• Indianenverhalen: kun je geschiedschrijven zonder schrift?

    Wetenschappers zijn de laatste jaren serieuzer gaan kijken naar de mondelinge overleveringen van inheemse culturen over de hele wereld. Ook al kenden zij geen schrift, toch wisten zij zeer complexe kennis duizenden jaren te bewaren met verfijnde geheugentechnieken.

    Quest Historie ★ 03/2019

    Aan de rand van de Indische Oceaan, op zo’n vijftien kilometer uit de zuidwestkust van Australië, steken twee flinke rotsen uit zee. Over hoe die rotsen zijn ontstaan, vertellen de oorspronkelijke bewoners, de Aboriginals, een legende. Die gaat als volgt: in vroeger tijden was er een grote vlakte die zich uitstrekte tot de plek waar nu die rotsen liggen. Op een dag gingen daar twee vrouwen naar wortels graven, toen zij ineens een vloedgolf op zich zagen afkomen. Ze vluchtten naar hoger gelegen gronden, maar konden niet hard genoeg rennen, want de ene vrouw was hoogzwanger en de andere vrouw droeg een hond met zich mee. De zee overweldigde hen en veranderde hen in deze rotsen. Als je goed kijkt, kun je hierin nog steeds de zwangere vrouw en de vrouw met de hond herkennen.

    Duizenden jaren geleden

    Volgens de Australische geograaf Patrick Nunn van de University of the Sunshine Coast is het meer dan een gewone legende die de aparte vorm van de rotsen verklaart. Want de zestig meter diepe zee tussen de rotsen en het vasteland was lang geleden inderdaad een vlakte. Geologische berekeningen laten zien dat dit land onder is gelopen na een abrupte stijging van de zeespiegel, zo’n 12.000 jaar geleden. Nunn vergeleek tientallen Aboriginalverhalen met nieuwe inzichten uit onderzoek rond de Australische kust door een team van aardwetenschappers.

    Zo zeggen de Aboriginals in Arnhemland, in Noord-Australië, dat hun voorouders woonden in wat nu de Golf van Carpentaria is, een ondiepe zee die zo’n 7500 jaar geleden onder water is gelopen. In zijn boek The Edge of Memory (2018) stelt Nunn dat de verhalen waarschijnlijk slaan op gebeurtenissen die volgden op de laatste ijstijd, toen de ijskappen smolten en de zeespiegel meters steeg. De Aboriginals, die in het verleden geen schrift kenden, hebben dus verhalen met een historische kern van waarheid honderden generaties lang doorverteld.

    Reuzen als voorouders

    Aan het andere uiteinde van de wereld kwam de Deense evolutiebioloog Eske Willerslev van Københavns Universitet tot een soortgelijk inzicht als Nunn. In het noordoosten van Canada zijn er Eskimo- of Inuitlegendes over een verdwenen volk van sterke reuzen, de Tuniit. Een Tuniit-jager kon met gemak een walrus vangen en op zijn rug naar huis dragen. Hij was ook mensenschuw en ging geweld uit de weg. Uiteindelijk verdween hij uit het land van de Inuit.

    Willerslevs onderzoek in 2014 naar de genetische prehistorie van het poolgebied wees op de mogelijke wortels van deze mondelinge overlevering. 4000 jaar heeft de zogenoemde Dorsetcultuur, de Tuniit uit de legendes, het uitgehouden in het Canadese poolgebied, totdat de moderne Inuit in de loop van de Middeleeuwen in het gebied verschenen. DNA-onderzoek laat zien dat beide groepen zich nooit met elkaar vermengd hebben.

    Hoe kan het dat mensen verhalen kunnen navertellen over gebeurtenissen die zich soms wel duizenden jaren geleden hebben afgespeeld? Voor de moderne mens, die gewend is om alles wat onthouden moet worden op te schrijven, is dat zo goed als ondenkbaar.

    Nuttige kennis

    Schriftloze culturen hebben hun kennis en geschiedenis verankerd in liederen, dansen en verhalen. Niet alleen memorabele gebeurtenissen, maar ook alledaagse praktische kennis over wat eetbaar is en wat niet, hoe dieren zich gedragen, hoe je planten als medicijn kunt gebruiken, wie er recht heeft op welke grond en hoe je op reis over land of zee de richting bepaalt.

    Scherpe sterrenkijkers

    Australische Aboriginals zijn oplettende hemeltuurders. Uit hun mondelinge tradities valt een grote hoeveelheid astronomische kennis op te maken. Zo kennen zij de veranderende helderheid van de rode ster Betelgeuze in het sterrenbeeld Orion. Die veranderlijke helderheid werd in de westerse wetenschap pas voor het eerst opgemerkt door de Britse astronoom John Herschel in 1836, maar speelt een grote rol in de eeuwenoude mythologie van de Aboriginals uit de Great Victoria Desert.

    Hierin is Orion de krijger Nyeeruna, die magisch vuur opwekt in zijn rechterhand (Betelgeuze) om toegang te krijgen tot de zeven Yugarilya-zusters (de sterrengroep Plejaden). Hij wordt gehinderd door de oudste zuster Kambugudha (Hyades), die zand in zijn gezicht schopt en hem zo vernedert dat zijn magisch vuur afzwakt. Dit wordt in de mondelinge traditie als een cyclisch proces voorgesteld, waarbij de rechterhand van Nyeeruna steeds oplicht en vervaagt.

    Opvallend is de overeenkomst met een verhaal uit de Griekse mythologie, waarin de Plejaden zeven zusters zijn die door de jager Orion het hof worden gemaakt. Hoe het komt dat de Grieken en Aboriginals dezelfde sterrenbeelden zagen, en waarom hun verhalen zo sterk overeenkomen, is vooralsnog een raadsel.

    Voor een gemeenschap was het zo nauwkeurig mogelijk opslaan en voordragen van deze kennis van levensbelang. Die verantwoordelijkheid lag vaak bij zogenoemde kennisbewaarders. Zij vertelden avond na avond met gevoel voor drama verhalen rond het kampvuur. Ze waren wandelende bibliotheken die uit nieuwe generaties hun opvolgers opleidden.

    Stenen, kralen en schelpen

    Kennisbewaarders gebruikten verschillende geheugentechnische hulpmiddelen. Stamoudsten van de Aboriginals hanteren als geheugensteun bij het voordragen de tjuringa, een ovalen steen vol abstracte motieven. De Luba, een Congolees volk dat tot de Belgische kolonisatie een eigen koninkrijk had, kenden een speciale elitegroep die de historische en mythische verhalen voordroeg, en kennis overbracht over jachttechnieken, smeedkunst, astronomie, goden en voorouderlijke ceremonies. Dit gebeurde tijdens speciale ceremonies. Hierbij maakten de vertellers gebruik van een met kralen, schelpen en houtsnijwerk gedecoreerd houten geheugenbord, een zogeheten lukasa.

    Verreweg de meest effectieve geheugentechniek die wereldwijd wordt gebruikt, is het zogeheten ‘geheugenpaleis’. Daarbij wordt kennis gelinkt. aan herkenningspunten op een route in een landschap, op straat of in een gebouw Onder meer de Oud-Griekse en Romeinse redenaars gebruikten deze techniek, ook wel de ‘loci-methode’ genoemd, om zich verhalen te kunnen herinneren.

    De uitvinding hiervan wordt vaak toegeschreven aan de dichter Simonides van Keos, die in de zesde eeuw voor Christus leefde. Maar volgens de Australische communicatiewetenschapper Lyne Kelly is hij alleen maar de eerste die erover schreef. Geheugenpaleizen werden al lang voor de uitvinding van het schrift gebruikt door culturen overal ter wereld. haar boek The Memory Code (2016) geeft talloze voorbeelden uit inheemse en prehistorische culturen.

    Een aparte kamer voor iedere herinnering

    Culturen overal ter wereld kennen de loci-methode, waarbij je locaties gebruikt om dingen te onthouden. Niet zo gek, want dat de methode zo goed werkt heeft een neurowetenschappelijke verklaring. Het geheugen en het ruimtelijk bewustzijn zijn namelijk met elkaar verweven in de hippocampus. Dit deel van het brein helpt ons om onze plaats in een ruimte te bepalen, en om nieuwe herinneringen op te slaan.

    Uit recent onderzoek van het Nobelprijswinnende echtpaar Edvard en May-Britt Moser blijkt dat ons brein het vermogen heeft om voor elke herinnering een aparte ‘kamer’ aan te maken in de hippocampus. Dat zorgt ervoor dat we herinneringen uit elkaar kunnen houden, ook als die erg op elkaar lijken.

    Aboriginals kennen de loci-methode als de ‘gezongen lijnen’ en ‘droomsporen’, waarbij zij voor elke locatie een lied, een verhaal of een ceremonie hebben die puur met die specifieke plaats is verbonden. De Yanyuwa in het noorden van Australië hebben een verzameling van gezongen verhalen op een route van meer dan 800 kilometer. De reusachtige knaloranje rotsformatie Uluru in het hart van Australië dient als een geheugensteun voor de mythes van de Anangu.

    Stonehenge is geheugensteun

    Ook steencirkels zoals het complex bij Stonehenge moeten volgens Kelly zo’n functie als geheugenpaleis hebben gehad. ‘Stonehenge is gebouwd door een landbouwend volk dat 4000 jaar terug zijn eigen kennissysteem naar de Britse eilanden meebracht’, legt zij uit. ‘De oorspronkelijke bewoners met wie de megalietenbouwers zich vermengden waren jagers-verzamelaars, die het landschap dat zij door en door kenden als geheugenpaleis gebruikten. In die overgang van mobiele jagerscultuur naar landbouwcultuur op vaste grond zie je over de hele wereld ineens steencirkels gebouwd worden.’ Die vervingen het landschap als de plek die de kennisbewaarders van die tijd gebruikten om belangrijke zaken te onthouden en uit te wisselen, aldus Kelly.

    Die kennis is inmiddels nauwelijks meer te achterhalen, maar zal ook toen verpakt zijn in verhalen en liederen met mensen in de hoofdrol. ‘Wat we als onderzoekers onderschat hebben, is de waarde van het toevoegen van personages aan verhalen’, zegt Kelly. ‘Een relaas met levendige figuranten is veel makkelijker te onthouden dan een opsomming van feiten.’

    Zo hebben bijzondere personages zoals de verlegen Tuniit uit het Inuitverhaal, of de in rotsen veranderde vrouwen uit het Aboriginalverhaal, ervoor gezorgd dat oeroude verhalen zijn blijven hangen en vele generaties werden doorverteld.

    Getuigen van een ramp

    Een bijzondere mythe die in 1865 werd opgetekend bij de Klamath-indianen in de Amerikaanse staat Oregon verklaart waarom zij grote eerbied hebben voor het bergmeer Crater Lake. Lang geleden wilde de god van de onderwereld Llao de knappe dochter van het Klamath-stamhoofd tot zijn vrouw nemen, maar zij weigerde met hem mee te gaan.

    Woest door de afwijzing zwoer Llao de Klamath te vernietigen met de vloek van het vuur. Vanuit zijn berg liet Llao roodgloeiende rotsen door de lucht vliegen en brandende as regenen. Verschrikt vluchtten de mensen weg. Maar zij werden gered door Skell, de god van de bovenwereld, die Llao terugdreef naar de onderwereld en de berg bovenop hem liet instorten. Er zouden nog vele jaren met regen volgen, die het gat van de ingestorte berg met water vulde.

    Ontdaan van al zijn bovennatuurlijke elementen is het een vrij accurate beschrijving van het uitbarsten en ineenstorten van vulkaan Mazama en het bijna 600 meter diepe Crater Lake dat hieruit is ontstaan. Het lijkt er sterk op dat de Klamath-indianen, die al zeker 10.000 jaar in hetzelfde gebied wonen, ooggetuigen zijn geweest van een gebeurtenis die zo’n 7600 jaar geleden plaatsvond. Het moet volgens geologen van nu een van de zwaarste vulkaanerupties uit de afgelopen 10.000 jaar zijn geweest.


    Verschenen in het populairwetenschappelijke tijdschrift Quest Historie, nr. 3 van 2019. Download hier als pdf. Quest Historie ging als titel ter ziele eind 2022.

  • Hoe Oera Linda een internetfabel schiep

    Een Australische vrouwensekte zou zich volledig wijden aan een leven volgens het Oera Linda-boek. Het blijkt een al even schimmig misverstand als het boek zelf.

    Leeuwarder Courant ★ 28 december 2018

    Ze dragen korte witte jurkjes, onthouden zich van vlees, seks en drank, en maken dagelijks zes uur lang kniebuigingen voor de godin Freya. Ergens in Australië zouden de Daughters of Frya, een sekte van jonge vrouwen, zich volledig wijden aan de wetten van het Oera Linda-boek. Zo luidt tenminste het verhaal dat onlangs nog werd herhaald door Bert Looper van Tresoar. ,,It makket net út oft it winter is of simmer, dy wite pakjes moatte se altyd oan’’, zo legde hij uit in een televisiecollege op Omrop Fryslân.

    Looper ontleende het verhaal aan hoogleraar Friese taal- en letterkunde Goffe Jensma, die voor het eerst melding maakte van het bestaan van zo’n vrouwensekte in zijn studies over het Oera Linda-boek. Dit mysterieuze manuscript werd lange tijd aangezien voor een authentieke overlevering van een prehistorisch Fries Atlantis, waar priesteressen een belangrijke rol vervulden. In zijn dissertatie De gemaskerde god (2004) toonde Jensma minutieus aan dat het boek een negentiende-eeuwse vervalsing is, die hij toeschrijft aan predikant en dichter François Haverschmidt (1835-1894), ook bekend onder het pseudoniem Piet Paaltjens.

    Het manuscript wordt nog steeds door enkelingen in esoterische kringen voor waar aangenomen. Er zou zelfs in de buurt van Sydney een succesvolle Oera Linda-sekte bestaan volgens Jensma, die zich baseerde op een inmiddels verdwenen website. Ook zou het mogelijk de voortzetting zijn van een jeugdbeweging uit de naziperiode, maar dat lijkt toch vooral de fantasie te zijn van Tony Steele, een 54-jarige Britse auteur van boeken over hekserij. Op esoterische en extreemrechtse webfora probeert hij al jarenlang volgelingen te werven. Daar is hij echter al meer dan eens ontmaskerd als het brein achter websites van zelfverzonnen sektes onder telkens weer andere namen.

    De afbeeldingen van de in witte jurkjes gestoken Daughters of Frya bleken in werkelijkheid van een vrouwentennisteam te zijn. Ook werd er gespeculeerd over Steeles motieven om maagdelijke jonge vrouwen te rekruteren voor zijn ‘trainingsgroep’ van priesteressen.

    De website van de Australische Daughters of Frya verdween in 2005 van internet, maar dook daarna weer op als een leefgemeenschap op Texel, het eiland dat een grote rol speelt in het Oera Linda-boek. Ook de Texelse Daughters of Frya werden al snel ontraadseld, waarna Steele andermaal nieuwe sektes introduceerde, zoals de Famna en sinds enkele jaren de Order of Frisian Priestesses. Op de huidige website staan behalve teksten uit het Oera Linda-boek ook verwijzingen naar occulte ideeën van nazi-ideologen Karl Maria Wiligut en Herman Wirth, die destijds in de echtheid van het boek geloofden.

    Steele meldt in een e-mail aan deze krant wereldwijd over 105 Friese priesteressen te beschikken, maar wil er verder niet veel over kwijt. Ook over de eerdere Daughters of Frya zwijgt hij liever. ,,Anders zou ik hun vertrouwen beschamen en zaken oprakelen die beter in het verleden kunnen blijven.’’

    ,,Steele is een tamelijk marginaal figuur in de Britse heidense scene’’, zegt religiewetenschapper Ethan Doyle White van University College London. Al in de jaren tachtig verspreidde Steele onder de naam Ordo Anno Mundi ideeën die zijn geïnspireerd door het Oera Linda-boek. Dat hoeft niet per se bedrog te zijn, zegt de religiewetenschapper. ,,Er is nog steeds een minderheid die zijn eigen geloof beschouwt als echt overblijfsel uit de voorchristelijke periode, ondanks de vele bewijzen van het tegendeel.’’

    In en rond zijn woonplaats Birmingham organiseert Steele met regelmaat kleine samenkomsten met een handjevol geestverwanten, soms met een heidense priesteres rond een kampvuur, en soms in een pub. Het is onwaarschijnlijk dat hij een grote internationale sekte van priesteressen leidt, meent Doyle White. ,,Het zal best kunnen dat hij via zijn boeken en websites sympathisanten heeft aangetrokken. Maar het is niet ongewoon dat esoterische groepen zich groter doen lijken dan ze eigenlijk zijn, om buitenstaanders te imponeren.’’

    Steele runt ook een aantal bizarre nationalistische websites. Zo ijvert de Frisian Alliance voor een onafhankelijk heidens Friesland, waarin het rechterlijke ambt wordt bekleed door de Orde van Friese priesteres- sen. Hetzelfde ideaalbeeld streeft hij voor Engeland na met een ‘soeverein Mercia’. Inmiddels staat er geen vrouwentennisteam model, maar plaatjes van het in witte rokjes gestoken dameselftal van het Udense FC De Rakt.

    ,,It is bêst plausibel dat al dy inisjativen fan ien man komme’’, reageert hoogleraar Jensma, maar toch wil hij het tegendeel niet uitsluiten. ,,Fan Herman Wirth bygelyks is bekend dat er ek feesten organisearre mei jonge famkes mei blond hier en blauwe eagen.’’

    Op het midwinterfeest, een week geleden, had Steele een zelfvoorzienende Oera Linda-commune willen stichten in de heuvels van Malvern Hills, maar door een gebrek aan aanmeldingen moest hij daar toch maar van afzien. ,,Ik heb besloten te wachten totdat we meer vrijwilligers hebben.’’

  • Genderstudies om de tuin geleid met nepartikelen

    Heteroseksuele mannen zijn misschien wel minder ‘homofoob en anti-feministisch’ als ze anale speeltjes gebruiken. Plekken om je hond uit te laten zouden een ‘verkrachtingscultuur’ voor viervoeters in stand houden. Wetenschappelijke artikelen met die strekking werden gepubliceerd door bloedserieuze wetenschappelijke tijdschriften, die nu in verlegenheid zijn gebracht na de onthulling dat het onzinstudies betreffen.

    De Volkskrant ★ 5 oktober 2018

    Drie Amerikaanse wetenschappers schreven de nepartikelen om bloot te leggen hoe het publicatiesysteem werkt in sociaal-wetenschappelijke vakgebieden als genderstudies, queer theory en postkolonialisme. Die vakgebieden doen onderzoek naar de onderdrukking en uitsluiting van groepen op basis van geslacht, huidskleur of identiteit en kunnen een activistische inslag hebben. Volgens het drietal krijgt hierdoor ideologisch bevooroordeeld en wetenschappelijk ongefundeerd onderzoek voorrang in de vaktijdschriften.

    Zo werd het academisch tijdschrift Affilia: Journal of Women and Social Work flink in de maling genomen door de drie auteurs, die delen uit Adolf Hitlers Mein Kampf herschreven in ‘intersectioneel feministisch’ jargon. Het artikel kwam positief door de kwaliteitsbeoordeling van de redacteuren, die bovendien vonden dat het een belangrijke discussie onder maatschappelijk werkers en onderzoekers kan genereren.

    Filosoof Peter Boghossian, wiskundige James A. Lindsay en mediëvist Helen Pluckrose dienden in tien maanden tijd twintig onzinstudies onder valse namen in bij goed aangeschreven vaktijdschriften. Daarvan wisten zeven artikelen de kwaliteitsbeoordeling te doorstaan. Vier daarvan zijn inmiddels online gepubliceerd – en deels alweer teruggetrokken – door de titels Sexuality & Culture, Sex Roles, Fat Studies en Gender, Place & Culture.

    ‘Dit is geen kennisproductie, maar drogredenering’, zeggen zij in een uitgebreid verslag op de opiniesite Areo Magazine. ‘Het grootste verschil tussen ons en de wetenschap die we hebben nagebootst, is dat wij weten dat wij dingen hebben verzonnen.’

    Hondenverkrachting in stadspark

    Het drietal moest het project vroegtijdig afbreken nadat een paper over hondenverkrachtingen in stadsparken voor zoveel commotie op sociale media zorgde, dat de tijdschriftredactie de identiteit van de auteur ging natrekken. ‘We gaven het hele project bloot omdat we open kaart wilden spelen over onze misleiding’, zegt Helen Pluckrose tegen de Volkskrant. ‘En inmiddels waren we ook ontdekt door de Wall Street Journal.’ Die krant bracht het nieuws dinsdag naar buiten.

    Boghossian en Lindsay zorgden eerder voor discussie in 2017 toen zij met dezelfde motieven een hoaxartikel wisten te publiceren in Cogent Social Sciences. Zij kregen bijval, maar werden ook fel bekritiseerd. Eén enkele absurde paper in een marginaal tijdschrift zou niets anders dan hun eigen vooringenomenheid bewijzen.

    Universiteiten moeten vakgroepen als postkoloniale en genderstudies grondig herzien om wetenschappelijke kennis te scheiden van ‘constructivistische drogredeneringen’, vindt het drietal. ‘Dat zou niet moeilijker moeten zijn dan in andere vakgebieden’, aldus Helen Pluckrose.

    Genderstudies

    Zo eenvoudig is dat niet, reageert hoogleraar Rosemarie Buikema, die de onderzoeksgroep genderstudies aan de Universiteit Utrecht leidt. ‘Zij maken een tweedeling tussen ideologische en objectieve wetenschap, maar dat is een aanname die ter discussie staat. Niemand heeft rechtstreekse toegang tot de waarheid. Dat betekent niet dat alles maar kan. Iedere wetenschapper moet verifieerbaar kunnen argumenteren, of het nu natuurwetenschappen of genderstudies betreft.’

    Wetenschapsfilosoof Massimo Pigliucci ziet wel reden tot zorg over de ideologische eenzijdigheid en geïsoleerdheid van sommige academische takken. ‘Maar als je wetenschappers op de korrel wilt nemen, moet je de argumenten in hún boeken en papers gedetailleerd kunnen weerleggen. Een stunt als deze is zowel onprofessioneel als nutteloos. Het voegt weinig toe.’

    Verschenen bij De Volkskrant en De Morgen op 5 oktober 2018.

  • Bouterse richt zich op Moskou: Suriname trekt erkenning Kosovo in

    De Groene Amsterdammer ★ 23 november 2017

    Ineens was Suriname het gesprek van de dag in Servië en Kosovo. Het land had op 27 oktober besloten om zijn erkenning van de Republiek Kosovo in te trekken, zo maakte de Servische buitenlandminister Ivica Dačić op een persconferentie in Belgrado triomfantelijk bekend.

    Suriname mengt zich daarmee in een diplomatieke Balkan-heksenketel. Sinds Kosovo zich in 2008 eenzijdig afscheidde van Servië, lobbyen beide landen wereldwijd om staten ertoe te bewegen de kleine Balkanstaat wel of juist niet te erkennen. Daarbij weet Kosovo zich gesteund door de VS en Servië door Rusland. Suriname was een van de laatste landen die Kosovo heeft erkend, op 8 juli vorig jaar, maar is nu ook een van de eerste die dat besluit intrekt.

    In Kosovo werd met ongeloof gereageerd op deze draai. Een regeringswoordvoerder zei geen officieel bericht van Paramaribo te hebben ontvangen en stelde bovendien dat erkenning niet zomaar teruggedraaid kan worden. Maar ondertussen was er al een Surinaamse delegatie onderweg naar Belgrado, waar minister Mike Noersalim kwam verklaren dat Suriname zich niet wil mengen in ‘interne aangelegenheden van bevriende landen zoals Servië’.

    Daar bleek het Surinaamse parlement door overdonderd. ‘Het is in strijd met de afspraken tussen de regering en het parlement’, zegt oppositieleider Chan Santokhi, die zich afvraagt of Paramaribo niet onder druk is gezet van Rusland. Want opmerkelijk genoeg kwam de ommezwaai inzake Kosovo daags voor een bezoek van buitenlandminister Yldiz Pollack-Beighle aan Moskou. Daar tekende zij een handjevol samenwerkingsakkoorden met Rusland. Het kroonstuk vormt een partnerschap met de Diplomatieke Academie van het Russische buitenlandministerie die Suriname gaat helpen bij het opzetten van een diplomatenschool. Voortaan zullen de diplomaten deels in Moskou studeren.

    Zo lijkt het betwisten van de Kosovaarse onafhankelijkheid de voorbode van een nieuwe buitenlandkoers die binnen de invloedssfeer van het Kremlin komt te liggen. Rusland speelt al langer in op het anti-Amerikaanse sentiment in Latijns-Amerika. Maar de toenadering tussen Moskou en Paramaribo is volgens oppositieleider Santokhi niet realistisch. ‘Rusland ligt te ver weg en de strategische belangen liggen ver uit elkaar. De regering-Bouterse beschikt niet eens over het vermogen om het huidige aantal internationale akkoorden uit te voeren, zelfs niet met buurland Brazilië.’

    Volgens hem is het gewoon het zoveelste staaltje zigzagbeleid van Bouterse.

    Verschenen in de Groene Amsterdammer van 23 november 2017.

  • Hoe lang zijn Nederlandse mannen nog de langste? In de Dinarische Alpen lopen geduchte rivalen rond

    Nederlandse mannen zijn met een gemiddelde lichaamslengte van 183,8 cm de langste mensen ter wereld, bevestigen studies keer op keer. Maar de vraag is hoe lang nog, want er lopen geduchte rivalen op de Balkan rond.

    De Volkskrant25 april 2017

    Mannen uit de Bosnische regio Herzegovina kunnen zich met een gemiddelde lengte van 183,4 cm prima met de Nederlanders meten. Zij worden geflankeerd door hun naaste buren in Montenegro en Kroatië, die ook boven de 183 cm uitkomen. Dat melden Tsjechische en Montenegrijnse sportwetenschappers in een nieuwe studie, gepubliceerd in Royal Society Open Science.

    Dat er in de Dinarische Alpen, die zich uitstrekken over Montenegro, Bosnië-Herzegovina en Kroatië, bijzonder lange mensen wonen, is niets nieuws. Maar niet eerder werden de lengteverschillen zo nauwkeurig in kaart gebracht. Voor dit onderzoek werden zo’n 3.200 jongemannen tussen de 17 en 20 jaar opgemeten. Achter het landelijke gemiddelde van 181 cm blijken grote regionale verschillen schuil te gaan.

    De ideale basketballers zijn te vinden in een gordel tussen de steden Trebinje en Livno, waar de lengten rond de 185 cm schommelen. En onder optimale omstandigheden zouden zij volgens de onderzoekers nog veel langer zijn. De groei blijft echter steken doordat het lokale voedsel weinig eiwitten bevat en het welvaartspeil laag is. Hierdoor zijn de Bosniërs in een eeuw slechts 8 centimeter langer geworden, terwijl de Nederlanders in dezelfde tijd ruim 13 centmeter zijn gegroeid. ‘Maar op de elitescholen in Herzegovina zie je jongens van gemiddeld 185 à 186 cm’, zegt Pavel Grasgruber van de Tsjechische Masaryk Universiteit. ‘Dat zegt wel iets over het potentieel.’

    Dinarische Alpen

    De bijzondere lengten worden volgens Grasgruber vooral door genetische factoren bepaald. De bewoners van de Dinarische Alpen zijn namelijk dragers van een speciaal type mannelijk y-chromosoom. Deze zogenaamde y-haplogroep I-M170 zou afkomstig zijn van rijzige paleolitische jagers die tijdens de laatste IJstijd hun toevlucht zochten in het Kroatische kustgebied. Dezelfde haplogroep komt ook veel voor bij de eveneens lange Scandinaviërs.

    Moleculair antropoloog Marijana Petricic van de universiteit van Zagreb reageert zeer terughoudend op de studie, waar verder geen dna-onderzoek aan te pas kwam. ‘Hoe de auteurs in dit artikel genetische factoren interpreteren is wetenschappelijk onaanvaardbaar. Geen enkel onderzoek heeft ooit een y-haplogroep met lichaamslengte in verband gebracht.’

    De Groninger socioloog Gert Stulp, die onderzoek deed naar lichaamslengten in Nederland, is milder gestemd. ‘Genetische verschillen kunnen zeker voor een deel de variatie in lichaamslengte verklaren. Maar omgevingsfactoren, zoals hoeveelheid en type voeding, hebben altijd een veel groter effect op lengte dan genen.’

    Toch lijkt het Grasgruber het waarschijnlijkst dat de Dinarische bergbewoners hun lengte aan een langbenige voorvader hebben te danken. ‘Het is geen honderd procent betrouwbaar hulpmiddel, maar de samenhang tussen de haplogroep I-M170 en lichaamslengte in Europa kun je nauwelijks toevallig noemen.’

    Verschenen bij de Volkskrant op 25 april 2017 en het Nederlands Dagblad op 28 april 2017.