet te verstoren. Wolven leven daarnaast zo verborgen dat je daar niet zomaar tegenaan loopt.”

    Vijf nachtkralen

    Die terughoudendheid staat wat haaks op de zichtmeldingen die bewoners van de dorpen rondom het Holtingerveld nu bijna dagelijks doen, zoals afgelopen donderdagavond toen een wolf naar verluidt op de N353 bij Havelte bijna werd aangereden. In de gebieden rondom het Drents-Friese Wold worden de laatste tijd ook veel meer reeënresten gevonden, zegt schaapsherder Erika Visser. ,,In terreinen waar minder recreanten komen, struikel je er bijna over.”

    Visser laat haar driehonderd schapen grazen op terreinen van Staatsbosbeheer aan zowel de Friese als aan de Drentse kant. ,,Ik loop gerust met de schapen van de Hoekenbrink naar Aekingerzand.” Meer dan twintig schapen heeft ze aan de wolf verloren, de laatste aanval was in januari. ,,,Daar liep een jonge kuddebeschermingshond bij, die het in haar eentje niet voor elkaar kreeg de wolf tegen te houden.”

    LTO Noord wil spoedoverleg over ‘crisissituatie’

    Belangenorganisaties van veehouders LTO Noord en de Vereniging Gescheperde Schaapskudden Nederland (VGSN) willen zo snel mogelijk om tafel met de provinciebesturen van Friesland en Drenthe over de toegenomen wolvenaanvallen. Ze spreken van een ‘onrustbarende crisissituatie’ voor veehouders in het gebied en vragen zich af ‘wat het antwoord van de overheid hierop is’.

    Beide organisaties participeren in overlegstructuren, zoals de provinciale wolvencommissies en het Landelijk Overleg Wolf. Maar ze stellen dat er nog geen crisisplan bestaat wanneer een situatie uit de hand loopt. ‘De wolven komen sneller dan de resultaten van het overleg’.

    Provincies werken ondertussen aan een herziening van het landelijk wolvenbeleid dat vanaf volgend jaar moet gelden. LTO Noord pleit voor de optie om wolven te kunnen verjagen uit gebieden waar ze veel leed veroorzaken. Maar in de richtlijnen van de conceptversie van het Interprovinciaal Wolvenplan is dat alleen mogelijk in het uiterste geval, wanneer een wolf ook vee achter wolfwerend raster blijft aanvallen of een gevaar vormt voor mensen.

    Intussen heeft ze zwaardere maatregelen getroffen. Met de opbrengst van doneeracties heeft ze er volwassen Italiaanse berghonden bij kunnen nemen en met provinciale subsidie schafte ze verplaatsbare wolfwerende rasters aan. ,,Ik heb in de gebieden van Staatsbosbeheer vijf nachtkralen gebouwd. Die bestaan uit gaas en draden met stroom erop.” Sindsdien heeft ze van de wolf geen last meer gehad.

    Marges zijn klein

    Hemelsbreed zo’n 30 kilometer verderop heeft schapenboer Hermen Been uit Blesdijke zijn 1500 fokooien op meerdere percelen verspreid staan in het Fries-Drents-Overijsselse grensgebied. Ook hij heeft schapen verloren, 8 stuks, bij een wolvenaanval op 13 januari in Nijensleek. Toch heeft Been zijn schapen nog niet achter een wolfwerend raster staan.

    Het probleem zit ‘m vooral in de kosten. De provincies Drenthe en Friesland hebben weliswaar allebei subsidieregelingen voor de aanschaf van wolfwerende rasters, maar het maximumbedrag van 20.000 euro is niet toereikend voor schapenboeren zoals Been met een omvangrijke kudde.

    ,,Wij hebben in het najaar twintig tot dertig percelen in gebruik en de marges zijn klein in de schapenhouderij”, zegt de 36-jarige schapenboer. ,,Het is niet haalbaar als je dan 1,5 of 2 ton moet investeren in wolfwerende rasters. Een subsidie van 20.000 euro is in ons geval kleingeld.”

    Weinig animo voor subsidie wolvenrasters

    Schapen- en geitenhouders in Friesland kunnen sinds dit jaar een beroep doen op de provinciale subsidieregeling ‘Voorkomen schade door wolven’. Materiaalkosten van vaste of verplaatsbare wolfwerende rasters kunnen worden vergoed met een subsidie van maximaal 20.000 euro. Maar tot nu toe heeft de provincie Fryslân slechts drie aanvragen ontvangen en gehonoreerd. In totaal is er 2600 euro verstrekt aan personen met relatief weinig vee.

    Het bureau voor faunazaken BIJ12 is dit jaar meer geld kwijt aan wolvenschade. Voor wolvenaanvallen in de periode tot en met 21 april is in Friesland 21.231 euro aan schadevergoedingen uitgekeerd. Dat is ruim vier keer zoveel als in het hele jaar ervoor, toen er net geen 5000 euro werd uitbetaald.

    De wolvenaanval op 5 april bij boer Roelof Groen in Boijl, waarbij 18 drachtige ooien vanwege verwondingen moesten worden afgemaakt, ontbreekt nog in de balans. De schade wordt hier geraamd op 3000 à 4000 euro.

    De financiële tegemoetkomingen voor wolvenschade zijn overigens maar een fractie van wat er jaarlijks aan faunaschade wordt vergoed. In 2021 keerde BIJ12 in Friesland ruim 11 miljoen euro uit, waarvan het leeuwendeel ging naar boeren met grasschade door ganzenvraat, vooral veroorzaakt door de brandgans (5,3 miljoen euro) en de grauwe gans (2,75 miljoen).

    ,,Ik kan met die subsidie drie percelen afrasteren, maar ik heb ‘s winters tien percelen in het draad staan”, zegt zijn collega Bart Ekkel uit Nijeveen. Voor zijn bedrijf zou hij volgens de offerte van de Duitse leverancier 75.000 euro kwijt zijn aan verplaatsbare rasters. ,,Daarvoor heb ik alleen het materiaal: draad, paaltjes en oprolsysteem. Daar zitten de arbeidskosten nog niet bij.”

    Om die reden is ook voor de Ruinense schapenhouder Erwin Koeling een wolfwerend raster voor zijn circa 2000 schapen geen optie. ,,Ik heb daarvoor minimaal 70.000 euro nodig, dus ik zal een halve ton zelf moeten ophoesten.” Vier keer heeft zijn kudde inmiddels bezoek van de wolf gehad, de laatste aanval was eind augustus. ,,Als er geen verandering komt in hoe het nu gaat, ben ik over vijf jaar geen schapenboer meer.”

    Dieren continu op stal

    Afgelopen week hadden Been en Ekkel een gesprek met de wolvenconsulent die namens de provincies Drenthe en Friesland schapenhouders van advies voorziet. ,,Wij zaten met hem aan tafel en vroegen hem hoe hij onze toekomst ziet. Het kwam erop neer dat als het zo doorgaat, er over tien jaar geen schapenhouderij meer over is. Dat had ik niet verwacht. We hebben dit bedrijf vier jaar geleden gekocht en we kunnen het nog niet lijden om te stoppen.”

    Het schapenbedrijf zal dan vanwege de toenemende wolvenpopulatie meer op een varkenshouderij lijken: steeds intensiever, met dieren die continu op stal staan. Dat toekomstbeeld trekt de jonge schapenboeren niet aan. Volgens Ekkel zouden er meer collega’s wolfwerende maatregelen treffen als niet alleen de materiaalkosten, maar ook de arbeidskosten beter vergoed worden. ,,Dan zal er nog wel een categorie oudere mensen zijn die er vanwege de wolf geen zin meer in heeft en ermee stopt.”

    Been twijfelt nog aan de effectiviteit van de rasters. Bij een collega in Vledder hebben de rasters tot tweemaal toe de wolf niet tegengehouden. ,,Hij had zes draden met stroom om zijn percelen gezet, nog eentje meer dan wat BIJ12 als eis heeft. En de wolf is er toch overheen gegaan.”

    Traumatiserend

    Schaapsherder Visser vindt dat een groot deel van de schapenhouders momenteel te weinig geholpen wordt. ,,Ze hebben meer hulp en begeleiding nodig om maatregelen te nemen en die omslag te maken. Het is in feite niet anders dan bij het stikstofverhaal: je kunt niet van mensen verwachten dat ze van het éne op het andere moment overstappen.”

    Visser is actief bij de Werkgroep Wolf, een landelijk netwerk van schapenhouders die collega’s willen helpen met het treffen van preventieve maatregelen. ,,Ik ben niet tegen de wolf. Het is een roofdier dat alleen maar zijn jachtinstinct volgt als het schapen pakt. Maar de emotie van een schapenhouder ken ik zelf heel goed. Het is traumatiserend om je schapen ‘s ochtends zo zwaar toegetakeld aan te treffen. Maar we moeten ook zorgen dat je je dieren effectief gaat beschermen en daarin moeten mensen zich gesteund voelen.”

    Daarnaast ligt er ook een verantwoordelijkheid bij het natuurbeheer, want wilde zwijnen, damherten en edelherten zijn niet te vinden in het Drents-Friese Wold. ,,Hoe meer wildaanbod er is, des te beter is dat voor de schapenhouders in de omgeving.”


    Verschenen in de LC van 3 september 2022

  • Geen kind op Helgoland dat nog Halunder spreekt

    Dit weekend is Helgoland het podium voor het grote driejaarlijkse culturele treffen van Friezen uit Nederland en Duitsland, het zogeheten Friesendroapen. Maar van de 1300 inwoners beheersen er misschien nog maar zo’n honderd het Halunder, het Friese dialect dat van oudsher op het rotseiland in de Noordzee wordt gesproken. De taal wordt sinds enkele jaren ook niet meer onderwezen op de basisschool op het eiland.

    Leeuwarder Courant (LC) ★ 21 mei 2022

    ‘Ik snakke Halunder’, staat op de sticker naast de voordeur van Eschi Waldemath, die ook de Helgolandse vlag heeft uithangen. ,,Ik ben verankerd met het Halunder”, zegt de 82-jarige Helgolandse. Als kind maakte zij in 1945 de evacuatie mee van de eilandbevolking naar het vasteland.

    Die moest zich uit de voeten maken voor een bombardement van het eiland – toen een marinesteunpunt van de nazi’s –door de Britse luchtmacht. Pas in 1952 kon ze terugkeren naar het eiland. ,,Toen kon ik weer Halunder spreken en zo is het altijd gebleven”, zegt Waldemath.

    Ook Piet Meinhardt, SPD-raadslid op het eiland, is met de taal thuis opgegroeid. ,,Als ik met een collega Halunder praat, heb ik het vaak niet eens door, omdat ik denk in die taal. Het gaat vanzelf. Dat merk je pas als anderen gek naar je staan te kijken.”

    Een handvol sprekers

    Het Friese dialect is overal op wegwijzers en straatnaambordjes zichtbaar, maar het aantal sprekers op het eiland neemt zienderogen af. Meinhardt – een zestiger – schat dat er van zijn naoorlogse generatie nog drie, hooguit vier goede sprekers van het Halunder zijn. ,,In de tijd van mijn ouders en grootouders heeft de taal de gemeenschap bij elkaar gehouden. Maar de samenleving is veranderd. Men bedient nu de toeristen en praat Hoogduits.”

    Hoe minder het werd gesproken, des te meer werd het onderzocht, vooral door de begin dit jaar overleden Zweedse frisist Nils Århammar. ,,Hy gie geregeldwei nei it eilân ta om mei sprekkers fan it Halunder te praten”, herinnert historicus Oebele Vries van de Fryske Akademy zich. ,,Dan kaam er entûsjast werom, want dan hie er wer nije wurden ûntdutsen. It wie in klap foar him doe’t de bêste sprekker dy’t er op it eilân hie, stoarn wie. As wie der in hiel belangryk argyf ferlern gien.”

    Niet meer in onderwezen

    De taal wordt sinds enkele jaren ook niet meer onderwezen op de basisschool op het eiland. De laatste taalonderwijzer ging na 35 jaar met pensioen. Een enquête van de James-Krüss-Schule wijst uit dat onder de huidige 77 leerlingen niemand meer Halunder spreekt. Welgeteld drie ouders en zestien grootouders van leerlingen spreken de taal.

    ,,Ik probeer voortdurend Halunder terug in het onderwijs te krijgen, maar ze zeggen dat er ook moet worden gezongen en een gezond ontbijt moet worden gemaakt”, zegt Waldemath. ,,Maar ook gezond ontbijt kun je in het Halunder maken”, vult Meinhardt aan.

    Directeur Marcus Tandecki van de basisschool toont zich welwillend. ,,De Helgolander cultuur is erg belangrijk voor ons. In de zomer zullen we met de gemeente en docenten kijken hoe we de taal weer kunnen aanbieden op school.”


    Verschenen in de LC van 21 mei 2022