• Vroegbehandeling is blinde vlek in coronabeleid: ‘Ik ga bij wondroos ook niet wachten totdat een patiënt in shock thuis ligt’

    Huisartsen willen de ziekenhuizen graag ontlasten, maar hebben nauwelijks de middelen om Covid-patiënten vroeg te behandelen. De een krijgt met moeite een pilotstudie van de grond, de ander riskeert een boete met het ‘off-label’ voorschrijven van medicatie. ,,Ik ga bij wondroos ook niet wachten totdat een patiënt in shock thuis ligt.”

    Friesch Dagblad 8 mei 2021

    ,,Ik mag graag schoppen en tetteren, ik ben boos op die academici die de kop in het zand steken”, zegt Berber Pieksma aan de keukentafel in haar huis, midden in een dennenbos buiten het Drentse Steenbergen. Haar rechterarm is in een mitella geknoopt. Kortgeleden werd ze omver gefietst in Amsterdam, waar ze een coronademonstratie op het Museumplein bijwoonde.

    Als huisarts van praktijk De Kern is Pieksma al 35 jaar een bekend gezicht in Haulerwijk. Tot 2015 was ze praktijkhouder met apotheek, de laatste jaren is ze drie ochtenden per week in dienst van haar opvolger. Maar zo vlak voor haar pensioen heeft ze ook enige landelijke bekendheid geworven als criticaster van het coronabeleid. Zo twijfelt ze aan de betrouwbaarheid van de PCR-test en de werking van mondkapjes, en zet ze geen prikken met coronavaccins. Het leidde ertoe dat haar praktijk zich publiekelijk distantieerde van haar soms bedenkelijke meningen.

    Antibioticum

    Haar boosheid gaat terug op het begin van de pandemie. In de strijd tegen het nieuwe virus nam een Limburgse collega, huisarts Rob Elens, een experimenteel behandelprotocol over van de New Yorkse arts Zelenko. Hierin werd Covid-patiënten hydroxychloroquine – een medicijn tegen malaria dat ook als ontstekingsremmer werkt – voorgeschreven, in combinatie met zink en een antibioticum.

    ,,Dat gaf hij aan tien Covid-patiënten, en die hebben de ziekte overleefd, terwijl ze tot dan toe allemaal omvielen”, vertelt Pieksma. ,,Ik heb toen met Elens gebeld. Hij stuurde mij een uitgebreid verslag en ik besloot dat Zelenko-protocol ook toe te passen. Maar twee dagen later kreeg Elens een correctie van de inspectie.” De behandeling moest worden gestaakt, omdat het volgens de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) niet verantwoord was om een medicijn in te zetten waarvan de werking tegen corona niet was bewezen.

    ,,Wij zijn als huisartsen buitenspel gezet en dáár heb ik een probleem mee”, zegt Pieksma op emotionele toon. ,,Want hoe eerder we bepaalde medicijnen kunnen inzetten, des te beter de verwachting voor het ziekteproces.” Meermalen schreef ze brieven naar het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), het kennisinstituut dat de behandelrichtlijnen voor huisartsen opstelt. ,,Ik heb alleen maar nietszeggende reacties teruggekregen.”

    Slagvaardigheid

    Ruim een jaar na het begin van de pandemie hebben huisartsen – afgezien van het vaccineren van grote patiëntengroepen – amper riemen om mee te roeien in de bestrijding van corona. Er zijn geen behandelrichtlijnen zoals bij andere ziektes. Feitelijk kan een huisarts alleen erop toezien dat een Covid-patiënt niet zo verslechtert dat er naar een ziekenhuisbed moet worden doorverwezen. Pieksma: ,,Het protocol bestaat op dit moment alleen maar uit paracetamol en bij een lage saturatie zuurstof. Dat is veel te weinig. Daarmee krijg je dat er uiteindelijk meer mensen opgenomen moeten worden.”

    Pieksma en haar Limburgse collega Elens staan dan wel bij velen te boek als ‘wappiedokter’, maar hun zorgen over de beperkte mogelijkheden in de eerstelijn worden breder gedeeld. ,,Als we in de loopgraven staan, hebben we slagvaardigheid nodig”, zegt de Schiedamse huisarts Lieneke van de Griendt. ,,Maar het NHG baseert zijn richtlijnen op wat er in grote klinische onderzoeken wordt vastgesteld.”

    Het NHG keurt medicatie pas goed wanneer de heilzame werking ervan in een grootschalig vergelijkend onderzoek met een controlegroep (randomized controlled trials) is vastgesteld. Tot die tijd wordt ‘off-label’ gebruik, waarbij een medicijn voor iets anders wordt ingezet dan waarvoor het staat geregistreerd, ten zeerste afgeraden.

    ,Die insteek begrijp ik wel, maar we zitten nu in een situatie waarin je niet jarenlang kunt gaan zitten wachten op de uitkomsten van zo’n onderzoek”, zegt Van de Griendt. ,,Het is niet makkelijk om alleen maar af te wachten tot een patiënt eventueel doodziek wordt, zeker niet wanneer die in een risicogroep valt waardoor de kans op een ernstiger verloop groter wordt. Je kunt je afvragen of we dan niet ook moeten durven varen op uitkomsten van kleinere onderzoeken en de ervaringen van collega’s in het buitenland.”

    Huisarts wil meer Covidzorg bieden

    Pro-actieve huisartsen kunnen meer zorg voor Covid-19-patiënten van de ziekenhuizen overnemen, ook wanneer er geen ‘code zwart’ dreigt. Dat zegt bestuurder Jan Schaart van Huisartsenzorg Drenthe, die ervoor pleit om meer coronazorg van de ziekenhuizen naar de eerstelijnszorg te verplaatsen.

    Huisartsen behandelen nu al via het zogeheten Covid@home-project zieke patiënten die vervroegd zijn ontslagen uit het ziekenhuis, in hun thuisomgeving. ,,Dat is op zich heel goed, maar wij willen juist ook in een vroege fase wat kunnen doen”, zegt Schaart. Hij begeleidt een haalbaarheidsstudie waarin Drentse huisartsen in overleg met longartsen en internisten patiënten thuis behandelen met zuurstof en de ontstekingsremmer dexamethason. In de regel is zo’n behandeling alleen in een ziekenhuis mogelijk.

    De studie is gestaakt omdat huisartsenpraktijken momenteel te zwaar belast zijn, maar volgens Schaart blijft onderzoek naar vroegbehandeling in de eerstelijnszorg van groot belang. ,,Zelfs als we allemaal gevaccineerd zijn, blijven er varianten opduiken waardoor we niet van corona af zijn.”

    Volgens Schaart kunnen huisartsen een verwijzing naar het ziekenhuis voorkomen door de ziekte bij een patiënt vanaf het begin in de gaten te houden. Maar de richtlijnen van de beroepsvereniging NHG bieden huisartsen verder weinig handvatten om coronapatiënten te behandelen. Ook het inzetten van medicatie als dexamethason wordt afgeraden, omdat de werking ervan in de eerstelijnszorg nog niet is bewezen. Toch zijn hiermee vorig jaar tientallen patiënten in Drenthe met goed resultaat behandeld. Schaart: ,,Als je op tijd dexamethason inzet, dan helpt het. Maar als je wacht totdat er sprake is van een infectie die je moet stopzetten, dan ben je eigenlijk te laat.”

    Meer onderzoek
    Het rijk zou het voortouw moeten nemen in het financieren van meer onderzoek naar vroegbehandeling, vindt de Schiedamse huisarts Lieneke van de Griendt. ,,We horen over goede ervaringen in het buitenland, maar het ontbreekt aan bewijs dat voldoet aan de Nederlandse maatstaven.”

    Van de Griendt ziet onder meer in het geneesmiddel ivermectine een veilige behandeloptie. Ivermectine wordt in veel landen ingezet als coronamedicijn, maar in Nederland ris- keert de huisarts die dat zou voorschrijven een boete die kan oplopen tot 150.000 euro. Bij de gezondheidsinspectie zijn daarvan meerdere meldingen bekend en in één geval is een boeteproces opgestart.

    ,,De NHG is niet de snelste met richtlijnen, maar je moet niet lichtzinnig medicatie gaan inzetten als daar geen afspraken over zijn”, zegt huisarts Brent Bearda Bakker van het crisisteam van de Friese huisartsenvereniging. Hij vindt de Drentse studie interessant, maar is verder terughoudend over medicamenteuze vroegbehandeling in de eerste lijn. ,,De meeste Friese longartsen behandelen een Covidpatiënt liever in het ziekenhuis dan op afstand. Zolang er ruimte is in de ziekenhuizen en het coronacentrum van Anna Schotanus in Heerenveen, heeft dat onze voorkeur boven thuis behandelen.”

    Wel wordt er aan een ‘code zwart-protocol’ gewerkt voor thuisbehandeling van corona. ,,Dat is een protocol voor als de ziekenhuizen het echt niet meer aankunnen. Maar die redden het nog. De grootste druk zit op de ic’s en de groep mensen die daar ligt, kun je niet thuis behandelen.

    Wondermiddel

    In de eerste maanden van de pandemie werd hydroxychloroquine gezien als een medicijn dat mogelijk ook kan helpen tegen corona. Het werd als wondermiddel aangeprezen door de toenmalige Amerikaanse president Trump en Tesla-baas Elon Musk. Ook in Nederlandse ziekenhuizen werd het medicijn ingezet, totdat uit sommige studies zou blijken dat het niet veel uithaalt tegen het virus als de patiënt al erg ziek is. Snel verdween het weer uit de behandelrichtlijnen.

    Uit een studie van het Zwolse Isala-ziekenhuis is naderhand gebleken dat hydroxychloroquine bij de inzet in veertien Nederlandse ziekenhuizen weliswaar niet de sterfte onder Covid-patiënten heeft verminderd, maar wel het risico op overplaatsing naar de intensive care aanzienlijk heeft verkleind. Evenwel laat men het antimalariamiddel nu links liggen. Van de Griendt: ,,Er zit te veel controverse omheen, omdat het middel nadelige bijwerkingen kan hebben wanneer het langdurig wordt toegediend. Maar dat risico is verwaarloosbaar als het kort en in een lage dosering wordt gegeven, zoals bij de aanpak in het buitenland.”

    Een ander mogelijk coronamedicijn, resveratrol, zorgde vorig jaar voor een run op de drogisterijen toen hoofd intensive care Peter van der Voort van het UMCG in een talkshow vertelde dat het vrij verkrijgbare voedingssupplement de kans op een IC-opname kan verkleinen. ,,Er is een groep huisartsen geweest die klinische studies met resveratrol wilde doen, maar zij konden geen wetenschappelijke begeleiders vinden”, laat Van der Voort weten. ,,Voor mij staat de huisartsenpraktijk te ver van de IC af, maar helaas heeft verder niemand deze studie opgepakt.”

    Tropenmedicijn

    Intussen wordt vol verwachting uitgekeken naar een ander goedkoop medicijn dat mogelijk tegen corona helpt: ivermectine, dat normaliter wordt ingezet om parasieten te bestrijden die bijvoorbeeld rivierblindheid en schurft veroorzaken. Het middel wordt onder meer in India, Bangladesh, Egypte, een aantal Latijns-Amerikaanse landen en EU-lidstaat Slowakije off-label voorgeschreven, zowel bij behandelingen als ter preventie van corona. In Nederland wordt dat in de officiële behandeladviezen van de NHG en de SWAB juist afgeraden.

    ,,Er is nog geen robuust bewijs voor ivermectine uit gedegen klinisch onderzoek, maar wel zijn er talloze kleine studies waar iedere keer toch een positief effect uit komt”, zegt Van de Griendt, die ivermectine een veilige behandeloptie vindt. Volgens farmaceut MSD zou ivermectine werken in een dosis honderdmaal zo hoog als wat veilig is voor een mens, maar in sommige praktijken lijkt het ook in normale doses resultaat te boeken.

    Epidemioloog Teun Bousema van de Radboud Universiteit, die ivermectine als tropenmedicijn kent, heeft nog zo zijn twijfels. ,,Ik hoop van harte dat het werkt, maar ben van mening dat je bij medicijnen altijd toch eerst bewijs moet hebben voordat je ze gaat inzetten.” De komende maanden worden er degelijke studies uit Latijns-Amerika verwacht. Daarnaast financiert het fonds van miljardairs Bill en Melinda Gates, die eerder investeerden in de ontwikkeling van coronavaccins, een internationaal onderzoek naar ivermectine en een ander mogelijk medicijn, het antidepressivum fluvoxamine.

    Bestuurlijke boete

    Tegen de officiële behandeladviezen in schrijft een handjevol huisartsen in Nederland ivermectine voor via het online platform Zelfzorg Covid-19. Behalve alternatieve behandelplannen voor Covid-patiënten biedt het platform ook zelfhulptips met voedingssupplementen aan. Volgens woordvoerder Evert de Blok hebben huisartsen via dit platform sinds oktober vorig jaar ruim achthonderd hulpvragen behandeld en is er zo’n driehonderd keer op strikte voorwaarden off-label medicatie voorgeschreven.

    Voor het Artsen Covid Collectief, een club van medische professionals die onderling kennis over corona uitwisselen, leidde Van de Griendt een werkgroep van huisartsen die zich verdiepten in het off-label voorschrijven van ivermectine en supplementen zoals vitamine D. ,,We wilden daar de resultaten van vroegbehandelingen bij patiënten volgen. Maar de werkgroep is niet goed van de grond gekomen, omdat de gezondheidsinspectie ertussen ging zitten.”

    Eind maart kondigde de IGJ aan dat huisartsen die ivermectine of hydroxychloroquine voorschrijven een bestuurlijke boete krijgen opgelegd van maximaal 150.000 euro. Apothekers wordt opgedragen om artsen die zulke recepten uitschrijven aan te geven bij een meldpunt van de inspectie.

    In plaats van boetes uit te delen, zou de overheid juist onderzoek moeten financieren naar vroegbehandeling van corona, vindt Van de Griendt. ,,We zitten nu in een impasse: we horen over goede ervaringen in het buitenland, maar bewijs dat voldoet aan de Nederlandse maatstaven ontbreekt. Voor onderzoek zijn genoeg huisartsen te vinden, alleen iemand moet het voortouw nemen. De academische centra doen dat niet, dus het zou goed zijn als de overheid onderzoek naar vroegbehandeling van corona zou stimuleren.”

    Haalbaarheidsstudie

    Een van de weinige, zo niet het enige onderzoek dat momenteel wordt uitgevoerd naar vroegbehandeling in de eerstelijn, is het zogeheten Copper-project in Drenthe. In deze haalbaarheidsstudie die zorgverzekeraar Zilveren Kruis financiert, onderzoeken zo’n vijftig Drentse huisartsen of met het inzetten van dexamethason de ziekenhuisopname van een Covid-patiënt kan worden voorkomen. Het regelmatig meten van zuurstof in het bloed is daarbij cruciaal om te voorspellen of de conditie van een patiënt verslechtert.

    ,,Er zijn huisartsen die in nazorgprogramma’s zitten voor Covid-patiënten die uit het ziekenhuis ontslagen zijn. Op zich heel goed, maar dat is toch een beetje het paard achter de wagen spannen. Wij willen juist in een vroege fase wat doen”, zegt bestuurder Jan Schaart van Huisartsenzorg Drenthe, die het Copper-project coördineert. ,,Wat we beogen is een verschuiving van de Covid-zorg van de tweedelijn naar de eerstelijn. Zelfs als we allemaal gevaccineerd zijn, zullen er varianten blijven opduiken waardoor we nog steeds niet van corona af zijn. We hebben nu niet alleen de ziekenhuizen vol met patiënten, maar het hele land is platgelegd omdat de zorg het niet aankan.”

    De ontstekingsremmer dexamethason, die bij een corona-infectie de overreactie van het immuunsysteem kan dempen, wordt tot op heden alleen toegestaan in ziekenhuizen. Een huisarts uit Valthermond, Jan Scherpenisse, begon vorig jaar in zijn praktijk met de behandeloptie door zich flink in te lezen en longartsen en specialisten te consulteren. Bij tientallen patiënten die hij op tijd wist te behandelen, had het medicijn onmiddellijk effect.

    ,,Er zijn maar weinig huisartsen zoals Scherpenisse die zo hun nek uitsteken”, zegt Schaart. Dat zijn behandelplan uiteindelijk een pilotstudie is geworden met medisch-ethische goedkeuring en wetenschappelijke begeleiding vanuit het UMCG, ging niet van een leien dakje. ,,Daar hebben de medische specialisten in het ziekenhuis heel lang mee geworsteld. Zij zien patiënten die ernstig ziek zijn, en zijn daarom beducht of het wel kan in de eerstelijn. Terwijl wij zien dat als je proactiever bent als huisarts, je aan het begin van de ziekte al wat kunt doen, en niet pas wanneer iemand al een saturatie van 85 procent heeft en een forse longontsteking.”

    Uitproberen

    Er moeten meer mogelijkheden komen om als huisarts vroegtijdig in te grijpen bij coronabesmettingen, vindt ook huisarts Van de Griendt. ,,Ik ga bij wondroos ook niet wachten totdat een patiënt in shock ligt thuis. We moeten wat kunnen doen vóórdat die longontsteking of cytokinestorm optreedt. Het is jammer dat we een antiparasitair middel als ivermectine, dat bovendien antivirale kenmerken blijkt te hebben, niet mogen uitproberen.”

    Schaart weet dat ontstekingsremmer dexamethason ook buiten de Copper-studie – en dus ook buiten de officiële richtlijnen om – door huisartsen wordt toegediend. ,,Ik heb vrij veel huisartsen gesproken in onze regio en daarbuiten, en wat ik zo hoor is dat dexamethason op grotere schaal wordt gebruikt dan alleen in onze studie.”

    Voorlopig zullen de meeste huisartsen nog de handen vol hebben aan de vaccinaties. ,,Eerst wilden de huisartsen de ziekenhuizen ontlasten, maar nu hebben ze het te druk met de organisatie van het eigen vaccinatieprogramma”, zegt Schaart. ,,Het werk loopt hen over de schoenen en dat haalt veel van de energie weg om na te denken over andere dingen.”


    Verschenen in het Friesch Dagblad van 8 mei 2021, als nieuwsartikel (pdf) en doorleesstuk (pdf) in de bijlage Wykein.

  • Alle plaatsnaamborden in gemeente Noardeast-Fryslân voortaan Friestalig? ‘Gjinien yn Nijewier seit Niawier’

    In Noardeast-Fryslân worden de officiële plaatsnamen straks Friestalig. Niet iedereen wil mee in die harmonisering, zoals vier dorpen in de Noordoosthoek waar geen Fries wordt gesproken. Passen eentalige komborden wel in een meertalige gemeente?

    Friesch Dagblad ★ 3 mei 2021

    Dorpsbelangen in Noardeast-Fryslân konden tot 1 mei reageren op het voornemen van de gemeente om alle officiële plaatsnamen te harmoniseren naar het Fries. Het gaat dan om de Nederlandse plaatsnamen die nog voorkomen in het gebied van de voormalige gemeenten Dongeradeel en Kollumerland. Ook komen er overal eentalige plaatsnaamborden.

    De gemeente meldt dat er tot nu toe acht reacties van dorpsbelangen zijn binnengekomen en er nog een aantal wordt verwacht. De dorpen in de Noordoosthoek die de Nederlandse plaatsnaam willen handhaven, hebben elk een verzoek om behoud ingediend voorzien van uitgebreide historische argumentatie en de uitslagen van enquêtes die onder inwoners zijn uitgezet.

    Daaruit blijkt dat 97 procent van de Burumers de huidige plaatsnaam wil behouden. In Munnekezijl is dat 98 procent van de uitgebrachte stemmen en in Kollumerpomp 89 procent. In deze dorpen heeft de bevolking in meerderheid geen bezwaar tegen tweetalige komborden waarop beide varianten staan vermeld.

    Secretaris Wieger Kuiken zegt dat Dorpsbelangen Kollumerpomp zich in de jaren negentig juist sterk heeft gemaakt voor een tweetalig kombord met de naam De Pomp erop. „Met veel inzet vanuit het bestuur is dit verzoek uiteindelijk door de gemeente Kollumerland ingewilligd.” Volgens Kuiken is de naam die de gemeente nu voorstelt, De Pomp, willekeurig gekozen omdat beide naamsvarianten goed Fries zijn.

    Mengdialecten

    In de Noordoosthoek van de gemeente is men meer op het Westerkwartier georiënteerd en worden er Fries-Groningse mengdialecten gesproken. Ook de Friese plaatsnaam Muntsjesyl wijkt af van hoe Munnekezijl in het plaatselijke dialect wordt uitgesproken: Muntjeziel. Vanuit het dorp ben je met de bus sneller in de stad Groningen dan bij het gemeentehuis in Dokkum.

    Maar er is nog een reden waarom Munnekezijl zich tegen de naamsverandering keert. „In het dorp wordt vrij hard gereden en wij zouden graag snelheidsbeperkende maatregelen willen zien. Maar als je bij de gemeente aanklopt, hebben zij daar geen financiën voor”, zegt Luit Zuidersma van Plaatselijk Belang Munnekezijl. „Dan komt er ineens iets met plaatsnaamborden, en daar trekken ze dan misschien wel een half miljoen voor uit. Die borden zijn net vervangen toen we opgingen in de nieuwe gemeente.”

    „Dit ûnderwerp leit altyd gefoelich”, zegt FNP-raadslid Aant-Jelle Soepboer, die vorig jaar het voorstel voor de harmonisering van plaatsnamen indiende. „Ik fyn it in boppeslach dat wy aansens oerwaagjend Fryske plaknammen hawwe sille. Mar wy sjogge en hearre it sentimint yn de easthoeke. Dat lit ik graach oan it kolleezje oer om dêr in goed útstel fan te meitsjen.”

    Dubbelnaam

    Maar niet alleen de dorpen in de Noordoosthoek willen geen officiële Friese plaatsnaam. Ook Aalsum, Augsbuurt en Waaxens willen hun Nederlandse naam behouden. Oostmahorn heeft van de Topografyske Wurkgroep Fryslân het voorstel overgenomen om het watersportdorp de dubbelnaam De Skâns-Oostmahorn te geven.

    De dorpsbelangen van Oosternijkerk en Niawier willen de tweetalige plaatsnaamborden behouden, het liefst met de Nederlandse variant bovenaan. ,,Oars kin in toerist ús net mear fine”, zegt secretaris Anja Kloostra van Dorpsbelang Niawier. „In rûngong troch it doarp ha wy net dien, mar as bestjoer wiene wy it dêr mei syn fjouweren oer iens.”

    Dat een toerist of postbode straks het dorp niet meer kan vinden noemt Soepboer, die zelf in Niawier woont, een drogreden. „Hoe dreech is it eins foar minsken om Nijewier te ûnthâlden? Der is hjir gjinien dy’t Niawier seit. As wy dy namme feroarje, dan sil der oer in jier net iens mear oer neitocht wurde.”

    Het gaat Soepboer erom dat de officiële dorpsnaam in de gemeentelijke basisregistratie wordt aangepast. „Dêr stiet mar ien offisjele plaknamme yn registrearre, en dat moat de Fryske fariant wurde. Wy ha Ferwerderadiel, dêr’t alles inkeldtalich Frysk wie, as standert naam.”

    Het vervangen van de komborden heeft geen haast en hoeft volgens Soepboer amper geld te kosten. „As it boerd oan ein is, dan ferfange je dat. Dêr mei wol tsien jier oerhinne gean, dat hinderet hielendal neat.”

    Taalemancipatie

    Het plaatsnamenbeleid van Friese gemeenten is op het eerste gezicht een warboel. Toch ziet Riemer Reinsma, die als naamkundige het beleid heeft onderzocht, door de jaren heen overal in Fryslân vaak hetzelfde patroon: komborden waren aanvankelijk eentalig Nederlands, waarna er tweetalige borden kwamen met de Nederlandse naam bovenaan. Die volgorde werd vervolgens omgedraaid en uiteindelijk blijft er een eentalig Fries plaatsnaambord over.

    Hoe sterk de vertegenwoordiging van de FNP -– de drijvende politieke kracht achter de Friese taalemancipatie – in een gemeente is, speelt daarbij volgens Reinsma een belangrijke rol, maar ook of een gemeente geografisch dicht bij een stedelijk gebied ligt. „Rond Leeuwarden hebben Tytsjerksteradiel en Ferwerderadiel al snel eentalige Friese komborden gekregen. Dat is niet omdat ze Friestaliger zijn dan bijvoorbeeld Dongeradeel, maar het is een soort gebaar uit vrees voor de verhollandsing vanuit de stad. Het lijkt wat op de situatie rond Brussel. Dat is een heel erg verfranste stad met een ring van Vlaamse gemeenten eromheen, die hameren op hun Vlaamsheid.”

    Voor de nieuwe grote fusiegemeenten waar naast het Fries nog andere talen worden gesproken, blijkt het lastiger om eentalig Fries beleid te bereiken. Zo besloot Waadhoeke om de deels Friese, deels Nederlandse plaatsnamen niet te harmoniseren. Een rechtszaak die FNP-bestuurslid Jehannes Elzinga vorig jaar tegen de gemeente aanspande, veranderde daar niets aan. Aanvankelijk hoefde het in 2019 gevormde Noardeast-Fryslân ook niet zo nodig te harmoniseren. Het naast elkaar bestaan van Friese en Nederlandse plaatsnamen zou volgens de taalnota juist ‘it ferskaat oan talen en dêrmei de meartaligens’ demonstreren.

    Eenheidsworst

    Daar stak Soepboer vorig jaar september een stokje voor met zijn amendement, dat unaniem werd aangenomen door de gemeenteraad. Maar passen eentalige komborden wel in een meertalige gemeente?

    Voor Reinsma maken eentalige komborden van de taaldiversiteit een „eenheidsworst”, maar Soepboer ziet dat anders. „Minsken ha de mûle fol fan meartaligens, mar dat meie je noait misbrûke om ús taal net te emansipearjen”, reageert Soepboer.

    „Mei it Frysk op de buorden litte wy ús eigen identiteit sjen. Dat betsjut net datst de meartaligens ûndergraafst, want it Hollânsk is likegoed oeral wol sichtber, en sil dat ek bliuwe. Wy stribje nei echte lykweardigens. As wy ús ferskûljen bliuwe achter dy meartaligens, dan bliuwt it Frysk in suertsje by de boadskippen.


    Verschenen in het Friesch Dagblad van 3 mei 2021. In juli van dat jaar gaf de raad van Noardeast-Fryslân met een amendement op het laatste moment gehoor aan de wens van de dorpen Hiaure, Waaxens en Aalsum om hun huidige naam te behouden. Ook de vier niet-Friestalige dorpen Burum, Munnekezijl, Warfstermolen en Kollumerpomp hebben hun Nederlandstalige naam behouden. Alle andere plaatsnamen zijn per 1 januari 2023 naar het Fries geharmoniseerd.

  • Friese nederzetting uit de Romeinse tijd is midden in een woonwijk van IJmuiden blootgelegd

    Midden in een woonwijk in IJmuiden zijn de restanten van een Friese boerderij uit de Romeinse tijd gevonden. „De Friezen zijn hier letterlijk weggestoven. Door hun eigen toedoen moesten ze verkassen.”

    Friesch Dagblad ★ 22 april 2021

    Senior-archeoloog Jan de Koning is de komende weken druk aan het graven aan de Lagersstraat in IJmuiden, vlakbij het Noordzeekanaal. Op die plek, midden in een woonwijk op het terrein van een gesloopte oude school, legde hij deze week de resten bloot van een Friese boerderij uit de Romeinse tijd.

    „Het is best bijzonder om op een vrij groot terrein binnen de bebouwde kom zo’n intact archeologisch archief te vinden”, zegt De Koning, die onderzoek doet in opdracht van de gemeente Velsen. „Het is bij toeval bewaard gebleven, omdat het schoolgebouw dat hier stond niet zo diep was gefundeerd.”

    De Koning dateert de nederzetting op de tweede of derde eeuw na Christus. „We hebben een mantelspeld, een stuk gereedschap en schervenmateriaal gevonden, en die wijzen allemaal op die periode.” Vergelijkbare opgravingen zijn in de omgeving wel eerder gedaan, maar dan meer dan een halve eeuw geleden op het voormalige Hoogovens-terrein, nu Tata Steel. „Nu hebben we eenzelfde soort locatie te pakken, op een andere plek in IJmuiden. Dat bevestigt het idee dat er overal wel zulke nederzettingen zijn geweest. Daar staan nu vaak huizen bovenop.”

    Castellum Flevum

    Het duingebied van Noord-Holland werd in de Romeinse tijd bewoond door Friezen. Het toenmalige Friese cultuurgebied, dat werd gekenmerkt door dezelfde inheemse stijl van aardewerk en langgerekte boerderijen met een woon- en stalgedeelte, strekte zich uit van boven de Romeinse noordgrens langs de Rijn tot in het Friese kleigebied. Het duingebied rond Castricum en IJmuiden moet volgens De Koning in die tijd vrij dichtbevolkt zijn geweest.

    „Waarschijnlijk hebben de Romeinen ook om die reden het fort Castellum Flevum bij Velsen gebouwd. Lange tijd werd gedacht dat het fort er stond opdat de Romeinen snel de Noordzee op konden varen, maar inmiddels weten we dat dat juist heel moeilijk was. Er lagen toen flinke zandbanken voor de kust in de monding van het Oer-IJ. Inmiddels denken we dat het Romeinse fort midden in een gebied vol nederzettingen stond, omdat ze belasting in natura wilden innen.”

    Die belastingheffing leidde in 28 na Christus tot een legendarische Friese opstand. In de eeuwen daarna bleef de bevolking in het duingebied groeien. Uit die periode stamt dus de opgegraven boerderij. Het was een gemengd bedrijf met vee en akkerbouw, vertelt De Koning.

    „We hebben akkers met ploegsporen gevonden. Ook is er in een latere periode over de nederzetting heen geakkerd. De boerderij zal toen dus op een andere plek hebben gelegen. Het waren zwervende erven: in een duingebied raakt de grond redelijk snel uitgeput, dan moesten de boeren op een andere plek verder. Met zand overstoven akkers en karresporen zijn typisch voor dit gebied. De Friezen zijn hier letterlijk weggestoven. We zien vaak dat de laatste ploegschollen uit schoon zand bestaan. Dan konden ze nog één keer het duinzand meeploegen, daarna was het echt afgelopen. Ze moesten uiteindelijk door hun eigen toedoen weer verkassen.” In de loop van de vierde eeuw liep het gebied leeg en volgde een eeuw met amper bewoning.

    Pottenstapels

    Uit de Romeinse tijd zijn van de Friezen tienduizenden scherven aardewerk gevonden, maar hoe hun boerderijen er precies uitzagen is nog niet compleet in kaart gebracht. De Koning hoopt dat deze locatie een plattegrond prijsgeeft. „We hebben hier de sporen van paalkuilen gevonden, maar echte huisplattegronden moeten we nog gaan vinden. Dat is een hele puzzel. We hebben al wel sporen van greppels, waterputten en kuilen gevonden, en gisteren hadden we een pottenstapel. Dat zijn opgestapelde, deels in elkaar liggende potten met kartelranden, waar de bodem uit is.”

    ,,Je kon als je hier in het duinzand een gat groef het welwater naar boven krijgen; waarschijnlijk was zo’n pottenstapel bedoeld als een klein putje om schoon water te tappen. Ze zijn ook in de jaren zestig gevonden bij de Hoogovens en in Castricum. Het is wel leuk om te zien dat iemand dat ooit heeft verzonnen en dat het echt een traditie van de lokale Friezen hier is geworden. Het komt alleen hier voor, in Kennemerland en het Oer-IJ-gebied.”

    Over drie weken wordt het terrein aan de Lagersstraat klaar gemaakt voor nieuwbouw.


    Verschenen in het Friesch Dagblad van 22 april 2021.

  • Een knik in de zeedijk precies boven een gasbel bij Moddergat: ‘Hoe is it mooglik!’

    De gaswinning heeft bij Moddergat (Noardeast-Fryslân) een dijkverzakking veroorzaakt, vermoeden bewoners. Wetterskip Fryslân spreekt dat tegen. „It soe my net fernuverje as wy binnen tsien jier in beving krije.”

    Friesch Dagblad 29 maart 2021

    “Wy steane hjir eksakt op it midden fan de Nessumer gasbel”, roept Douwe Anema vanaf de zeedijk bij Moddergat zijn publiek toe. Een twintigtal mensen verzamelde zich hier zaterdagochtend voor een dijkinspectie op uitnodiging van de stichting Fêste Grûn, die zich zorgen maakt over de gaswinning in het gebied.

    Bestuurslid Anema uit Nes is er „99 procent zeker” van dat door die gaswinning over een lengte van zo’n driehonderd meter een knik in de dijk is ontstaan. „Kinst it hiel dúdlik sjen oan it talúd”, zegt hij met een verrekijker in zijn handen. „Hjir sakket er fuort en dêr is er wer strak.”

    Hoe het komt dat hij dat weet? „Ik ha myn hiele libben hjir al by de seedyk dwaande west”, zegt de 72-jarige aardappelboer. „Us lân leit oan de dyk ta.” Hij wijst vanaf de dijk naar een hoge boerderij vlakbij Nes: „Dêr bin ik berne, op dy pleats.”

    Een kleine aardbeving

    De verzakking begon hem op te vallen nadat er in 2013 een kleine aardbeving plaatsvond voor de kust van Ameland, met een kracht van 1,8 op de schaal van Richter. „Mar dit is al tsien jier oan ’e gong. Ik haw in pear jier lyn foto’s makke en dan sjochtst dat it no slimmer steld is mei de dyk.”

    De NAM wint sinds 1987 gas in de omgeving van Moddergat, Anjum, Ee en Metslawier. Door gaswinning is de bodem hier al enkele centimeters gezakt, het sterkst in de polder De Kolken bij Anjum. Daar is al sprake van een verminderde drooglegging in landbouwpercelen.

    „Der binne gebouwen yn Wierum dy’t der al hûndert jier steane, dêr’t noait in skuor yn sitten hat en der sitte no skuorren yn”, zegt een van de aanwezigen op de dijk. Onder de toehoorders staat ook wethouder Jelle Boerema. Waar de knik door wordt veroorzaakt, moet een ander beoordelen, zegt hij. „Maar onze gemeente heeft niet voor niets gezegd dat we tegen de gaswinning zijn.”

    Wetterskip heeft een andere uitleg

    Dijkbeheerder Wetterskip Fryslân stelt desgevraagd dat de verlaging in de dijk het gevolg is van de zetting. „Een dijk wordt altijd met enige overhoogte aangelegd vanwege het inklinken”, verklaart woordvoerder Michiel Zijlstra. „Die klink is niet overal gelijk, dus daarom kan een dijk soms in hoogte verschillen. Dat zie je ook op andere locaties in ons beheergebied.”

    De knik in de dijk is volgens het waterschap dan ook naar alle waarschijnlijkheid niet het gevolg van gaswinning. „Bij bodemdaling zie je andere effecten. Dan zakt de dijk over een grotere lengte egaler.”

    Ook de NAM is dat oordeel toegedaan. „Gaswinning veroorzaakt bodemdaling in kilometers lange ‘schotels’, en niet zo lokaal als deze knik in de dijk”, meldt woordvoerder Sape Jan Terpstra.

    Toeval?

    „Dy knik leit gewoan tafallich krekt yn it hert fan de gasbel, hin?”, is Anema’s vurige repliek. „Krekt hjirre, hoe is ’t dochs mooglik!”

    Voor Anema ligt het helemaal anders. „Alle jierren sakke wy sa’n eintsje, dat it soe my net fernuverje as wy binnen tsien jier in beving krije. En de NAM kin no eigendommen fan burgers ferniele sûnder oanspraaklik te wêzen.”

    Anema verwijst hiermee naar de recente uitspraak van het Openbaar Ministerie, dat de NAM niet wil vervolgen voor opzettelijk verwijtbaar handelen in Groningen, omdat het bewijs daarvoor niet uit een elfduizend pagina’s tellend FIOD-rapport kan worden gehaald.

    ,,Wat hjir ûnder de grûn sit, is folle mear wurdich as wat der boppe-op sit. Minsken dy’t hjir wenje, dy dogge der helendal net mear ta.”

    Roep om eerlijkheid

    Stichting Fêste Grûn werd in 2016 opgericht door bewoners die zich zorgen maken om de gevolgen van gaswinning in het gebied. „We willen niet zozeer ageren tegen gaswinning. De meeste mensen hier stoken ook op gas. Maar wees in elk geval eerlijk en zeg wat er gebeurt”, zegt oud-voorzitter Piter Falkena.

    Fêste Grûn neemt deel aan het omgevingsproces dat opgezet is om de schadeafhandeling rond de voorgenomen winning van minstens vier miljard kuub gas bij Ternaard te regelen. Uit de inkomsten van dat gasveld zou zestig miljoen euro in een Gebiedsfonds voor lokale investeringen gestoken worden.

    Nu die plannen door een motie van de Tweede Kamer voorlopig van de baan zijn, vindt de stichting dat de maandelijkse overleggen met gemeente, provincie, waterschap en de NAM binnen de werkgroep Ontzorging Omgevingsproces Ternaard (OOT) ‘in de slaapstand’ kunnen worden gezet. In een brief aan de werkgroep kondigde Fêste Grûn eerder deze maand aan zich terug te trekken uit het overleg en zich met andere doelen bezig te houden.

    Niet zomaar verdwijnen

    Mochten de gasplannen bij Ternaard definitief niet doorgaan, dan vervalt ook de afspraak over het Gebiedsfonds. Maar die zestig miljoen euro moet niet zomaar verdwijnen, vindt Anema. „As Ternaard net trochgiet, dan moat dy sechstich miljoen trochskood wurde nei dit gebiet, foar de minsken dy’t hjir skea ha.”

    Volgens de commissie Bodemdaling Aardgaswinning Fryslân is de zeedijk tussen Moddergat en Wierum zo’n drie à zes centimeter gedaald.

    In 2019 betaalde de NAM zo’n 251.000 euro mee aan de dijkversterking Koehool-Lauwersmeer. Het ging om compensatie van bodemdaling bij de Lauwersmeerdijk, die nu wordt aangepakt. Waarschijnlijk volgt weer zo’n compensatie wanneer het dijkvak bij Moddergat aan de beurt is.

    Commissie Bodemdaling: ruim drie ton schadevergoeding

    In 2020 hebben gaswinners NAM en Vermilion in Fryslân 322.657 euro uitgekeerd als schadevergoeding voor bodemdaling, zo blijkt uit het jaarverslag van de Commissie Bodemdaling Aardgaswinning Fryslân.

    Het grootste deel van de bedragen werd door Vermilion uitgekeerd aan Wetterskip Fryslân. Ook is de gemeente Achtkarspelen betaald voor het herstel van functionele schade aan het riool in Kootstertille.

    Twee particuliere claims, over het slechter functioneren van een groep boothuizen en een draaibrug, werden door de commissie gehonoreerd. Eén melding van gebouwenschade door een particulier werd afgewezen. De commissie heeft in zijn twintigjarige bestaan zo’n 14,6 miljoen euro aan schadecompensatie vastgesteld

    De zwaarste bodemdaling in Fryslân is waargenomen op de oostpunt van Ameland, waar de bodem sinds het begin van de gaswinning in 1986 bijna veertig centimeter is gedaald. Aan de westkant van Franeker, waar Vermilion naar gas heeft geboord, is de bodem bijna dertig centimeter gedaald. Rondom Burgum en Kootstertille is de bodemdaling inmiddels meer dan twintig centimeter.


    Verschenen in het Friesch Dagblad van 29 maart 2021

  • De meisjes van Frisia, de Joegoslavische vrouwen die in de jaren zeventig naar Harlingen kwamen

    Vijftig jaar geleden, op 18 juni 1970, kwam de eerste groep Joegoslavische vrouwen aan in Harlingen om te werken bij spekjesfabriek Frisia. Van de meer dan zeventig geworven werkers zijn er velen gebleven en getrouwd. ,,We voelden ons hier thuis, als één grote familie.’’

    Leeuwarder Courant (LC) 20 juni 2020

    Het avontuur begon voor Mladena Hiemstra op een julidag in 1970, in de graanvelden van haar geboortedorp Djace in het toenmalige Joegoslavië. ,,Wij waren met de buren graan aan het oogsten, met de sikkel in de hand, toen een buurjongen ons zei dat een meisje uit een dorp verderop goed werk gevonden had in Nederland’’, vertelt Mladena thuis, achter de vuurtoren in het Harlinger havenkwartier.

    ,,Dat was Nada uit Pridvorica. Zij werkte in Roosendaal en was toen net op vakantie terug in haar dorp. Een paar dagen later ging ik met twee buurmeisjes op het dorpsfeest van Pridvorica op zoek naar Nada. We moesten donderdag naar het arbeidsbureau in Leskovac gaan, vertelde ze ons. Dus wij daarheen. Daar troffen we de personeelschef van Frisia, Van de Witte, die een beetje Servisch had geleerd. Hij heeft twee van ons direct aangenomen en drie weken later was ik in Harlingen.’’

    Zo kwam de toen 22-jarige Mladena met negen andere vrouwen op 20 augustus 1970 aan in Nederland om te werken voor de spekjesfabriek, zoals de Suikerwerkenfabriek Frisia onder Harlingers bekend staat. Een eerste groep van elf Joegoslavische werkkrachten was al twee maanden eerder, op 18 juni, gearriveerd in de havenstad

    Het ging Frisia in die jaren voor de wind. Tot ver over de landsgrenzen groeide de vraag naar zuurstokken, lolly’s, spekjes en ander snoepgoed. Frisia breidde buiten het oude stadscentrum uit met een fabriekshal op het industrieterrein Hermes. Maar de snoepfabriek kon in de wijde omtrek geen werkneemster meer vinden om de sorteer- en inpakmachines te bedienen. Het werven van arbeidskrachten uit het buitenland bood uitkomst.

    In het socialistische Joegoslavië, dat vooral in het economisch achtergestelde zuiden met veel werkloosheid kampte, was er juist een ruim aanbod van vrouwelijke arbeidskrachten. Nederland had in maart 1970 een wervingsovereenkomst gesloten met het land om het recruteren van gastarbeiders te vergemakkelijken. Dus besloot ook Frisia om Joegoslavische vrouwen naar Harlingen te halen.

    Personeelschef Hessel van de Witte reisde begin jaren zeventig meermalen af naar Joegoslavië om zelf werkkrachten te selecteren voor de snoepfabriek. Voor het merendeel wierf hij vrouwen uit het zuiden van Servië, vooral uit de industriestad Leskovac en het omliggende platteland.

    De meer dan zeventig vrouwen van Frisia vormden in die periode een van de grootste groepen buitenlandse werknemers in Friesland, samen met de Turken die bij houtfabrikant Halbertsma in Grou aan de slag waren.

    Branislava Visser kwam in mei 1972 vanuit de stad Pirot naar Harlingen. ,,Ik ben met een goede vriendin meegegaan. Zij was onderwijzeres, maar had geen werk omdat er toen een overschot aan leerkrachten was in Joegoslavië. Ik had tijdelijke baantjes als notulist bij de rechtbank en de gemeente in Pirot.’’

    ,,We waren allemaal jong en hadden wel zin in avontuur. Onze groep is met het vliegtuig naar Nederland gekomen. De bedrijfsleider die ons van Schiphol ophaalde, droeg geen pak met stropdas maar kwam op klompen met wollen sokken. Dat vonden we heel grappig, klompen hadden we nog nooit gezien.’’

    Het werk bij Frisia beviel de meeste vrouwen wel. ,,Ik vond het inpakwerk gezellig’’, zegt Mladena. ,,We waren een mooie grote groep van Joegoslaven. We voelden ons hier thuis bij Frisia, als één grote familie.’’

    Maar het werktempo lag hoog en er moest vaak worden overgewerkt, soms tot diep in de avond in een fabriekspand in de Sint Odolphisteeg. ,,We moesten dan het werkschort onder onze jassen verstoppen, want niemand mocht weten dat we daar ’s avonds nog doorgingen met inpakken. Later heeft iemand dat aan de politie doorgegeven en op een avond was het afgelopen.’’

    ,,Elke vrijdag om twaalf uur werd ons weekloon gestort’’, vertelt Save Weewer, die tegelijk met Mladena naar Nederland kwam. ,,Zaterdag gingen we dan vaak met z’n allen in de trein naar Leeuwarden om te winkelen voor nieuwe kleren. Het was fijn om zelf je geld te verdienen en je hand niet te hoeven ophouden bij je ouders.’’

    Onderkomen was door Frisia geregeld in het Sint-Annapensionaat aan de Hofstraat, waar de zusters franciscanessen destijds een rooms meisjesinternaat en een kleuterschool leidden. Voor de Joegoslavische dames werden tweepersoonskamertjes getimmerd met een stapelbed, een wastafeltje en opbergkasten. Het waren vooral de zusters Francesco Brons en Othona Kamps die hen onder de vleugels namen.

    ,,Ze leerden ons over de taal, de gewoontes en feestdagen, want voor ons was alles hier nieuw en anders’’, zegt Branislava. ,,Maar ze konden ook streng zijn. Wij moesten om tien uur ’s avonds binnen zijn. Dan stonden ze ons op te wachten om de deur op slot te doen. Als we heimwee hadden naar onze familie, gingen we in het pensionaat feesten, dansen en zingen. Het verdriet was dan wat minder.’’

    ,,We hebben wel lol gehad’’, zegt Save lachend. ,,Zuster Francesco wilden we eens Servisch dansen leren, zo met de voetjes omhoog, hup twee. Och, ze moest twee weken bijkomen van de pijn in haar voeten.’’

    De meisjes trokken veel aandacht in Harlingen en binnen de kortste keren kregen ze verkering. Een berucht trefpunt was bar-dancing Black and White op de Grote Bredeplaats. Daar ontmoette Save haar toekomstige man Gerrit Weewer.

    ,,Wij meiden gingen al direct de eerste zaterdagavond naar de Black and White. Al die knapen kwamen op ons af en wij riepen “marš!”, dat is ‘hoepel op!’ in het Servisch. ‘Wil je een Mars?’, kregen we van ze terug. ‘We hebben geen Mars bij ons!’ We spraken geen woord Nederlands, maar met handen en voeten zijn we er wel gekomen.’’

    Mladena hoefde niet zo nodig mee naar de bar. ,,Ik kwam uit een dorp en was dat niet gewend. Maar twee van ons hadden verkering gekregen met oomzeggers van mijn Durk. Op een dag zei een van hen dat ze in Midlum wel een leuke jongen voor me had gevonden. Ik moest maar even langskomen.’’

    Begin 1972 noteerden de zusters in hun kloosterdagboek dat het aantal dames in het pensionaat sterk terugliep ‘door huwelijk, op zichzelf gaan wonen en terugkeer naar Joegoslavië’. In totaal zijn er zo’n veertig Joegoslavische meisjes getrouwd met jongens uit Harlingen en omstreken.

    Ondertussen brachten de ervaringen van Frisia ook de Harlinger visfabrieken op het idee om werknemers uit Joegoslavië te halen. In de eerste maanden van 1974 neemt een twintigtal nieuwe meisjes hun intrek in het Sint-Annapensionaat. ,,Deze groep brengt heel wat moeilijkheden’’, meldt het kloosterdagboek.

    ,,Die meiden kwamen uit Belgrado, uit een miljoenenstad, die waren van een heel ander slag’’, legt Branislava uit. ,,Die kwamen hier binnen als filmsterren, dachten dat ze de modeshow gingen lopen. De meesten hadden het binnen een jaar wel bekeken in Harlingen. Wij hadden de leukste mannen toch al voor ze weggekaapt’’, grapt ze.

    Branislava verliet als laatste van de club het pensionaat in 1976. Na het werk bij Frisia liet ze zich omscholen tot kantoorassistent en werkte ze een tijd bij de gemeente Harlingen. Mladena bleef nog vele jaren doorwerken voor de spekjesfabriek. ,,Toen mijn oudste dochter was geboren, bracht Frisia een bus vol spekjes bij ons voor de deur. In de schuur achter ons huis ging ik verder met inpakken.’’

    Nu ze met pensioen zijn, brengen Durk en Mladena de zomermaanden gewoonlijk door in hun tweede huis in Djace, waar ook hun twee dochters, schoonzonen en kleinkinderen graag komen logeren. Ze zouden daar allang weer aan het tuinieren en klussen zijn geweest als de coronacrisis niet al het reisverkeer had lamgelegd.

    Maar nu de grenzen weer zijn geopend, hebben ze net als andere rentenierende kennissen uit Harlingen de tickets naar Belgrado al geboekt. Kijk dus niet raar op als je in de Lidl in Leskovac plat Harlingers hoort. ,,Vorige zomer waren we daar boodschappen aan het doen, toen Durk zei: ‘Must es kieke wie dat binne!’’’ Het waren hun buren die in Harlingen op hetzelfde rijtje wonen achter de vuurtoren.


    Verschenen in de LC van 20 juni 2020